recepten en nieuwsjes vanuit de Dorpsstraat, nummer 31


kleine producenten morren: hoe de Wereldwinkels het verschil moeten maken met Max Havelaar

Wellicht interesseert u ook deze bijdrage:
kritiek zwelt aan in aanloop van Week v/d Fair Trade: “het gaat fout met Max Havelaar”

Transparantie is een hoofdthema binnen het nieuwe marketingplan van Oxfam-Wereldwinkels. Wat doe je met dat begrip wanneer de kleine, achtergestelde boeren – de traditionele doelgroep van de fairtradegedachte – steeds vaker misnoegd hun stem verheffen tegen de praktijken van de fairtradekeurmerklabels? Ik zou zeggen: erover communiceren. Het verhaal van fairtrade transparant maken, met durf en zonder toegevingen, wordt het belangrijkste verkoopsargument voor Wereldwinkels. Sterker nog: het wordt dé kwestie inzake overleven als beweging.

In W2 (het ledenblad van de Oxfam-Wereldwinkels) haalt Ragel Hasselman van de Heiveld Coöpertieve in Zuid-Afrika alvast hard uit naar de FLO (fairtrade labelling organisaties):

“Is fairtrade liefdadigheid: gelukkige arbeiders op een plantage? Of is fairtrade structuren veranderen? Ik zeg niet dat FLO niet mag groeien. Maar het mag zijn ziel niet verloochenen. Als consumenten zouden weten onder welke omstandigheden hun producten gemaakt worden… Ik weet heel goed hoe het er op Zuid-Afrikaanse plantages aan toe gaat. Ik zou er geen producten van kopen.”

Bovenstaande quote gebruikte ik ook in een artikel op foodlog.nl, dat ik er postte met als titel: “jonge consument wil meer fair value; maar betaalt kleine producent de prijs?

wat is het verschil tussen Oxfam-Wereldwinkels en Max Havelaar?

Deze vraag brengt mensen via zoekmachines regelmatig naar hier.

Koen Van Bockstal noemt de koffie van Oxfam Fairtrade Max Havelaar ‘Plus’. De meerwaarde t.o.v. de gewone Max Havelaar, zit vervat in de visie van OFT, namelijk:

* Partner-ondersteuning (vb. technische ondersteuning, kwaliteit, …),
* Voorfinanciering,
* FaitTrade premie, die de partner mag besteden aan zelf gekozen projecten,
* Lange termijn contracten.

Lees het verslag van het debat dat Koen Van Bockstal en Frans Van Tilborg (MIKO Puro) hierover aangingen in oktober 2007 te Hasselt.

Ik zou op Van Bockstal zijn woorden aanvullend durven stellen:

Max Havelaar is een kantoororganisatie.

Oxfam-Wereldwinkels is een beweging.

7500 vrijwilligers staan in meer dan 200 lokale Wereldwinkelwerkingen in voor de verspreiding van de fairtradeboodschap. Wanneer de FairTradeGemeenten, bijvoorbeeld, vandaag als paddestoelen uit de grond schieten in Vlaanderen, heeft dat alles te maken met de dynamiek van het netwerk van vrijwilligers – actief binnen Wereldwinkels – en veel minder met wat er in kantoren over wordt gedacht.

De fairtradebeweging staat voor een belangrijke keuze: “kiest ze voor anders-globalisme of anders-monopolisme?” , stelde ik hier al eerder. Of met andere woorden: blijft ze haar eigen missie trouw (i.e. het economisch weerbaar maken van achtergestelde, kleine producenten) of gaat ze voor makkelijk succes (i.e. de distributie bedienen met producten van grote plantages). Ook de Wereldwinkels moeten hier kiezen.

goede arbeidsomstandigheden, een basisvereiste

Bovenstaande zijn namelijk fundamentele keuzes. In W2 klaagt Ragel Hesselman van Heiveld verder over de FLO (Fairtrade Labelling Organizations):

In een FLO-document ging het eens over economische ontwikkeling van de werkers op de plantage tot het punt dat ze mede-eigenaars van de plantage zouden worden. Maar dat was verdwenen in de definitieve versie van dat document: de eigenaars moesten correcte arbeidsomstandigheden voorzien. En via de premie was er wat ruimte voor sociale voordelen. Maar dat noem ik geen sociale empowerment. Goede arbeidsomstandigheden, dat moet een basisvereiste zijn. De focus van FLO moet economische ontwikkeling zijn.”

goede arbeidsomstandigheden, een marketingvereiste

Ik schreef in juni 2007 op foodlog.nl een artikel: Hoe fair moet fairtrade-communicatie zijn?. Daarin stelde ik de vraag:

‘moet de Fairtrade-beweging ook communiceren over de dingen die niet zo goed verlopen? Is fairtrade pas fairtrade wanneer de hele keten ‘eerlijk en transparant’ is?’

Slechts één reactie, maar wel een veelzeggende. Ze kwam van culinair journalist Wouter Klootwijk en ging als volgt:

Ja.

Pikken de Wereldwinkels de handschoen op? Mijns inziens is deze laten liggen, kiezen voor verschralen en inkrimpen. Wereldwinkels schrijven in hun nieuwe marketingplan immers dat ze dé referentie willen blijven voor fairtrade in Vlaanderen. Het verhaal van fairtrade transparant maken, met durf en zonder toegevingen, blijft het belangrijkste verkoopsargument voor Wereldwinkels en zal van doorslaggevend belang blijken, wil wil het haar toekomst als beweging zelf in de hand houden.

Ik heb het boek “Ethisch groeien – ondernemen met aandacht voor mensen” er dan nog maar eens op doorgelezen, in de ligzetel. Daarin schrijft de auteur Ignace van Doorselaere: “In communicatie geldt er één gouden tip: als niets nog werkt, probeer het dan met de waarheid (if everything fails, try the truth). Bedrijven doen vaak teveel moeite om de waarheid te verbergen of te verbloemen en geven een zeer eenzijdige en mooiverpakte of zelfs verdraaide voorstelling van de feiten. Dat soort communicatie wordt uiteindelijk lachwekkend, en heeft een averechts effect omdat ze wordt ingehaald door ganggeruchten en de ‘koffieruimte’.” Fairtradekeurmerken dreigen in hetzelfde bedje ziek te vallen. Al slaan ze de gouden tip al eens in de wind. Let wel: FT-keurmerken is niet gelijk aan FT-beweging. In het leven moet je soms keuzes maken. Ik kies voor beweging.

Dus, de mensen van de Heiveld-coöperatieve zeggen:

“In een FLO-document ging het eens over economische ontwikkeling van de werkers op de plantage tot het punt dat ze mede-eigenaars van de plantage zouden worden. Maar dat was verdwenen in de definitieve versie van dit document: de eigenaars moesten correcte arbeidsomstandigheden voorzien. En via de premie was er wat ruimte voor sociale voordelen. Maar dat noem ik geen economische empowerment. Goede arbeidsomstandigheden, dat moet een basisvereiste zijn. De focus van FLO moet economische ontwikkeling zijn.”

Voor alle duidelijkheid: FLO is de fair trade labelling-organisatie. Zij bepalen de spelregels waaronder de light-versie van eerlijke handel fair trade mag heten. Onder die regels valt bijv. een minimumprijs per productgroep. Je mag boven die prijs gaan, zoals sommige hardcore-fairtradelievende ondernemers doen, maar de meerderheid zeker niet. En supermarkten zijn hier geen vragende partij, bijvoorbeeld. Daarbovenop komt dan nog een fairtradepremie. Wat de Heivelders pijn doet, is dat die premie (wat een ontwikkelingssurplus zou moeten betekenen) nu als pasmunt wordt gehanteerd om op de grote FT-gelabelde plantages ‘correcte arbeidsomstandigheden te voorzien’. Terwijl volgens hen correcte arbeidsomstandigheden dus integraal deel zouden moeten uitmaken van een FT-labellingproces.

Een voorbeeld uit de praktijk binnen de Oxfam-Wereldwinkels. Zij kopen citrussap bij Coagrosol in Brazilië. Toen de sapprijzen eind 2006-begin 2007 op de wereldmarkt boomden, betaalden ze wereldmarktprijs (die veel hoger lag dan de minimumprijs van de eerlijke handel). Coagrosol is een kleintje naast de (slechts!) vier grote (multinationale) sapondernemingen in Brazilië, maar naar FT-maatstaven zijn de lidorganisaties dan weer geen kleintjes, met familiale bedrijven van een gemiddelde grootte rond de 25 hectare.

De vier groten staan gekend om hun onderlinge prijsafspraken, waardoor de meerprijs op de wereldmarkt – in tegenstelling dus tot bij Coagrosol – niet tot bij ‘hun’ contractelers doorstroomt. Maar bovenop die wereldmarktprijs komt dan nog de fairtradepremie. En die wordt gebruikt voor opleidingsprojecten voor de kinderen van de plukkers. Een ander deel besteedt de organisatie aan milieuvriendelijke teelt (een revoltutie in deze regio). Om deze projecten te beheren, werd een structurele samenwerking op poten gezet tussen de plukkersvakbond en de familiale boeren. Deze samenwerking verloopt niet zonder slag of stoot. Maar de impact mag gezien worden. Niet enkel op het vlak van verbeterde arbeidsvoorwaarden voor de plukkers, maar ook op het gebied van gezamenlijke projecten. Da’s toch wel wat meer dan “mijnheer de plantage-arbeider, vreest niet, maar probeer met die premie de arbeidsvoorwaarden van je werknemers wat te verbeteren”.

Om nog effe op Heiveld terug te komen. Die rooibosthee uit Zuid-Afrika is zo gewild, dat afgelopen jaren grootgrondbezitters duizenden en duizenden hectaren hebben aangeplant met één minderwaardige soort. Overproductie was het gevolg. De markt is nu verzadigd. Pech voor Heiveld, want nu moeten ze op zoek naar nieuwe afzetkanalen voor hun zoveel lekkerdere ‘wilde’ soorten, die ook nog eens een zegen voor de biodversiteit zijn. Dan smaakt dat FT-kopje Rooibos van de plantage me toch bitter, hoewel échte Rooibosthee dat nu net niét doet.

discus-SI? discus-NO?

Geplaatst in REGIOFAIR, deruitgepikt door de verbaasde kabouter op de vrijdag, 25 april 2008
Tags: , , , ,

Het werd NO. Maar dat hadden we natuurlijk al verwacht. Laat die vrijwilligers maar wat aanklommelen, of wat zou hun gedacht zijn?

Willen NGO’ers en anders-globalisten meediscussiëren op Foodlog? Ik zie of hoor ze er niet. Ik stuurde onderstaande mail naar Dirk Barrez (free lance journalist VRT), Gert Engelen (diensthoofd Advocacy bij Vredeseilanden) en Jan Aertsen (directeur Vredeseilanden).

Ik hoop dat ze op de uitnodiging ingaan, want zoals Dick Veerman op Foodlog (aangaande de term ‘tegensprekelijk debat’) het correct formuleerde:

“er zijn veel te veel onweersproken feiten”

Het mailtje:

Hallo,

ik besprak de tekst van Jan “Boeren redden de wereld.” op www.foodlog.nl.

En net erboven een perstekst van de WUR die meent: “Lokale boeren kunnen nauwelijks voldoende voedsel produceren voor de toenemende mensenmassa in wereldsteden, maar bovenal kunnen ze hun producten niet binnen een dag vers en van een goede kwaliteit op de markt krijgen.”

rechtstreekse links:
tekst Jan: http://www.foodlog.nl/comments.php?id=3269_0_1_0_C
tekst WUR: http://www.foodlog.nl/comments.php?id=3270_0_1_0_C

Wie moet de brave burger nog geloven?

NGO’s en anders-globalisten houden zich veraf op deze veelgelezen blog.
Doen jullie een woordje?

Met vriendelijke groet,

Steven Schepers
Oxfam-Wereldwinkel Hasselt vzw

http://www.hasseltisverkocht.be/


Dirk Barrez komt do 8 mei 2008 om 20u30 spreken in de CC de MUZE (Heusden-Zolder): KOE80 heeft een probleem. Hij leidt de film bij zijn boek in.

Ook nog interessant die week in de de MUZE:
EXPO ‘OUR DAILY BREAD’
WE FEED THE WORLD een film van Erwin Wagenhofer

een aangename waarheid: de familiale landbouw kan de wereldbevolking voeden

Geplaatst in REGIOFAIR, landbouw, vanopeenander door de verbaasde kabouter op de vrijdag, 25 april 2008
Tags: , , , , ,

boeren redden de wereld

In de wereld leven 2,5 miljard mensen van de landbouw: boeren, boerinnen en hun kinderen. Zij zijn perfect in staat om de wereld van voldoende voedsel te voorzien. Ze bewijzen dat ze productiever en efficiënter kunnen zijn dan de grote, industriële exportbedrijven.” Dat schrijft Jan Aertsen, directeur van de NGO Vredeseilanden. Vredeseilanden is één van de drie partners in de Vlaamse FairTradeGemeente-campagne. Op 10 mei e.k. viert de fairtradebeweging haar internationale dag van de eerlijke handel.

De wereld moet nu echt kiezen voor een familiale landbouw en tegen een agro-industriële landbouw die geen plaats laat voor boeren: een echte groene revolutie. Er is een globaal landbouwbeleid nodig waarbij landen en regio’s het recht hebben om zulke landbouw op poten te zetten en erin te investeren,” meent Aertsen verder.

Essentieel is dat de boeren, die helemaal vooraan in de keten het voedsel voortbrengen, hun rechtmatige plaats krijgen. Landbouwers moeten dan wel loon naar werken krijgen en in goede omstandigheden kunnen boeren.Terwijl de grootschalige agro-industrie de boeren laat verkommeren, doet een performante familiale landbouw onvergelijkbaar beter. Waar vooral familiale bedrijven bloeien, floreren ook de omliggende steden.

Koplopers tonen de weg. Bedrijven en boerengemeenschappen slaan de handen in mekaar.

Je kan de volledige tekst lezen op regiofair.wordpress.com.

Een agro-ecologische landbouw minimaliseert daarenboven de inputs van buitenaf aan geïmporteerd veevoer, chemische meststoffen of pesticiden. Zijn energiebalans is veel positiever, hij springt zuiniger om met de schaarse watervoorraden en verhoogt de vruchtbaarheid van gronden… en brengt toch meer op dan de moderne high tech landbouw die volledig steunt op externe inbreng.

Dit vormt zeker geen rem is op economische ontwikkeling, integendeel. Zuid-Korea en Taiwan hebben gekozen voor een vooral familiale en productieve landbouw gericht op de eigen noden. Dat heeft hen geen windeieren gelegd. Want hun landbouw heeft hen de kans verschaft om hun industrie op te bouwen. Zelfs met nog amper zes procent van de werkende mensen die boer of boerin zijn, trekt industrieland Zuid-Korea nog altijd 13 procent van het overheidsgeld uit voor landbouw. Een beproefd recept, dat ook Europa ooit toepaste.

koplopers tonen de weg

Onderstaande voorbeelden lijken aan te geven dat de kruisbestuiving tussen de fairtrade-idee en het bedrijflsleven tot vruchtbare, duurzame samenwerkingsverbanden kan leiden , zonder dat het fairtrade hoeft te heten:

  • Zo sluit Alpro lange termijnovereenkomsten met zijn sojaboeren. Alpro staat hen verder bij in hun productieproces en zorgt voor een vergoeding wanneer de oogst mislukt.
  • Zo krijgen een aantal kleine boeren van Unilever in Indonesië een hogere prijs dan de marktprijs. Het bedrijf zit dringend verlegen om meer en betere zwarte sojabonen, een ingrediënt van de succesvolle zoete saus Kecap Bango. Daarom koopt Unilever rechtstreeks in bij de boeren om de kwaliteit te verbeteren, de productie te verhogen en de aanvoer te verzekeren. Doordat de tussenhandelaars wegvallen krijgen de boeren een prijs die tien à vijftien procent hoger ligt. En zo verwerven ze een betere plaats in de productieketen.

van brain-washing tot green-washing is een kleine stap voor de marketeer, maar een brug te ver voor de mensheid – over maatschappelijk onverantwoorde marketing

Geplaatst in hasseltse nieuwsjes, voedingsindustrie door de verbaasde kabouter op de woensdag, 23 april 2008
Tags: , , , , , , , ,

woordje vooraf: Ik wilde al langer een stukje schrijven over maatschappelijk (on)verantwoorde marketing. Aanleiding daarvoor was het stukje én discussie “Unilever doet goed en helpt ook zijn merken” op molblog.nl. Daarop reageerde Dick Veerman op foodlog.nl: “De merken van Unilever blijken het op te nemen voor de armeren in de wereld. Dat vinden de marketeers geweldig. Ik vind het eerlijk een raadsel dat ze dat vinden.

“We zitten in een plezierbootje boven op de Niagara-watervallen en we beseffen niet dat de motor het zo meteen zal begeven.”

 

Dit vertelt James Lovelock, in de HUMO van afgelopen week, in een interview met als kop: “te laat! daar gaat het klimaat“. Lovelock is de man van de GAIA-theorie. Ik heb zijn boeken nooit gelezen en weet dus niet echt wat hij verder nog te vertellen heeft. Want, al wil ik de man zeker niet afvallen, het boeide me nooit: theorie. Ik proef liever de praktijk. En tot spijt van wie het benijdt: natuurlijk zijn er schuldigen aan de teloorgang van onze planeet!

Stefaan Vandist (strateeg Duval Guillaume Antwerpen en de man achter de Cause Encounters blog) heeft een knappe presentatie gemaakt over “Greenwashing”.

Presentation Greenwashing

de jeugd van tegenwoordig

Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Een volkswijsheid die ik onderschrijf.
De afgelopen dagen mocht ik op de Provinciale Handelsschool te Hasselt in tien groepen zesdejaars een naverwerkingsgesprek begeleiden, na het bekijken van de film “We feed the world“. Dit zijn dé topmomenten in mijn leven. En ik trek er graag ook voor mezelf de nodige lessen uit: (vooral) onze jonge generaties voelen steeds sterker aan hoe marketing en andere profit-before-people-crap slechts op één ding uit is – het breken van een mens’ wil tot zelfstandig denken en autonoom handelen. Om Lovelock’s woorden te parafraseren:

“Marketeers zitten in een plezierbootje boven op de Niagara-watervallen en ze beseffen niet dat de motor het zo meteen zal begeven.”

De onmenselijke vunzigheid die “We feed the world” toont, verpakken marketeers – voor wat meer dan een handvol duiten – volgaarne tot hapklare brokken voor de wereld- of andere supermarkten.

brainwashing versus conditionering

Is het breken van iemands wil conditionering of ‘brainwashing‘? Zijn dit synoniemen of eerder complementaire begrippen? Voer voor discussie. Maar “de marketeer” lijkt ongegeneerd uit beide vaatjes te tappen. Het helpt echter gelukkig niét om de (jonge) mensen hun hersenen te breken, dat blijkt in zo’n klassikale kringgesprekken telkens weer. Marketeers komen er steevast uit als breinbrekers. Als zeepbellen blazende keizers zonder kleren. Charlantans. Och here, die marketeers…

brainwashing, conditionering en marketing

Maar herinner je je Pavlov nog? Hij ‘bewees’ ooit hoe je de natte droom van iedere machtswellusteling (en vandaag dus ook zijn vazal, de marketeer) kon waarmaken. Je hoorde ongetwijfeld van zijn conditionerings-experimenten met een bel, die de hond aan het kwijlen maakte. Niet toevallig, echter, kent haast niemand het vervolg van Pavlov’s experiment:

Pavlov en zijn honden

Tijdens een hevige storm in Rusland, werden de laboratoria van Pavlov overspoeld door hevige regenbuien. Pavlov en zijn assistenten konden slechts na enkele dagen terugkeren. Daar ontdekten ze iets merkwaardigs. Vóór de zondvloed, waren de honden geconditioneerd tot het reageren op bepaalde stimuli. Maar wat bleek: alle sporen van conditionering waren verdwenen! Bellen, voedsel, niks kon de geprogrammeerde respons terug oproepen.

Welke mysterieuze invloeden hadden hiervoor gezorgd? Als goede wetenschapper boog Pavlov zich over wat er met de honden kon gebeurd zijn. Ze waren achtergebleven zonder voedsel of warmte. Ze waren geïsoleerd gedurende enkele dagen; sommige honden waren verdronken. Ze stonden bloot aan extreme stress, zonder enig besef of ze het er dood of levend vanaf zouden brengen. Dit waren de factoren, die de conditionering hadden doen weg-wassen – brain-washing. M.a.w.: conditionering bleek weinig voorspelbaar en betrouwbaar. ‘Brainwashen’ dan maar?

Ook ‘brainwashen’ bleek achteraf weinig betrouwbaar, zoals de opmerkelijke film “The Manchurian Candidate” toonde. “The trigger mechanisms can be tampered with, sometimes even erased, before the desired behavior can be carried out.” Hebben marketeers dit begrepen? Voorzeker, maar onze jongeren óók. Dus blijft er hoop. Zeker wanneer de jeugd de kans – lees: kennis – krijgt om de zeepbellen van de marketeer mee te doorprikken.

van brain-washing naar green-washing

Ondanks dit alles bezoek ik toch graag een marketing-blog als molblog.nl. Het is er een drukke bedoening. Marketeers zijn hongerig naar zelfbevestiging. En orakelen maar al te graag – bij monde van zichzelf – de eigen-wijsheid. Dat de motor wel eens aan het sputteren zou kunnen slaan, dat komt niet in hun op. Als keizers zonder kleren zien ze zich zeker niet. Wellicht blijft daarvoor het speeltje – dat de consument voor hen is – te gewillig en plezant om te manipuleren. Het klimaat verandert? De naakte keizer verwisselt van onderbroek!…

Dus hebben ze het er – zei het spaarzaam – ook wel over maatschappelijk verantwoord ondernemen. Je leest er ditaangaande overigens best interessante artikels. “Duurzaamheid = kwaliteit = duurzaamheid“, bijvoorbeeld. Maar wat zei Lovelock hierover in HUMO?

“Duurzame ontwikkeling is weinig meer dan een goed geoliede industrie die schaamteloos misbruik maakt van de ondergang. Groen is niet voor niks de kleur van schimmel en corruptie.”

Van brain-washing tot green-washing is een kleine stap voor de marketeer.

hoop doet leven

Tijdens de nabesprekingen bij “We feed the world” heerste vooral verontwaardiging over hoe giganten als Nestlé (daar was u weer, mijnheer Brabeck) producten verkopen, waarvan het ethisch gehalte zwaar onder het normgevoel van de leerlingen blijft. Een verpletterende verantwoordelijkheid rust daarbij op de schouders van hen, die (zoals steeds, ook) in de film buiten beeld bleven: de marketeers.

Laat ons echter hoopvol blijven en positief afsluiten. Onze jeugd verdient toewijding en respect. Ze zijn de sleutel op onze toekomst. Een morele zondvloed kan ons alsnog voor bijbels aandoende rampscenario’s behoeden.

Indachtig wat Pavlov overkwam met zijn honden, hoeft het daarvoor niet te laat te zijn.

meimaand, feestmaand – ook al eens gedacht aan fairtradeproducten op het menu?

Geplaatst in hasseltse nieuwsjes, het Hasseltse Wereldwinkel Kookboek door de verbaasde kabouter op de woensdag, 23 april 2008
Tags: , , ,

feestvarkens in huis?

Mei is de feestmaand bij uitstek, niet?
Communiefeesten, moederkesdag, vele trouwpartijen,… Misschien heb jij ook wel een feestvarken in huis.
Heb je er al eens aan gedacht, dat dit dé gelegenheid is om ook fairtradeproducten hun plaatsje op tafel te geven? In onze receptenrubriek vind je tientallen tips om je feestmaal verrassend (h)eerlijk te maken.

Voor moederdag hebben de Wereldwinkels prachtige ontbijtmanden klaarstaan. Je kan ze ook zelf (laten) samenstellen.

‘feest, fun en fairtrade’

Ook in mei organiseert de trekkersgroep ‘Hasselt FairTradeGemeente’ een week met allerhande fijne activiteiten. Hier vind je alle informatie: ‘feest, fun en fairtrade‘. Op 10 mei is er zo van 11 tot 17 uur een (h)eerlijk straatfeest, met alle tips hoe je je eigen straatfeest of barbecue op smaak kan brengen met fairtradeproducten of Hasseltse boerenproducten.

Volgende Pagina »