Melkveehouders van Belgian Dairy Board steken hand uit naar de campagne FairTradeGemeenten (n.a.v. actie wereldmelkdag in Hasselt)
Lees ook: Persbericht – Oxfam België en Belgian Dairy Board samen op Pukkelpop
Vandaag ( vr. 30 mei ‘08 ) protesteerden op de wekelijkse markt van Hasselt ook de Limburgse melkveehouders mee met hun collega’s uit de Oostkatons en Wallonië.
Bekijk hier de foto’s.
Bekijk de nieuwsreportage ( do. 29 mei 2008 ) over de problemen van de melkveehouders via regiofair.wordpress.com.
De melkproducenten uit de Oostkantons namen dinsdagavond tijdens een vergadering het besluit om de stakingsactie van de Duitse producenten over te nemen. Ze hebben symbolisch melk weggegoten. Dit laatste werd niet gesteund door de Belgian Dairy Board. Wel deelde deze aan de marktgangers bekertjes verse koeienmelk en folders uit.
De Belgian Dairy Board, de Belgische vereniging van melkveehouders, streeft ‘naar een faire melkprijs voor de producent’.
Alleen samenwerking geeft de consument een duurzame toevoer van zuivelproducenten.
De Belgium Dairy Board (BDB) wil, naar eigen zeggen, ‘een duurzame en kostendekkende melkprijs bekomen maar ook een goede relatie onderhouden met de Belgische zuivelindustrie’.
“De zuivelindustrie krijgt nu een laatste kans om serieuze afspraken te maken met de melkveehouders,”
zei een kordate Limburgse woordvoerder Johan Janssen.
Janssen was donderdagavond te zien en te horen in het programma Terzake van de VRT. Hij haalde ook het teeveejournaal. Bekijk het op: regiofair.wordpress.com.
“De BDB eist nu van de zuivelindustrie dat de prijs van 43 eurocent/liter in 2008 behouden blijft. (Ons einddoel is dat we de werkelijke kostprijs van 55 eurocent zullen krijgen).”
“De BDB wil de zuivelorganisaties laten weten dat de melkveehouders niet langer het verlies willen lijden zonder dat de toevoer van melk in het gedrang komt. (Wij verliezen nu tussen de 6 en 25 procent op ons product).”
“Toch zal een kostendekkende melkprijs alleen door de zuivelindustrie moeten betaald worden,”
citeerde Johan Janssen verder uit de perstekst.
“De BDB weet dat een oplossing alleen gevonden kan worden door een samenwerking tussen alle partijen. Daarom geeft de BDB vandaag de allerlaatste aanstoot tot een zodanige samenwerking.”
Lees of download de perstekst (.pdf) van BDB.
Limburgse boeren geloven ook in Fairtrade
Een oproep tot samenwerking is voor Johan Janssen geen lege doos. Hij liet ons verstaan dat de BDB overweegt om samen te gaan werken met de campagne FairTradeGemeenten. Het zou volgens hem mogelijk moeten zijn om in oktober 2008, n.a.v. de Week van de Eerlijke Handel, tot gezamelijke initiatieven en acties te komen.
“Vandaag zijn we ook aanwezig op de actie in Brussel van de Dierenartsen Zonder Grenzen. Zij vragen betere ondersteuning van de kleine Afrikaanse melkproducenten. Wij steunen die oproep. Boeren raken overal meer en meer in de verdrukking. We moeten samen ijveren voor betere prijzen en rechten!,”
alsnog Johan Janssen.
Onlangs dienden de Vlaamse Oxfam Wereldwinkels (OWW) naar een nieuwe melkleverancier uit te kijken voor hun chocomelk, nadat de boeren van het Brugs Ommeland verkozen hun biomelk te gaan verkopen op de lucratieve Britse markt. Of OWW de vraag om een fair dairyprijs positief zal weten te beantwoorden, moet de toekomst verder uitmaken.
Dr. Vandana Shiva (Navdanya): globalisering en de wereldwijde oorlog tegen de boerenstand
“Industriële landbouw oorzaak van genocide onder de boeren.”
Industriële landbouw is een efficient systeem om de boeren te beroven van hun rijkdom en hen in de schulden en onteigening te storten.
Industriële landbouw vertaalt zich ook in economische oorlogsvoering tegen de armen. Honger is in de Derde Wereld proportioneel meegegroeid met de verspreiding van industriële landbouw en de globalisering van de handel in exportgerichte voedselgrondstoffen. Dit is geen toeval.
Globalisering heeft de dood van de democratie nodig. De crisis waarin de democratie verkeert door de globalisering komt voort uit een overtuiging dat mensen en hun rechten niet tot het hart van de democratie behoren. De geest die wordt geschapen door de economische globalisering heeft twee belangrijke blinde vlekken – het kan de mens niet zien en het kan de natuur niet zien, en uiteraard kan het de innige band tussen de mens en de natuur niet zien.
Terwijl we onze ecologische en sociale gemeenschap op het platteland vermorzelen, verhogen we onze aandrift tot geweld en verminderen ons gevoel voor medelijden en mededogen. Het is in de dagelijkse ontmoeting tussen de soorten dat we onze beste lessen leren in diversiteit en democratie.
|
|
||
Dr. Vandana Shiva is directeur van de Research Foundation for Science, Technology and Ecology in New Dehli, India en als oprichtster van de geweldloze boerenbeweging Navdanya, is ze wellicht hét icoon van de andersglobaliseringsbeweging.
“Ik ben opgeleid tot een quantumfysicus en zou een leven vullen met puzzles binnen de quantumtheorie op te lossen.
In plaats daarvan, heb ik de laatste twee decennia gespendeerd aan het oplossen van puzzles over landbouw”,
stelt ze zichzelf voor op haar website. Navdanya rapporteert o.a. de verbanden tussen massale zelfmoord onder de Indische boeren en de monopolies en genetische manipulatie in de zaaigoedsector, de subsidieregelingen en vrijhandelsakkoorden op maat van de agro-industrie, privatisering van gemeenschapsgronden voor de productie van biobrandstoffen en het overnemen van de voedselverdeling door transnationale retailers. Ze is de schijnbaar onvermoeibare voorvechtster
- van een lokaal geörienteerde voedseleconomie,
- met als doel het conserveren van de bio-diversiteit,
- middels zelfstandige, autonome boerengemeenschappen.
Haar beweging werd wereldberoemd met haar strijd (en uiteindelijke overwinning) tegen de eigendomsrechten die het Texaanse RiceTec Inc. claimde op de van oorsprong Indische basmatirijst. Ophefmakend zijn ook de “Quit India“-campagnes tegen de frisdrankgiganten Pepsi en Coca Cola, omtrent ondermeer waterrechten.
VIDEO: Vandana Shiva spreekt over het effect van globalisering op de voedingsindustrie en de mensen. (3 min)
OOK AANBEVOLEN: Een uitgebreid radio-interview met Dr. Vandana Shiva kan je beluisteren op www.democracynow.org: “Vandana Shiva on Farmer Suicides, the U.S.-India Nuclear Deal, Wal-Mart in India and More“
Enkele quotes uit artikels van Dr. Vandana Shiva, verschenen op www.navdanya.org.
uit: “Globalisation and the war against farmers and the land”
Mevrouw Vandana Shiva legt hier uit hoe…
1. een feminiene, duurzame landbouw…
Landbouw gebaseerd op diversiteit, decentralisatie en het verbeteren van de productiviteit van de kleine boerenlandbouw door ecologische methodes is een vrouwelijke, natuurvriendelijke landbouw. In deze feminiene landbouw wordt kennis gedeeld, andere soorten en planten zijn er verwanten, geen `eigendom’ en duurzaamheid is er gebaseerd op een zichzelf hernieuwende biodiversiteit en een rijkdom aan soorten op boerderijen om interne input te verzekeren. In onze paradigma’s is er geen plaats voor monoculturen van genetisch gemanipuleerde oogsten en industriële monopolies op zaaigoed.
2. degradeerde tot een masculine, oorlogszuchtige landbouw…
Monoculturen en monopolies symboliseren een masculine landbouw. De oorlogsmentaliteit, die schuil gaat achter de militair-industriële landbouw, laat zich aflezen uit de namen die gegeven worden aan onkruidverdelgers die de economische basis voor het overleven van de armste vrouwen in de landelijke gebieden in de Derde Wereld vernietigen. Monsanto’s herbicieden dragen namen als `Round up’, `Machete’, `Lasso’. American Home Products, dat samenging met Monsanto, noemt haar herbicieden `Pentagon’, `Prowl’, `Lightening’, `Assert’, `Avenge’. Dit is oorlogstaal, geen duurzaamheid. Duurzaamheid is gebaseerd op vrede met de aarde.
3a. en zo het zaad droeg voor het ontstaan van Sikh-terrorisme in Punjab…
En het geweld binnen landbouw is gelinkt aan het ontstaan van terrorisme in de Indische Punjab of het midwesten van de USA. In de jaren 80 wakkerde de landbouwcrisis het Sikh-nationalisme aan, waarbij werkloze en opstandige jongeren de wapens opnamen, welke uitgevoerd werden door dezelfde globale machten die de Indische landbouw hadden vernietigd en die naar India keken als een markt voor hun te duur geprijsde, niet-essentiële, vaak schadelijke producten en technologiën.
3b. of de aanslag van de Oklahoma bomber.
De Oklahoma bombing was het resultaat van een ontstaan van christelijke milities in het midwesten van de USA. En terrorisme binnen de VS, zoals in Punjab, was ook gelinkt aan een landbouwcrisis, waarbij de groeiende bezitloze Amerikaanse familiale boerenbedrijven ontvankelijk werden voor de nieuwe gospel van geweld en haat.
Tot slot spreekt ze over de symboliek van het zaaigoed voor een geweldloze landbouw:
Tijdens de eerste industriële revolutie – en de daarmee gepaard gaande kolonisatie – transformeerde Gandhi het `primitieve’ spinwiel tot een levend symbool van de strijd voor India’s vrijheid en zelfbeschikking. De `primitieve’ zaden van derdewereldboeren kunnen net zo wel tot symbolen uitgroeien in de strijd voor vrijheid en bescherming van het leven in de huidige context van herkolonisering van de Derde Wereld en haar bronnen van leven.
> lees het volledige artikel (engelstalig) www.navdanya.org/articles
uit: “India’s food wars” : hoe de WTO en retailers samenspannen
De retailers, zeg maar de supermarktgiganten, hebben – met behulp van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) – de aanval ingezet op de voedselverdeling in India:
Het afbreken van de onderhandelingen binnen de WTO zou wel eens bewust bedoeld kunnen zijn om de weg vrij te maken voor bilaterale “vrijhandelsverdragen”, welke de markttoegang van het Noorden tot markten in het Zuiden versterken en versnellen. Dit is duidelijk wat er nu aan het gebeuren is in de voedings- en retailsector.
Het falen van de WTO-onderhandelingen tussen de Viervuldigheid – U.S.A., Europa, Brazilië en India – wordt nu gebruikt door Europa om toegang te krijgen tot India’s enorme retailmarkt, welke meer dan 40 miljoen mensen tewerkstelt om in de basisbehoeften van meer dan een miljard te voorzien.
Europees commissaris voor Landbouw, Mariann Fischer Boel, zei hierover op een meeting met Europese experten in landbouwhandel:
“De Indische middenklasse is hongerig naar opwindende voedings- en drankbelevenissen die boven de Indische keuken uitstijgen. En deze klasse groeit à rato van 35 miljoen mensen per jaar, of met andere woorden, de bevolking van een middelgroot Europees land.”
Wanneer zoveel buitenlandse bedrijven hun verkoopposities in India kunnen versterken, voegde ze er aan toe, betekent dit dat de Europese voedselverwerkende bedrijven ook
“a piece of the action”
nodig hebben.
Het verkopen van voedsel via de retail in India wordt zodoende een belangrijk ‘deel van de actie‘ in de globale handelsoorlogen. Maar…
(…) dit gaat over meer dan handel. Voor de Indiërs gaat het over cultuur en ecologie, over tewerkstelling en voedselveiligheid.
Het plan is om de lokale ‘markt-op-mensenmaat‘ – met haar lage kosten – als “primitief” voor te stellen en de van airconditioning voorziene supermarkt als “gesofisticeerd”.
Een soort van retoriek, die sterke gelijkenissen vertoont met de propaganda die voorafging aan – bijvoorbeeld – de oorlog in Irak…
Met Walmart en TESCO, die hun pijlen richten op de Indische middenklasse, wordt de oorlog verklaard aan de Indische voedselcultuur. De Indische cultuur van vers voedsel moet de stempel van “inferieur” krijgen om de voorverpakte en verwerkte voeding in de rekken van de supermarkten “superieur” te doen lijken. En deze culturele oorlog over voedsel gebruikt daarbij ook pseudowetenschap als een wapen.
… “beargumenteerd” door embedded media…
met een exemplarisch artikel in India Today, waarin kopen in een kleine groentenhandel wordt beschreven als “90% transpiratie, 10% inspiratie” en kopen in een supermarkt als “90% inspiratie en 1-% transpiratie”.
Het hoeft weinig verder betoog, wanneer Dr. Vandana Shiva daarover zegt…
Het Walmart model van lange toeleveringslijnen is energie-intensief en dus broeikasgas-intensief.
Wanneer de grote supermarktketens claimen iedere groente en elk soort fruit in ieder deel van het land op eender welk moment te zullen aanleveren, betekent dit dat de afstanden die voedsel zal afleggen groter zullen worden.
Met allerhande gevolgen vandien:
- een nog grotere verkeerschaos en luchtvervuiling op de Indische wegen,
- door de grootste opkoper te zijn, bepaalt Walmart het lot van de producenten, m.n. of ze nog zullen produceren en tegen welke prijs ze hun producten zullen verkopen,
- Walmart vernietigt de kleine, onafhankelijke retailers zoals het dat deed in de USA,
- kleine voedselverkopers in de straten van Delhi werden al gebannen, ookal toonde studie na studie aan dat hun voedsel veilig is,
- de wetgeving wordt aangepast op maat van de globale marktspelers: zo werden ook de kleine “ghanis” (koude perserijen) in 1998 verbannen terwille van GMO soja-olie.
Ze besluit ongerust maar strijdvaardig:
Onze slogan “Onze wereld is niet te koop” moet overslaan naar iedere boerderij en iedere straat in iedere samenleving. Onze vrijheden en onze hoogsteigen levens staan op het spel.
> lees het volledige artikel (engelstalig) op www.navdanya.org/articles
In komende bijdrages op regiofair.wordpress.com zullen we enkele artikels van Dr. Vandana Shiva naar het Nederlands vertalen.
Fairtrade guerilla marketing
Guerrilla marketing en viral marketing concepten worden steeds populairder. In Frankrijk waagt nu ook Max Havelaar er zich aan.
Et pour les Flamands et les Néerlandais la même chose!
meer over fair trade en marketing
Ik postte het filmpje ook op Foodlog.nl. Reactie die mag tellen:
Ennuh … wat heeft dit met fair trade te maken. Valt daar niks over te vertellen dan?
Verder leuk filmpje hoor, maar als het voor producten met een Ik Kies Bewust-logo, tennisballen of pakken meel was geweest had ik het ook leuk en irrelevant gevonden.
dixit Dick Veerman, de moderator en inspirator van deze foodlog.
Ik weet niet of dit nu echt een hit is in Frankrijk of op het internet, maar mijn gevoel is dat je hier weinig zinvols over kan zeggen, totdat er een meting is gedaan over de effecten ervan.
Wellicht gaan Max Havelaar en de makers van het filmpje ervan uit dat de idee van Eerlijke Handel al genoeg gekend is? Dat het alleen nog niet ‘hip’ genoeg overkomt?
Voeding en landbouw: de nieuwe ramp
“Zijn oproepen tot fairtrade en korte keten vormen van bedrog?”
Alles wat er op het landbouwgebied de laatste jaren is gebeurd, of met goede of met slechte bedoelingen, is verkeerd uitgepakt.
Een onoplosbare trits van problemen wordt uitgelokt door het simpele advies milieubewust en dus lokaal te kopen. (…) En ook fair trade ontlokt kritiek.
In het kieshokje heeft de burger geen macht, want voeding en landbouw is geen politiek thema. (…) De burger wil wel, maar heeft geen invloed. (…) En dus vertrouwt zij als consument niemand meer en koopt het goedkoopste.
Duidelijke, streekgebonden plannen moeten de teruggang van grondgebonden boeren tegengaan. (…) Er is grote behoefte aan een systeem dat (…) keurmerken evalueert. (…) Deze evaluatie- en certificatiesystemen hoeven niet door de overheid te worden ingericht; consumentenorganisaties of groepen betrokken burgers en boeren kunnen de uitvoering ervan net zo goed controleren.
|
|
||
Michiel Korthals, hoogleraar toegepaste filosofie aan Wageningen Universiteit, slaat en zalft tegelijkertijd in een artikel, dat oorspronkelijk verscheen op Waterlandstichting.nl (“Nederlandse progressieve denktank, die linkse leegte te lijf gaat met antwoorden op de nieuwe uitdagingen van rechts”).
Korthals is een internationale autoriteit op het vlak van bio-ethiek (met name voeding, dieren en milieu).
Wellicht interesseren u ook deze artikels:
1. Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar Wageningen, over de voedselcrisis
2. De slanke taille van de voedselindustrie
3. De wereld is een soep en de boeren zijn de ballekes
4. Regiofair: Rechtvaardige prijzen door prijstransparantie
5. een aangename waarheid: familiale landbouw kan de wereldbevolking voeden
Datum originele publicatie: 16-03-2007
Er is niets met betrekking tot voeding en landbouw dat niet onzeker is en heel veel deugt niet. Huiveringwekkende beelden van de duistere binnenkant van de voedselsector krijgen hedendaagse consumenten niet alleen te zien via films als Our daily bread van Nikolaus Geyrhalter, We feed the world van Erwin Wagenhofer, en Super Size Me van Morgan Spurlock. Minister Veerman schetste weliswaar in zijn laatste interview als minister een optimistisch beeld van de modernisering van de landbouw (NRC Handelsblad, 15-02-2007), maar massamedia en kranten geven duidelijke aanwijzingen dat het voedselsysteem op zijn zachtst gezegd volkomen in de war is. Ik zet wat ontwikkelingen op een rijtje.
Zes fundamentele problemen van de huidige landbouw
De intensieve veehouderij wordt door velen als onmenselijk gezien.
Het grote artikel in de januari-bijlage van NRC Handelsblad heette niet voor niets: Kippenmoord. De suggestie in het artikel is dat het dierenwelzijn er bij de biologische pluimveehouderij beter aan toe is. Maar dan blijkt een week later dat
dierenwelzijn bij de biologische veehouderij in feite vaak slechter geregeld
is en dat de biologische varkenshouderij met veel meer zieke dieren kampt (NRC Handelsblad, 12-02-2007).
Ten tweede: steeds meer voedingsproducten krijgen het label ‘gezond’ of iets dergelijks.
Of het nu gaat om ‘ik kies gezond’, ‘past in een gezonde leefwijze’, of ‘gezonde keuze’.
Maar tegelijk wordt steeds duidelijker dat veel van die claims ondeugdelijk zijn, en meestal berusten op eenzijdig onderzoek.
Alcoholbelangengroepen subsidiëren onderzoek naar de positieve gezondheidseffecten van wijn, melkbelangengroepen naar die van melk en melkproducten. Onderzoek naar negatieve effecten van voedingsmiddelen vindt weinig plaats (zie NRC Handelsblad, 9-02-2007). Ook neemt extreem overgewicht leidend tot kanker, diabetes 2 en hart- en vaatziekten nog steeds toe.
Er moet dus iets met dat zogenaamde gezonde voedsel aan de hand zijn.
Ten derde zijn er de problemen rond Fair Trade,
met als meest bekende kwestie de perikelen rond het chocolademerk Tony Chocolonely dat pretendeert ‘slaafvrije’ chocola te produceren en door concurrenten van oneigenlijke concurrentie wordt beschuldigd omdat er geen slaafvrije chocola bestaat.
Wordt ons voedsel voorzover het uit ontwikkelingslanden komt altijd geproduceerd door slaven?
Zijn fair trade producten dus eigenlijk bedrog?
Een vierde kluwen van problemen is verbonden met vis en visserij.
Vette vis (zoals zalm, haring en makreel) is gezond, zegt het Voedingscentrum. Maar de zeeën zijn bijna leeg en
over veertig jaar is er geen commerciële visserij meer mogelijk.
Daar bemoeit het Voedingscentrum zich niet mee. De mechanismen leidend tot overbevissing zijn volop aan het werk en lijken door welke machtige regering dan ook niet te stoppen. Stop dus met vis eten.
Ten vijfde: een onoplosbare trits van problemen wordt uitgelokt door het simpele advies milieubewust en dus lokaal te kopen om de milieukosten van transporten te vermijden.
Stel je voor dat je met een dergelijk simpel advies in één keer zou kunnen bijdragen aan allerlei mooie uitgangspunten als duurzaamheid, energiebesparing, kwaliteit van lokale omgeving en directe controle op productieprocessen. Het zou zo gemakkelijk zijn.
Maar wat als lokaal met grote energie-intensiteit wordt geproduceerd?
Koop je de lokale appels als er veel kunstmest wordt gebruikt? Wat doe je als blijkt dat er toch weer een ingrediënt van heel ver weg moet komen? Is het niet zo dat lamsvlees dat uit Nieuw-Zeeland hier naartoe verscheept wordt minder energie gebruikt dan lamsvlees uit Noord-Nederland?
Een zesde probleem is de gemeenschappelijke landbouwpolitiek van de EU(CAP).
Als er één ding duidelijk is, dan is het wel dat de CAP er helemaal niet op uit is gezondheid en milieu (duurzaamheid) te bevorderen.
De website farmsubsidies.org geeft aan dat het grootste deel van de 1,2 miljard euro aan Europese landbouwsubsidies in 2005 voornamelijk terecht kwam bij grote ondernemingen
als Campina, Friesland, AVEBE, Nestle, Interfood en Frico. Deze subsidies gaan naar melk, maïs en suikerbieten. Met hun lage prijs dragen deze producten in grote mate bij aan de toename van overgewicht. Door de CAP worden ook goedkope, EU-gesubsidieerde tomaten naar Afrika geëxporteerd.De werkeloze Afrikaanse boeren proberen vervolgens Europa binnen te komen om daar, als ze geluk hebben, werk te vinden in de tomatenkassen.
Is het dus goed dat de huidige CAP wordt afgeschaft? Maar met de nieuwe CAP ligt een andere catastrofe op de loer:
de verloedering van het landschap door het verdwijnen van de grondgebonden landbouw en de versterking van de fastfood-eetcultuur.
Herman Versteijlen stelt terecht dat de nieuwe CAP leidt tot versterking van de schaalvergroting en dat de afbraak van de grondgebonden landbouw door de nieuwe subsidieregeling nog sneller zal optreden (NRC Handelsblad, 8-07-2006). De landbouw zal uit Nederland verdwijnen. In 2004 hielden elke dag vier agrarische bedrijven ermee op. Maar de nieuwe subsidieregeling zal in nog sterkere mate de grondgebonden melkveehouderij verjagen. Zonder inkomenssteun en exportsubsidies zullen in 2023 alleen al in Friesland maximaal 1.500 van de huidige 4.500 Friese melkveebedrijven overblijven. Tegen die tijd zal een gemiddeld bedrijf meer dan tweehonderd dieren tellen: de betonkolossen zullen het platteland vullen!
Ook de eetcultuur wordt getroffen, want de nieuwe subsidieregeling maakt suiker- en energierijke voeding opnieuw goedkoper
- alsof we daarop zaten te wachten met de nog steeds groeiende trend van overgewicht en obesitas.
De kern van deze problemen
Alles wat er op het landbouwgebied de laatste jaren is gebeurd, of met goede of met slechte bedoelingen, is verkeerd uitgepakt. De landbouwpolitiek heeft geleid tot nog meer grootschalige bedrijven met een enorme druk op kippen, varkens en koeien om steeds meer vlees en melk te produceren tijdens nog kortere levens.
Ook de deskundigen weten het niet meer, vooral omdat ze nauwelijks gewend zijn over de grenzen van hun vak te kijken.
Een voorbeeld: deskundigen als Katan en Fresco (de Volkskrant,12-02-2007) moedigen dikke Nederlanders aan minder te eten, maar ze vergeten dat een dergelijke boodschap meestal betekent dat er nog minder groente en fruit wordt gegeten, en dat zij, door dikke mensen direct verantwoordelijk te maken voor hun overgewicht, stigmatiserend overkomt. Communicatiewetenschappers maken er steeds weer op attent dat de campagneboodschap van voedingscentra en deskundigen niet overkomt omdat die niet aanluit bij de betekenis, leefwereld en interessen van de doelgroepen (o.a. NRC Handelsblad, 13-02-2007). Een breder geïnformeerde deskundige als Michael Pollan beveelt dan ook aan: eet minder, maar eet meer fruit en groenten (New York Times, 28-01-2007).
De kern van al deze problemen is de enorme kloof tussen consumenten en producenten en de gebrekkige overheidsregie.
De consumenten hebben zich in de luren laten leggen met de zeer beperkte vrije keuze tussen een goedkoper of minder goedkoop product. Consumenten kunnen nauwelijks invloed uitoefenen op smaak, milieukwaliteit en sociale kwaliteiten van de voedselproductie. Ook in het kieshokje heeft de burger geen macht, want voeding en landbouw is geen politiek thema. Het Nederlandse ministerie van Landbouw heeft de afgelopen decennia een beleid van pappen en nathouden gevoerd, en heeft de trends tot grootschaligheid en tot afbraak van de grondgebonden landbouw bevorderd. De voortdurende nadruk van het ministerie op ‘zorgen dat partners iets doen’ en
de weigering om te ‘zorgen voor ethisch verantwoorde producten’, legt alle verantwoordelijkheid bij de machtigste marktpartijen, die ongehinderd door kunnen gaan met het op de schappen plaatsen van vette, energierijke en ethisch kwestieuze voeding.
Je hoort de uitvluchten van collectieve onverantwoordelijkheid: de overheid kan niet ingrijpen; de markt doet wat de consument wil; de burger wil wel, maar heeft geen invloed;
en de consument vertrouwt niemand en koopt dus het goedkoopste.
Het kind van de rekening zijn de dieren, de natuur (milieu), ontwikkelingslanden en de volgende generaties. Zij worden opgezadeld met een systeem van voedselproductie dat niet let op smaak, natuur, milieu, dierenwelzijn en menselijke maat.
Negen aanbevelingen
Wanneer je deze lange lijst van problemen overziet, waaraan bijvoorbeeld nog honger of zoönosen (SARS!) kunnen worden toegevoegd, vraag je je af hoe het zover heeft kunnen komen en wat we eraan kunnen doen. Laat ik wat suggesties doen voor verandering.
1. Steun grondgebonden landbouw in Nederland op alle fronten.
Grondgebonden landbouw betekent afwisselend weilanden met zwart-witte of bonte koeien, geriefbosjes, houtkaden, hakhoutwallen, sloten en bruggetjes. Grondgebonden landbouw is ambachtelijk. Natuurlijk kunnen er computers worden gebruikt, modern vervoer, genetische technieken of gsm. Ambachtelijk is niet antitechnologisch. Maar het blijft grondgebonden: ‘buiten’ speelt een essentiële rol en de natuur is niet alleen op het beeldscherm te zien.
Er zijn veel goede argumenten waarom grondgebonden landbouw in Nederland moet blijven. Het is een grote vergissing te denken dat je kunt beseffen wat natuur is door er alleen naar te kijken.
Wanneer je de natuur alleen ziet als behang of decor, zonder er daadwerkelijk bij betrokken te zijn (hoe dan ook: als wandelaar of fietser, als spelend kind, als leerling of student, als tuinier, als boer) dan leidt dat tot overschatting van de eigen mogelijkheden en verwaarlozing van de specifieke kenmerken van de natuur. Door te beleven hoe planten groeien of een dier eten zoekt, merken mensen dat het natuurleven eigen wegen kent, en niet totaal maakbaar is. Mensen leren zo op allerlei manieren hun zintuigen te gebruiken. Via actieve betrokkenheid met landbouw en natuur leren mensen dat ze afhankelijk zijn van natuurprocessen en dat deze een belangrijke betekenis hebben en zin kunnen geven aan je leven.
Maatschappelijk gezien betekent direct contact met de natuur dat er minder kans is op overmoedige burgers, die alles denken te kunnen claimen, en menen dat alles grenzeloos is en dat de natuur eindeloze stromen grondstoffen uitbraakt.
Wanneer grondgebonden landbouw een plaats heeft in de samenleving ontstaat er ook een ander voordeel. Wat dichtbij wordt geproduceerd, kan gemakkelijker volgens de eigen maatschappelijke normen worden gestuurd en gecontroleerd. Iedere grondgebonden boer die verdwijnt, is er één te veel.
2. Communicatie en educatie over landbouw en natuur is een must
Laat kinderen van de grondgebonden landbouw leren.
Processen van geboorte, groei en verval oefenen op kinderen een ongekende fascinatie uit (en niet alleen op hen natuurlijk). Nog een reden om grondgebonden landbouw te steunen. Maak smaaklessen tot een verplicht onderdeel op alle scholen.
3. Slecht de barrières waar ethisch bewuste consumenten telkens op stuiten.
Volgens talrijke enquêtes maakt ongeveer een derde tot tweederde van de consumenten zich bezorgd om de voedselproductie. Het kan hierbij gaan om het welzijn van dieren, maar ook om de verslechterde kwaliteit van het landschap, onrechtvaardige handel of een nadelige invloed op het milieu. Onbesproken voedsel is voor deze bewuste consumenten niet de moeite waard. Ethisch verantwoord consumeren en produceren neemt vele vormen aan, maar er zijn talrijke barrières. De kloof tussen hoe burgers willen consumeren en hun werkelijke koopgedrag (soms zelfs hypocrisie genaamd) wijst op niets anders dan deze barrières.
Als je ethisch inzichten hebt waar je je aankopen op wilt baseren, kun je daar over het algemeen niet naar handelen.
Het is te gemakzuchtig de consument te verwijten dat deze inconsistent handelt of zelfs hypocriet oordeelt. De ethisch bewuste consumenten hebben grote moeite goede informatie en goede producten te vinden.
Traceerbaarheid is nu gericht op verhindering van besmetting en verontreiniging. Ethische traceerbaarheid helpt consumenten bij hun streven naar een meer morele consumptie door duidelijk te maken welke afwegingen producenten hebben gemaakt met betrekking tot dierenwelzijn, milieueffecten, fair trade, gezondheid en prijs.
Betrek consumenten bij het vaststellen van ethische traceerbaarheid van dierenwelzijn, milieueffecten en fair trade.
4. Bedrijfsleven en overheid dienen totale duidelijkheid te geven over herkomst en productiewijze van producten en dienen af te zien van irrelevante reclame voor zogenaamd ‘gezond voedsel’.
Nog steeds is er weinig transparantie in de keten, terwijl de hoeveelheid geld die besteed wordt aan reclame ontzagwekkend is (jaarlijks ongeveer 40 miljard).
Dwing de sterkste ketenpartners, zoals de supermarkten en de grote voedingsbedrijven, meer duidelijkheid te geven over waar hun voedingsproducten vandaan komen,
en schrijf voor dat ze een tiende van hun reclame uitgaven besteden aan onafhankelijk geproduceerde informatie.
Verbied televisiereclame voor junkfood.
5. Vermijd dat voeding als brandstof wordt gezien.
In veel expliciete en impliciete boodschappen van overheid en bedrijfsleven wordt voeding als brandstof gezien. Ook in de berichten van het Voedingscentrum wordt
voeding alleen maar gewogen, geteld en gemeten. De kwaliteit van de voeding doet er voor het Voedingscentrum niet toe,
zoals blijkt uit de bekende kandidaten voor haar jaarlijkse voedingsprijs, een industrieel yoghurtje of zoutig soepje. Maar het is een grote fout voeding als brandstof te zien:
voeding heeft een multifunctionele betekenis, omdat het mensen met de natuur en hun lichaam in contact brengt, sociale contacten bevordert en de identiteit van mensen bepaalt.
De overheid heeft er groot belang bij dat mensen informeel bij elkaar komen. Voeding helpt daarbij in belangrijke mate (kom je een kopje koffie drinken?). Ook bedrijven kunnen alleen maar een langdurige vertrouwensrelatie opbouwen met hun klanten wanneer ze voeding zien als een waardevol goed, niet als een brandstof die er nauwelijks toe doet.
6. Zorg voor goede certificatie- en evaluatiesystemen van keurmerken.
Steeds meer nieuwe logo’s, vooral gezondheidskeurmerken, duiken op. Er is een opwaartse (Europese) druk (ook voelbaar in de VS en Canada) in de richting van meer dierenwelzijn, milieu en fair trade, en die leidt tot een wildgroei aan keurmerken. Deze chaos kan alleen worden teruggedrongen door onafhankelijke evaluatie daarvan.
Er is grote behoefte aan een systeem dat deze keurmerken evalueert.
Ook is er een evaluatiesysteem nodig dat grondgebonden boeren met hun producten beoordeelt, zodat deze grotere bekendheid krijgen.
Deze evaluatie- en certificatiesystemen hoeven niet door de overheid te worden ingericht;
consumentenorganisaties of groepen betrokken burgers en boeren kunnen dat net zo goed doen.
7. Laat ethische kwaliteit van de voedingsproducten een duidelijk verschil maken en certificeer dat verschil. Zorg voor uitgekiende kwalificatieschema’s.
Laat boeren concurreren op kwaliteit en niet op prijs!
Laat de ambachtelijke grondgebonden boeren niet vallen onder de kwaliteitsschema’s van de grote industriële spelers. Dwing de sterke verwerkende ketenpartners rekening te houden met differentiatie van de aangevoerde waar. Bijvoorbeeld: de melk van koeien die uitsluitend gras eten dient als ‘grasmelk’ te worden verwerkt en in de winkel als zodanig herkenbaar te zijn.
8. Maak duidelijke, streekgebonden plannen hoe de teruggang van grondgebonden boeren tegen te gaan en laat de uitvoering van deze plannen controleren door consumentengroepen.
Deze plannen moeten ook hulp bieden aan boeren die willen overstappen naar grondgebonden landbouw, zodat starters en overgangers meer hulp (financieel, belastingtechnisch en inhoudelijk) krijgen.
9. Maak het mogelijk dat consumenten financiële en andere voordelen krijgen als ze grondgebonden boeren steunen via acties als adopteer een kip, koe, boom, boerderij, of boomgaard.
Michiel Korthals
U kan dit artikel in afdrukbare, doorlopende tekst hier downloaden.
conclusie:
Michiel Korthals haalt zwaarwichtige argumenten aan om de burger (als consument) ernstig te nemen. Zowel fairtrade als korte keten dragen belangrijke argumenten in zich om de burger weerbaar te maken tegen kort-door-de-bocht-verhalen, welke veel belangengroepen, transnationale bedrijven en politici plegen te doen. In quasi álles aangaande voeding en landbouw, zoals de auteur zeer pertinent argumenteert. We concentreren ons hier nu echter even verder op fairtrade en korte keten.
Fairtrade en korte keten zijn als het ware educatieve werkvormen, die intrinsiek een grote meerwaarde in zich dragen, maar ze worden – mede door hun inherent kwetsbare positie binnen het ‘wereldmarktmodel’ van de vrijhandel – nog te vaak aan de huisvrouw of -man gebracht met argumenten, die al even kort door de bocht dreigen te gaan.
Doch, sprookjes bestaan niet. Het moet daarom ook ten stelligste vermeden worden de burger te verleiden met makkelijke, hapklare, maar an sich soms misleidende verhalen. Want vooralsnog blijven het – zeer zeker zinvolle – verhalen, met een open einde; die vertellen over een avontuurlijke zoektocht. Maar geen van beide modellen is dus “af”.
Het consumentenkapitalisme heeft de burger onzeker, argwanend en onhandelbaar gemaakt. De consument weet niet meer waar hij aan toe is. Zij die ijveren voor fairtrade en korte keten moeten dus
- zorgvuldig zijn in hun argumentatie en bewijsvoering,
- en bovenal de consument én de boer als mondige burgers betrekken en hen zélf het slotstuk laten schrijven.
M.a.w., ook zij moeten (met) bewijzen het vertrouwen van de burger (te) verdienen. Enkel op deze manier kan uiteindelijk – middels de nu zichzelf toegedichte – transparantie tot meer consumentenbewustzijn en -actie leiden.
Het campagnemodel FairTradeGemeente is hier (in Vlaanderen) goed naar op weg.
Fairtrade en korte keten zijn uiteraard geen vormen van bedrog.
Ze dienen beide echter gezien te worden als een opstap naar méér autonomie.
Niet naar nóg meer ketenen door vrijblijvende claims en andere verkooppraatjes.Beide dienen ingeschakeld te worden in een eetcultuur, waarbinnen voeding gebracht wordt als een waardevol goed, niet als een brandstof zondermeer.
In een komende bijdrage op regiofair.wordpress.com zullen we een aantal ideeën aanreiken omtrent hoe samen-werken aan de weerbaarheid van de consument kan leiden tot een meer geëngageerd consumptiepatroon inzake fairtrade en korte keten.
Geloof niet in het gevaar van bio-diesel of andere ficties rondom de voedselcrisis
De stabiliteit van de boerenlandbouw, en daarmee de continuïteit van de voedselvoorziening is sinds het midden van de jaren 90 in snel tempo verslechterd. De oorzaak is niet ‘het gevaar’ van bio-diesel, maar wel de vrijhandel – met de wereldmarkt als enige regulator – ten voordele van de voedselimperiums.
|
|
||
Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar transitiestudies aan de Landbouwuniversiteit van Wageningen, publiceert in juni 2008 een boek over boerenlandbouw en voedselimperia bij het Londense Earthscan.
In NRC Handelsblad (Nederland) van 10 mei 2008 verscheen een essay van hem, dat niet anders leest dan een pleidooi voor regiofair.
Je kunt een gesprek met de auteur over zijn boek zien/horen in het programma Desmet Live van dinsdag 27 mei 2008.
don’t believe the hype

De kop van het artikel luidt: “Geloof niet in het gevaar van bio-diesel of andere ficties rondom de voedselcrisis”. Hij waarschuwt voor de comfortabele opvatting welke vandaag unisono weerklinkt uit de monden van politici tot derdewereldactivisten, met name “bio-energie staat opeens voor iets dat niet hoort: het steelt het voedsel van het bord van de arme medemens”. Van der Ploeg pleit voor argwaan en meent dat waar deze mening postvat, de échte drama’s ‘niet meer hoeven te worden belicht ‘…
Enkele quotes:
Wie, zoals de Engelse premier Gordon Brown (en na hem nog vele anderen) de bio-energie duidt als het grote kwaad, die kan zwijgen over de effecten van de neo-liberale herordening van landbouwproductie en voedselmarkten.
Het is waar dat er gigantische mogelijkheden zijn om de landbouwproductie op wereldniveau (inclusief de teelt van bio-energie) verder op te voeren. Het drama is echter dat we voortdurend inzetten op drie factoren die elkaar tegenwerken. Wat aan de ene kant wordt opgebouwd, wordt aan de andere kant weer net zo hard tenietgedaan.
Die drie factoren zijn volgens van der Ploeg:
- het terugdringen van de ‘boerenlandbouw’,
- het in stand houden van de wereldmarkt
- en de opkomst van nieuwe voedselimperia.
Als deze elementen serieus in de analyse worden betrokken dan blijkt dat het er met de voedselsituatie in de wereld alleen nog maar erger op gaat worden.
‘Ondernemerslandbouw’ is landbouw die sterk op de markt is geörienteerd en die wordt gekenmerkt door doorgaande expansie, vaak gefinancieerd met leningen en mogelijk gemaakt door nieuwe technologiën. Zo ontstaan grote agrarische ondernemingen die indrukwekkend ogen.
Maar schijn bedriegt.
Grote ondernemingen vervangen vaak tien kleinere die samen meer opbrachten.
M.a.w., dit zijn vormen van…
contra-productiviteit die de vooruitgang, die ook wordt geboekt, vaak ten dele en soms helemaal teniet doen.
Met een opmerkelijk bijkomend fenomeen in tijden van voortdurend lage prijzen:
de grootschalige bedrijven stoppen ermee, iets wat in de boerenlandbouw, van oudsher en ondanks alle problemen de drager van voedselzekerheid, nooit voorkomt.
Van der Ploeg heeft de moed als academicus het neoliberale voedselregime, dat de wereldmarkt als ordenend principe hanteert, ronduit te veroordelen. Hij wil af van de “ondernemerslandbouw” ten voordele van de kleine (familiale) boerenbedrijven. Wereldhandel, zo stelt hij, leidt tot ecologische wanorde.
Het lot van land en mensen overlaten aan de markt, komt overeen met de verwoesting ervan.
citeert hij Polayni, die dit alles in de jaren vijftig van vorige eeuw reeds zag aankomen.
Verder deelt hij de mening van Harriet Friedmann, een deskundige op het gebied van internationale voedselregimes:
De landbouw van deze wereld is niet meer in de allereerste plaats gericht op het voeden van de wereldbevolking, maar op ‘het voeden van imperia’.
Over die imperia:
Tot voor kort was de voedselvoorziening op veel plaatsen in de wereld een ‘publiek domein’ van eindeloos veel kleine producenten en een regulerende overheid. Dit publiek domein is in het afgelopen decennium razendsnel geprivatiseerd. De voedselvoorziening is nu een speelveld van nieuwe imperia die, als het nodig is, de markt met extra-economische macht naar hun hand kunnen zetten.
Hierin schuilt een groot gevaar voor eenieder van ons:
- voor boeren zijn ze in toenemende mate een onvermijdelijk afzetkanaal,
- voor veel consumenten zijn ze noodzakelijk geworden om toegang tot voedsel te verkrijgen.
alternatieven
Toch ziet de hoogleraar uit Wageningen nog een weg terug uit een wereld waarin schaarste en overdaad, honger en obesitas, concurrentie om schaarse hulpbronnen en gelijktijdige verkwisting zich allemaal tegelijkertijd voordoen:
- het stimuleren van boerenlandbouw,
- het voeren van een verstandig landbouwbeleid en, bovenal,
- een eerlijke en duurzame ordening van internationale handelsstromen.
Aangaande de hype rond de voedselcrisis besluit van der Ploeg stellig:
De wrange ironie is dat er bovenal wordt gewaarschuwd tegen ‘marktverstoring’. Derdewereldlanden die landbouwexporten beperken, of zoals Argentinië op dit moment doet, extra belasten, om voor de eigen bevolking de voedselvoorziening veilig te stellen zouden de markt ‘verstoren’. Zo ook zou het stimuleren van een gedecentraliseerde opwekking van bio-energie ‘marktverstorend’ zijn. Degenen die dit zeggen, bedoelen dat de ‘markt’ er enkel is ten behoeve van de nieuwe imperia.
M.a.w., dit essay van Jan Douwe van der Ploeg is niet meer of minder dan een pleidooi voor regiofair. Een bundeling van de krachten van korte keten en eerlijke handel!
Je kan het volledige essay hier downloaden in .pdf-formaat.
Het boek “The New Peasantry . Struggles for autonomy and Sustainability in an Era of Empire and Globalization” is inmiddels verschenen bij Earthscan.
Ook zo benieuwd of van der Ploeg zich dit jaar aan een paar geitenwollensokken mag verwachten tijdens het kerstfeestje op Wageningen Universiteit?
Meer lezen:








