recepten en nieuwsjes vanuit de Dorpsstraat, nummer 31


aspirant-Marketeer van het Jaar Koen Van Bockstal (Oxfam Fairtrade) is niet meer verdacht

Dit artikel verscheen eerder op trends.be i.h.k.v. de verkiezing “Marketeer van het Jaar”.
Lees ook: Koen Van Bockstal speecht voor de Stichting Marketing

Koen Van Bockstal (48) toont zich verrast bij de laatste drie voor de eretitel Marketeer van het Jaar te zijn. Hij komt immers uit een op het eerste gezicht minder commerciële hoek. Van Bockstal is gedelegeerd bestuurder van Oxfam Wereldwinkels en van Oxfam Fairtrade in ons land.


Koen Van Bockstal – Oxfam Fairtrade

“Ik ging ervan uit dat een kandidaat uit de eerder traditionele hoek meer aan het profiel van de Marketeer van het Jaar zou beantwoorden. Dat blijkt een vergissing te zijn.” Zijn kandidatuur geeft exposure aan Oxfam Wereldwinkels en Oxfam Fairtrade. Van Bockstal is dan ook vooral blij voor de organisatie dat hij in de finale zit.

  

Oxfam Wereldwinkel was in het verleden een organisatie die vooral naar de – politieke – boodschap keek. Marketing was verdacht, een onderdeel van het establishment dat de ontwikkelingslanden ‘eronder’ hield. Die wat extreme opstelling is bij de vrijwilligers van Oxfam Wereldwinkels verdwenen. “Bij de groep vrijwilligers leeft nu het idee dat marketing noodzakelijk is, maar dat die niet in de plaats van de boodschap mag komen.”

Minimaal marketingbudget

 

Oxfam Wereldwinkels en Oxfam Fairtrade brengen producten uit de ontwikkelingslanden voor een correcte prijs op de markt, in de eigen winkels en meer en meer ook in de reguliere supermarkten. Oxfam heeft een beperkt marketingbudget. Van Bockstal zegt dat de marketinggedachte al aanwezig was toen hij twee jaar geleden aan het roer van de onderneming kwam, maar dat er nog te veel voor de eigen parochie werd gepreekt.

Van Bockstal sprak tijdens het congres van de Stichting Marketing in 2007 en toonde daar de BV-campagne die Oxfam sinds enkele jaren voert. “De helft van de deelnemers had die nog nooit gezien. Dan ben je intern misschien wel goed bezig geweest, maar extern niet goed genoeg”, zegt hij. Van Bockstal ziet zich in de marketing meer als een katalysator. Zijn inbreng is vooral meer focus brengen en het enthousiasme van de medewerkers en vrijwilligers in een stroomversnelling krijgen. Dat leidt ook tot resultaten: de omzetgroei van Oxfam Fairtrade zit in de dubbele cijfers. Die omzet bedraagt 21 miljoen euro. En daarvan besteedt het slechts 1 procent aan marketing.

‘Stop met je te ergeren’

 

Retail is Van Bockstal overigens niet vreemd. Na studies geschiedenis en zijn legerdienst gaf hij twee jaar les en bleef daarna als huisman thuis. Hij verzorgde de opvoeding van zijn zoon, terwijl zijn vrouw bleef werken. In die periode was hij actief als freelancejournalist voor De Morgen. Toen er twee jaar later een dochter kwam, bleef zijn vrouw thuis en zorgde Van Bockstal voor het gezinsinkomen.

Hij begon als filiaalmanager van Free Record Shop in Gent, groeide door naar hoofd inkoop van die keten in ons land, stapte over naar de platenbusiness bij BMG en werd in 1994 general manager van MCA. Drie jaar later kreeg hij de verantwoordelijkheid bij Sony Music Entertainment, waar hij tot 2006 bleef. In dat jaar maakte hij een minder geslaagd uitstapje naar het Internationaal Film Festival van Vlaanderen.

Begin 2007 trad hij in dienst van Oxfam, aangespoord door zijn kinderen, kritische pubers. “Ze zeiden: ‘Je hebt wel veel maatschappijkritiek, maar wat doe je eraan behalve her en der een gift. Is dat niet te gemakkelijk? Stop dan met je te ergeren’. Dat kwam hard aan. Ik had toen het geluk dat Oxfam een gedelegeerd bestuurder zocht met een duidelijker managersprofiel.”

discussie op Foodlog.nl: Is voedsel een maatschappelijke dienst?

Geplaatst in Blogroll, Dick Veerman, landbouw door de verbaasde kabouter op de vrijdag, 28 augustus 2009
Tags: , , , ,

De vraag van 64,000,000: Is voedsel een maatschappelijke dienst?
Of zijn boeren alleen nog goed voor hun Pukkelpopwei?
Niet voor een eerlijke melkprijs?

Dicussieer mee op foodlog.nl:
http://www.foodlog.nl/debat/bericht/is_voedsel_een_maatschappelijke_dienst1/

Foodlog in de race voor de BOB’s: stem jij mee?

Geplaatst in Dick Veerman, deruitgepikt, vanopeenander door de verbaasde kabouter op de woensdag, 29 oktober 2008
Tags:

Dit bericht werd overgenomen van Foodlog.nl. Ik wens hun bij deze alle succes.

Foodlog.nl brengt dagelijks het verhaal achter eten, hoe het op je bord belandt en wat het doet in je lijf. Kritisch, serieus, soms met emotie, soms met een dubbele bodem, soms luchtig of een vette knipoog. En af en toe met een erotisch recept.

De Nederlandse site Foodlog is in de race om het beste weblog van de wereld te worden. Volgens de standaard van de blogwedstrijd the Best of the Blogs (The BOBs) tenminste. The BOBs zijn ook dit jaar op zoek naar de beste weblogs in elf talen, waaronder dus het Nederlands. Het is de vijfde keer dat Duitse publieke omroep Deutsche Welle the BOBs organiseert, in Nederland doet Radio Wereldomroep dat, schrijft Bright.

Dank aan Bright voor deze aardige manier van presenteren, maar laten we er – zoals de

commentatoren daar al zeggen – nou ook weer niet al te serieus over doen.

Voorlopig staan we in ieder geval in de staart van het classement. Een Chinese site staat bovenaan. Ik weet niet of een paar Nederlandse stemmen dat kunnen verhelpen ;-)

Hugo Rombouts (CEO Rombouts koffie) – “Ik word verschrikkelijk boos van logo’s die doen alsof ze Fairtrade zijn.”

rubriek – “aan het woord” : Hugo Rombouts (CEO)

Aan de ene kant is Hugo Rombouts andersglobalist, aan de andere kant zakenman. En soms botst dat. Rombouts staat gekend als bijzonder hardgekookt. Aan neplogo’s, die de groeiende interesse in fairtrade misbruiken, heeft hij bijvoorbeeld een broertje dood…

“Mijn standpunten zijn hard, mijn overtuigingen fel. Te fel misschien. Fairtrade is koffie waar je minstens 126 dollarcent per pond voor betaalt. Rombouts heeft vorig jaar bijna de hele oogst van Max Havelaar van Zuid-Mexico opgekocht aan een meerprijs van 1 miljoen euro. Alléén dat is Fairtrade. Ik word verschrikkelijk boos van logo’s die doen alsof ze Fairtrade zijn. Om nog te zwijgen over marketingtechnieken die niet oprecht zijn.”

“1 2 3 Spresso, ons espressosysteem, is minder bekend dan Senseo. Maar wij zijn niet zoals Senseo. Het is andersom. De koffiefilter bijvoorbeeld is een Romboutsuitvinding sinds 1958.”

 

Datum originele publicatie: zaterdag 15 juni 2006 op www.vacature.com.

Op de website van Rombouts-koffie heel wat bijkomende informatie over fairtrade en verantwoord ondernemen binnen het bedrijf.

 


Hugo Rombouts

Frans Rombouts is de man met de snor die 110 jaar geleden een trommel huurde om zelf koffie te branden.Zijn portret hangt levensgroot in het kantoor van zijn kleinzoon, Hugo Rombouts, anno 2006 ceo van Rombouts. Zijn koffierijk is goed voor 9 miljoen ton koffie per jaar. “Soms knipoog ik even naar mijn peter.” Een smakelijk leesstuk voor bij uw kopje troost.

Soms kosten metaforen geen moeite. Hugo Rombouts is zoals de bonen die hij verkoopt. Hij heeft twee helften, maar samen ademt alles koffie. Hij levert koffie aan Alain Ducasse (chef-kok met drie sterren in Parijs, drie in Monaco en drie in New York) en drinkt graag een zjat in Café Beveren (Antwerps volkscafé met een luidruchtig automatisch draaiorgel). “Het één sluit het ander niet uit”, vindt hij. “Ik hou van vermengingen. Ook al geef ik die indruk misschien niet.” En inderdaad hij geeft de indruk niet. De man is elegant, beleefd en draagt een net pak met gouden manchetknopen.

Vijf tanks en tien mitrailleurs

Aan de ene kant is Hugo Rombouts andersglobalist, aan de andere kant zakenman. En soms botst dat. “Ik zoek permanent naar een evenwicht”, zegt hij. “Niet erg, het is de olie in de alternator. Het hoeft niet gemakkelijk te zijn. Uiteraard gaat het om het zakencijfer en de winst, maar niet zonder maatschappelijke voldoening. Het klinkt misschien halfzacht en idealistisch, maar ik kan u verzekeren dat ik bekend sta als bijzonder hardgekookt. Mijn standpunten zijn hard, mijn overtuigingen fel. Te fel misschien.

Fairtrade is koffie waar je minstens 126 dollarcent per pond voor betaalt. Rombouts heeft vorig jaar bijna de hele oogst van Max Havelaar van Zuid-Mexico opgekocht aan een meerprijs van 1 miljoen euro. Alléén dat is Fairtrade. Ik word verschrikkelijk boos van logo’s die doen alsof ze Faitrade zijn.

Om nog te zwijgen over marketingtechnieken die niet oprecht zijn. Pas op, er zijn een hoop keurmerken die iets bijdragen, evenwel zonder Fairtrade te zijn. Rombouts heeft ook koffielabels zonder het keurmerk van Max Havelaar, maar daarvan zeg ik niet dat het Fairtrade is. Sterker nog, het is unfair trade. De verhouding tussen noord en zuid klopt niet.

Als iemand twee hotels neerzet in de Nieuwstraat van Monopoly, weet je dat het spel op zijn einde loopt. Als ik terugkom van bezoeken aan plantages in Ethiopië of Guatemala, schaam ik me altijd een beetje. De grote zorgen van hier zijn eigenlijk maar kleintjes.

Succes heeft alles te maken met omzet en financiële resultaten, tegelijk met een goed product en aandacht voor de omgeving en de maatschappij. Ken je het verschil tussen strategie en tactiek? Strategieën zijn plannen. Tactiek is de toepassing in de praktijk. Zo heeft mijn tankverleden me geleerd. Als reserveofficier was ik verantwoordelijk voor vijftien manschappen, tien mitrailleurs, vijf tanks en vijf kannonnen. Het was een fantastische tijd, allicht vooral omdat het vredestijd was.”(lacht)

Vogels in het wapenschild

“Let op”, zegt Hugo Rombouts, “met vragen over koffie, want ik blijf erover bezig. Als mensen mij vragen wat mijn beroep is, antwoord ik altijd koffiebrander, nóóit manager. Koffie kopen, mengen en branden is zo plezant, mevrouw. Daarom verkoop ik de zaak ook niet aan een grote koffiegroep. Dat we daardoor minder slagkracht hebben op de markt, kan me niets schelen. Wij doen bij wijze van spreken aan marketing met een megafoon, terwijl grote groepen een hele geluidsinstallatie ter beschikking hebben. Zoiets heeft soms nadelen. 1 2 3 Spresso, ons espressosysteem, is minder bekend dan Senseo. Maar wij zijn niet zoals Senseo. Het is andersom.”

Blijkt dat 1 2 3 Espresso al op de markt is sinds 1999, twee jaar voor Senseo. Bij Rombouts kennen ze wat van nieuwe uitvindingen. De koffiefilter bijvoorbeeld is een Romboutsuitvinding sinds 1958. Maar Hugo Rombouts wil niet zeuren. “Wij gaan onze eigen gang. Grote koffiegroepen weerhouden ons er niet van om ieder jaar vooruit te gaan. Vroeger kreeg ik geregeld appels du pied, stille geïnteresseerde wenken van multinationals, maar ze zijn gestopt met het te vragen. Ik heb nooit getwijfeld: ik verkoop niet.

Waarom zou ik?Om financiële motieven? Ach. De winst verdubbelen is zo moeilijk niet. Je zorgt er gewoon voor dat alles efficiënter wordt. Rentabiliseren noemen de managers het. De koffie wordt er in eerste instantie niet eens slechter van. Mijn volgende stap is een omzet van 150 miljoen, maar ik wil niet groeien aan eender welke prijs.”

Voor Hugo Rombouts moeten de zaken kloppen, getuige het wapenschild van de familie: wit met drie zwarte keperlijnen (vogels, nvdr) erop. “De pluimen en de helm zijn pas later bijgekomen”, lacht Rombouts. “De twee keperlijnen zijn de tekens van mijn grootvader. Goedgekeurde koffie vinkte hij twee keer aan. We hebben er zelf nog een vogeltje aan toegevoegd. Ik ben opgegroeid met de geur van koffie. Toen ik vijf jaar was reed ik met mijn vader mee om koffie te gaan leveren bij de klanten. Het zat er van jongs af ingebrand dat ik ook in de koffie zou gaan.”

Twaalf bankiers op de koffie

Hugo Rombouts was 23 jaar, pas afgestudeerd en net afgezwaaid toen hij naar Nice vertrok om er de koffiebranderij van Café Malongo te gaan leiden. De Romboutsen wilden een poot in het zuiden en stuurden een kleinzoon uit. “Het voordeel was dat de verantwoordelijkheid in Nice kleiner was dan hier. De branderij was minder groot. Bovendien heeft de stichter van Café Malongo me een paar jaar geholpen. Mijnheer Fulconis was als een tweede vader voor mij. Een paar maanden geleden ben ik helaas naar zijn begrafenis geweest. 92 jaar is hij geworden.”

Rombouts is een pendelaar. Om de tien dagen vliegt hij van Nice naar Antwerpen en weer terug, en wel sinds de jaren ‘80. Het ging slecht met de koffiezaken en Hugo Rombouts werd terug naar Antwerpen geroepen. Niet gemakkelijk. Ten eerste omdat hij intussen getrouwd was in Nice én twee kleine Niçoisejes had. Bovendien stond het water Rombouts aan de lippen. De koffieprijzen schommelden wild en kleinere koffiebranders hadden het moeilijk om overeind te blijven. Twaalf bankiers kwamen tegelijk op de koffie met maar één vraag: geld. Hugo Rombouts vroeg zes maanden respijt, zette de tering naar de nering, verkocht zijn Porsche en begon opnieuw met een R5-je. “Om te meerderen moet je kunnen minderen.

Ik ben geen patriarch die me aan dingen vastklampt”, zegt hij meer dan 20 succesvolle jaren later. Er zit nog altijd pit in Rombouts Koffie. Hugo Rombouts pendelt namelijk heen en weer met zijn 28-jarige zoon Xavier. “Ik wil mijn opvolging goed voorbereiden”, zegt hij en hij schenkt de koppen nog eens vol.

Hugo de koekjesproever

Stichter Frans Rombouts kijkt goedkeurend toe vanuit zijn fotolijst. “Ik herinner me mijn peter vooral als iemand die graag hovenierde”, vertelt zijn kleinzoon. “Ik had veel respect voor hem. Hij hield van cultuur en verfijning, maar bovenal was hij een hele goede koffieproever. Het beeld staat me nog scherp voor de geest. Hij was gevat en deed zijn zeg.”

Rombouts legt uit waar je op moet letten om koffie te proeven. “De botanische soort, de hoogte van de plantage, de manier van oogsten, zijn de takken gestript of werden de rijpe bessen met de hand geplukt…” Rombouts glimlacht. Hij had tenslotte gewaarschuwd voor zijn passie. Maar de passie gaat verder dan koffie. In de koffieproeverij, naast zijn kantoor, staan (buiten koffiestalen, espressomachines en proefkoppen) drie grote kartonnen dozen met koekjes. Op een koekjeslijst (met kokosschilfers, zonder kokosschilfers, aardbeienjam, chocolade, nootjes…) staan de nummers 67, 56 en 70 aangeduid. “Inderdaad, ik test koekjes”, zegt Hugo Rombouts. “We hebben een nieuwe koekjesleverancier dus ik moet het assortiment bekijken. Rombouts koffie is marktleider in de horeca. Suiker, melk en koekjes zijn belangrijk voor de klant. Ik serveer niet zomaar het eerste het beste speculaasje bij de koffie.”

Naambekendheid doet hem nog altijd plezier. “Laatst kwam ik aan de balie van Zaventem nog iemand tegen met een taverne in Limburg. Zoals gewoonlijk ging het weer van ‘Aha, de Rombouts van de koffie. Ik heb een tijd andere koffie uitgeprobeerd’, zong hij op zijn Limburgs, ‘maar dat pakte niet bij de klanten. Ze willen alleen Rombouts Koffie.’ Zoiets doet mij nu plezier, zie.”

De man
Naam: Hugo Rombouts
Geboren: 5 oktober 1942
Functie: ceo Rombouts
Opleiding: TEW, Ufsia
Woonplaats: pendelt tussen Antwerpen en Nice
Burgerlijke staat: getrouwd
Kinderen: Xavier en Diane
Vrije tijd: “Helikopterskiën. Ik heb afdalingen gedaan in de Himalaya en de Kaukasus, maar ik ski ook graag op piste.”
Pas gelezen: Abessijnse kronieken van Moses Isegawa, de levensloop van een Oost-Afrikaan die naar West-Europa emigreert.
Auto: BMW 745
In de cd-speler: “Grote jazz-klassiekers zoals Dave Brubeck en Miles Davis.”
Lievelingskost: Een kop zwarte koffie met een stuk appeltaart

Het bedrijf
Naam: Rombouts
Product: koffie
Hoofdzetel: Aartselaar en Nice
Aantal werknemers: 550
Merken: Rombouts, Malongo, 1, 2, 3 Spresso
Aantal kilo koffie/jaar: 9 miljoen
Omzet: 115 miljoen euro
Winst: 3 miljoen euro
Groei: 9 %

Werkritme van een farao
De weken van Hugo Rombouts duren drie dagen langer dan gewone weken. Dat wil zeggen: weekends bestaan niet. Zondag is het één keer om de tien dagen, of het nu écht zondag is of niet. “Ik wil me niet voor een farao houden”, zegt hij, “maar sommige farao’s hadden ook een 10-dagen week. Het werkt écht. Mijn tijdsgebruik is efficiënter. Ik win zestien dagen per jaar. Al vind ik het jaar ook te kort. Alles volgt zo snel op elkaar, Kerstmis, Pasen, verjaardagen. Daarom denk ik nu aan jaren van 60 maanden.”

Straffe koffie in Finland
Gevraagd naar de dominantie van Italiaanse koffiemerken antwoordt Hugo Rombout kort en feitelijk: “Koffie groeit niet in Italië. Antwerpen is de grootste koffiehaven ter wereld. Bovendien verbruikt een Italiaan maar drie kilo koffie per jaar. Finnen spannen de kroon met twaalf kilo. Belgen zitten aan zeven kilo per jaar. Hoe noordelijker je gaat, hoe groter de koppen koffie er zijn. Het heeft met het klimaat te maken. Hoe kouder, hoe meer koffie.”

Dit interview verscheen eerder in het gratis weekblad Vacature.

“De koning heeft voor fairtrade gekozen.”

Toen de koning hoorde hoe moeilijk kleine koffieboeren het hebben, aarzelde hij niet, maar bestelde meteen koffie met fairtradekeurmerk bij hofleverancier Rombouts. Zij kopen hun koffie al heel lang bij kleine producenten. Ze kennen hun problemen en de onzekerheid van hun bestaan.

De koning drinkt Max Havelaar-koffie van Rombouts.

“Net daarom zijn we zo tevreden met de fairtradecertificering door Max Havelaar. Dankzij de verkoop van koffie met het Max Havelaarkeurmerk dragen we bij tot de verbetering van de leefomstandigheden voor de kleine koffieboeren. Voor een kleine producent is het belangrijker om te kunnen overleven dankzij een eerlijke prijs, dan dankzij liefdadigheid. Ook de consument heeft daar overigens baat bij. Het zijn vaak de kleine producenten die de beste kwaliteitskoffie leveren.”

“Ik zou blij zijn als al onze koffievariëteiten het Max Havelaarkeurmerk droeg. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. We moeten ook rekening houden met onze klanten en kunnen daarom niet van de ene dag op de andere de kostprijs van ons product verhogen. Het is dus ook een kwestie van communiceren met je publiek. Zodat het zelf andere keuzes wil maken. De klant blijft ten slotte koning.”

Dick Veerman (Foodlog) – “vies van technofood” • Dirk Barrez – “boeren en wereldwinkels: partners?”

rubriek – “aan het woord” : Dick Veerman en Dirk Barrez

Fairtradeproducten staan niet bepaald synoniem voor ‘gezond‘. Alcohol, cafeïne en suikers domineren het assortiment. De allround-bewuste consumente komt er nauwelijks mee aan haar trekken. Nu de kwaliteit niet langer het probleem is, wijzen de woorden van Dick Veerman en Dirk Barrez verder de weg vooruit.

“Je zou één simpele stelregel kunnen hanteren: eet meer vers en onbewerkt en een boel problemen verdwijnen als sneeuw voor de zon.” – Dick Veerman

“Lokale boeren en wereldwinkeliers kunnen misschien best partners zijn en de handen in elkaar slaan.” – Dirk Barrez

 

Kan je het proeven aan zijn taarten of de bakker er met zijn hart bij was? Is ‘bio’ echt beter voor ons lijf en milieu? Ik ken de antwoorden niet, maar wil je weten wat anderen hierover denken, dan moet je op foodlog.nl zijn:

“Foodlog is het dagelijkse bloggazine met achtergronden over eten & drinken, hoe het in je mond belandt en wat het doet in je lijf.”

Wie – zoals ik – consumenten wil sensibiliseren en motiveren om bij hun aankopen van voeding duurzame en gezonde keuzes te maken, raakt niet ver zonder échte interesse voor EN een totaalvisie over voedsel. Daarvoor is er Foodlog.

Want wat is het probleem bij goedbedoelende fairtraders. Ondanks alle energie die ze in hun verhaal steken, slagen ze er maar niet in écht beweging in hun zaak te krijgen. Het gaat teveel over een verhaal en te weinig over gevoel, genot en smaak. Ze hebben niet genoeg overtuigende argumenten, om ook de buurvrouw over de streep te trekken.

De idee om deze pagina te posten, kreeg ik na het achter elkaar weglezen van deze twee artikels van George Monbiot – een radicale denker, bekend van zijn columns voor The Guardian – die zo’n totaalvisie (op voeding) heeft:

  1. Small Is Bountiful (over de toekomst van fairtrade)
  2. Fallen Fruit (over de toekomst van traditionele engelse appelrassen)

“Wie zorgt er voor een échte groene revolutie?”   vraagt Dirk Barrez zich af.

Laat je het antwoord niet influisteren, maar ontdek en beleef het zélf. Veel leesplezier!

 

Datum originele publicatie: zaterdag 15 maart 2008 op www.bndestem.nl.

“niet tegen technologie in ons eten maar tegen de manier waarop”

“De consument weet niet meer waar hij aan toe is”, verzucht Dick Veerman van Foodlog.nl, een eind 2005 gestarte weblog over voeding, die steeds meer mensen weten te vinden.

“Er is behoefte aan meer informatie over de achtergronden van wat we eten. Kijk naar het succes van diepgravender consumentenprogramma’s als Klootwijk aan Zee en De Keuringsdienst van Waarde.”.

grote hoeveelheden maken smaak tot bijzaak

De afgelopen zeventig én tachtig jaar hebben we zowel onze voeding als ons eetpatroon nogal veranderd”, stelt Veerman. Merkfabrikanten bewerken ons voedsel om het altijd en overal hetzelfde te kunnen laten smaken, om het in grote hoeveelheden te kunnen maken, om het zo lang mogelijk te kunnen bewaren en over de hele wereld te verslepen. Smaak is bijzaak. “Het zou best kunnen dat ons lichaam die verandering niet kan bijhouden, zo snel evolueren we niet”, zegt Veerman. “Onderzoek van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) toont aan dat een traditioneel Nederlands aardappelen-, groenten- en vleesmenu op basis van verse ingrediënten een gezondere populatie oplevert dan een industrieel merkenmenu uit pakjes, bakjes, zakjes en flesjes. In plaats van ‘Ik Kies Bewust’ te pakken, zou je een simpele stelregel kunnen hanteren: eet meer vers en onbewerkt en een boel problemen verdwijnen als sneeuw voor de zon.”

met lightproducten krijgen we tientallen kilo’s suikers extra binnen

Met hulp van technologie wordt ons merkvoedsel eerst uitgekleed, om vervolgens te worden aangekleed. Met soms merkwaardige gevolgen. Zo ontwikkelt de voedingsindustrie lightproducten door vet uit het origineel te halen, maar vet is een smaakmaker. Zonder vet minder smaak en een andere textuur. Veerman: “Verwijder je dat vet, dan moet je de smaak door toevoegingen terugbrengen. Zout en suiker zijn de belangrijkste. Het gekke is dat vet verzadigt, maar geraffineerde suiker niet. Vet is al vet, maar van suiker word je hartstikke dik omdat je niet merkt in welke hoeveelheden je het nuttigt. We krijgen per jaar tientallen kilo’s suiker extra binnen, die we kunnen vermijden als we zelf koken.”

kunstvezels pure volksverlakkerij

Wasa bracht recent een knäckebröd op de markt, waar kennelijk eerst de natuurlijke vezels van de granen uit zijn verwijderd. Nu hebben ze namelijk een nieuw type waarin extra vezels zijn gestopt, bedoeld voor een betere stoelgang. “Maar als die vezels met wat technische kunstgrepen synthetisch zijn gemaakt, doen ze niet wat ze zouden moeten doen. Dat toonden onderzoekers van Wageningen Universiteit aan. Ze lijken misschien wel op de vezels die van nature in granen zitten, maar ‘nabouwvezels’ blijken geen goede mest voor je darmflora. Van nature ingebouwde wel. De fabrikant zou dus moeten zeggen wat die extra vezels precies doen. Anders is het pure volksverlakkerij”, meent Veerman.

ons voedsel wordt uitgekleed

Een bizar geval van ‘uitkleden’ is de donkere chocolade waar de bitterstof, een gezonde anti-oxidant, uit is gehaald. Die wordt los verkocht als duur voedingssupplement. “We gebruiken technologie voornamelijk om eten goedkoper te kunnen maken of te ‘verbeteren’ met eigenschappen die er ooit al in zaten. Waarom gebruiken we het niet om dat goede eten lekkerder te maken?”, vraagt Veerman zich af.

supermarkten spelen voedingsproducenten tegen elkaar uit

Hij verzet zich niet tegen technologie in ons eten, maar tegen de manier waarop technologie wordt ingezet. “Supermarktketens spelen voedingsproducenten tegen elkaar uit en dwingen hen voortdurend te komen met nieuwe producten. Binnen enkele maanden moet daarvan alweer een goedkopere versie komen. Dat spel herhaalt zich voortdurend.”

kwaliteit en smaak in plaats van vernieuwing

Veerman vindt het tijd voor een nieuw paradigma waarin kwaliteit en ‘lekkerte’ in plaats van vernieuwing om de vernieuwing en ‘goedkoopte’ voorop staan. “Zorg voor meer smaakkwaliteit in vers en maak verse producten beter houdbaar en makkelijker bereikbaar voor een groot publiek. Ik zeg niet dat iedereen weer de keuken in moet. Dat is een illusie en zal niet gebeuren. Maar je kunt verse waar die goed smaakt met nieuwe technieken wel beter beschikbaar maken voor de consument. Waarom zou je niet dagelijks op een kostentechnisch aantrekkelijke manier vers gemaakte maaltijden kunnen eten bij je baas, of daarvandaan eenvoudig thuis af te maken spullen meenemen naar huis? Je hoeft er niet eens meer voor naar AH.”

appels als moderne techproducten

Als moderne techproducten noemt hij appels. Nu komen er rassen uit Argentinië ons land binnen met de sticker ‘Klimaatneutraal’. Hoe gek kun je het maken? Nieuwe appelrassen als Wellant, Rembrandt, Rubens en Kanzi worden gewoon in Nederland geteeld. Die appels eisen nauwelijks bestrijdingsmiddelen en worden in de herfst geplukt. “Als je ze nu uit de koeling haalt, smaken ze beter dan rechtstreeks van de boom. Dat kan dankzij een verfijnde bewaartechniek waarin de juiste begassing en temperatuurinstellingen wondertjes verrichten.”

nood aan goede bewaar- en smaakoptimaliseringstechnieken

Het schort volgens Veerman aan goede bewaar- en smaakoptimaliseringstechnieken. Daar gaat niet de aandacht naar uit. Ingevoerde papaja’s of mango’s in ons land zijn gewoon stenen en zullen ook nooit meer rijp worden. Zelfs perziken en pruimen in de zomer zijn hard, onrijp en niet te eten. Dankzij betere bewaarmethoden en andere ingrepen kan dat anders. “Nu ligt de nadruk alleen op efficiënte productie en niet op smaak en kwaliteit.”

mensen herkennen de smaak van ‘echt’ niet meer

Veel mensen weten niet eens meer hoe lekker ‘echte’ vleeswaren kunnen zijn. Ze zijn gewend aan natte kledder door de hoeveelheid water die erbij gaat. Een droge gekookte ham is in Nederland amper nog te vinden. Of neem zalm. “Afgelopen Kerstmis kreeg een groep van 1.200 mensen een verrukkelijke wilde zalm voorgeschoteld. Ze vonden hem lekker, maar wel stevig en wat aan de droge kant. Het originele product herkennen ze niet, dat hebben ze nog nooit geproefd. Goddank herkende de meerderheid de kwaliteit ervan meteen.”

door Peter de Jaeger

Boeren en wereldwinkeliers: partners?

Voor een goed begrip, de Wereldwinkels maken zich niet schuldig aan de hierboven beschreven uitwassen van de voedingsindustrie. Maar de boodschap van “anders gaan eten” brengen ze nu ook weer niet. En er is meer:

Jan Aertsen en Dirk Barrez in “Wie zorgt er voor een échte groene revolutie?” :

Sommige wereldwinkels of andere fairtrade-initiatieven voelen zich niet alleen verbonden met boeren in het Zuiden. Ze zoeken ook aansluiting bij de lokale, familiale landbouw. Dat doen ze bijvoorbeeld door zich in te schakelen in een zo kort mogelijke keten tussen landbouwers uit de regio en de consumenten die de weg naar de wereldwinkel weten te vinden. De wereldwinkel kan bijvoorbeeld een afhaalpunt zijn voor de groente-abonnementen of voor de leveringen van een vereniging van boeren-producenten. Lokale boeren en wereldwinkeliers kunnen misschien best partners zijn en de handen in elkaar slaan. Dan zouden de klanten er terechtkunnen voor een veel ruimer aanbod, zowel van fairtrade-producten uit het Zuiden als van heel diverse voedingsproducten van onze familiale landbouw. Dan zouden bijna zeker ook veel meer mensen goede klanten worden van die winkels.

Volgende Pagina »