Voeding en landbouw: de nieuwe ramp
“Zijn oproepen tot fairtrade en korte keten vormen van bedrog?”
Alles wat er op het landbouwgebied de laatste jaren is gebeurd, of met goede of met slechte bedoelingen, is verkeerd uitgepakt.
Een onoplosbare trits van problemen wordt uitgelokt door het simpele advies milieubewust en dus lokaal te kopen. (…) En ook fair trade ontlokt kritiek.
In het kieshokje heeft de burger geen macht, want voeding en landbouw is geen politiek thema. (…) De burger wil wel, maar heeft geen invloed. (…) En dus vertrouwt zij als consument niemand meer en koopt het goedkoopste.
Duidelijke, streekgebonden plannen moeten de teruggang van grondgebonden boeren tegengaan. (…) Er is grote behoefte aan een systeem dat (…) keurmerken evalueert. (…) Deze evaluatie- en certificatiesystemen hoeven niet door de overheid te worden ingericht; consumentenorganisaties of groepen betrokken burgers en boeren kunnen de uitvoering ervan net zo goed controleren.
|
|
||
Michiel Korthals, hoogleraar toegepaste filosofie aan Wageningen Universiteit, slaat en zalft tegelijkertijd in een artikel, dat oorspronkelijk verscheen op Waterlandstichting.nl (“Nederlandse progressieve denktank, die linkse leegte te lijf gaat met antwoorden op de nieuwe uitdagingen van rechts”).
Korthals is een internationale autoriteit op het vlak van bio-ethiek (met name voeding, dieren en milieu).
Wellicht interesseren u ook deze artikels:
1. Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar Wageningen, over de voedselcrisis
2. De slanke taille van de voedselindustrie
3. De wereld is een soep en de boeren zijn de ballekes
4. Regiofair: Rechtvaardige prijzen door prijstransparantie
5. een aangename waarheid: familiale landbouw kan de wereldbevolking voeden
Datum originele publicatie: 16-03-2007
Er is niets met betrekking tot voeding en landbouw dat niet onzeker is en heel veel deugt niet. Huiveringwekkende beelden van de duistere binnenkant van de voedselsector krijgen hedendaagse consumenten niet alleen te zien via films als Our daily bread van Nikolaus Geyrhalter, We feed the world van Erwin Wagenhofer, en Super Size Me van Morgan Spurlock. Minister Veerman schetste weliswaar in zijn laatste interview als minister een optimistisch beeld van de modernisering van de landbouw (NRC Handelsblad, 15-02-2007), maar massamedia en kranten geven duidelijke aanwijzingen dat het voedselsysteem op zijn zachtst gezegd volkomen in de war is. Ik zet wat ontwikkelingen op een rijtje.
Zes fundamentele problemen van de huidige landbouw
De intensieve veehouderij wordt door velen als onmenselijk gezien.
Het grote artikel in de januari-bijlage van NRC Handelsblad heette niet voor niets: Kippenmoord. De suggestie in het artikel is dat het dierenwelzijn er bij de biologische pluimveehouderij beter aan toe is. Maar dan blijkt een week later dat
dierenwelzijn bij de biologische veehouderij in feite vaak slechter geregeld
is en dat de biologische varkenshouderij met veel meer zieke dieren kampt (NRC Handelsblad, 12-02-2007).
Ten tweede: steeds meer voedingsproducten krijgen het label ‘gezond’ of iets dergelijks.
Of het nu gaat om ‘ik kies gezond’, ‘past in een gezonde leefwijze’, of ‘gezonde keuze’.
Maar tegelijk wordt steeds duidelijker dat veel van die claims ondeugdelijk zijn, en meestal berusten op eenzijdig onderzoek.
Alcoholbelangengroepen subsidiëren onderzoek naar de positieve gezondheidseffecten van wijn, melkbelangengroepen naar die van melk en melkproducten. Onderzoek naar negatieve effecten van voedingsmiddelen vindt weinig plaats (zie NRC Handelsblad, 9-02-2007). Ook neemt extreem overgewicht leidend tot kanker, diabetes 2 en hart- en vaatziekten nog steeds toe.
Er moet dus iets met dat zogenaamde gezonde voedsel aan de hand zijn.
Ten derde zijn er de problemen rond Fair Trade,
met als meest bekende kwestie de perikelen rond het chocolademerk Tony Chocolonely dat pretendeert ‘slaafvrije’ chocola te produceren en door concurrenten van oneigenlijke concurrentie wordt beschuldigd omdat er geen slaafvrije chocola bestaat.
Wordt ons voedsel voorzover het uit ontwikkelingslanden komt altijd geproduceerd door slaven?
Zijn fair trade producten dus eigenlijk bedrog?
Een vierde kluwen van problemen is verbonden met vis en visserij.
Vette vis (zoals zalm, haring en makreel) is gezond, zegt het Voedingscentrum. Maar de zeeën zijn bijna leeg en
over veertig jaar is er geen commerciële visserij meer mogelijk.
Daar bemoeit het Voedingscentrum zich niet mee. De mechanismen leidend tot overbevissing zijn volop aan het werk en lijken door welke machtige regering dan ook niet te stoppen. Stop dus met vis eten.
Ten vijfde: een onoplosbare trits van problemen wordt uitgelokt door het simpele advies milieubewust en dus lokaal te kopen om de milieukosten van transporten te vermijden.
Stel je voor dat je met een dergelijk simpel advies in één keer zou kunnen bijdragen aan allerlei mooie uitgangspunten als duurzaamheid, energiebesparing, kwaliteit van lokale omgeving en directe controle op productieprocessen. Het zou zo gemakkelijk zijn.
Maar wat als lokaal met grote energie-intensiteit wordt geproduceerd?
Koop je de lokale appels als er veel kunstmest wordt gebruikt? Wat doe je als blijkt dat er toch weer een ingrediënt van heel ver weg moet komen? Is het niet zo dat lamsvlees dat uit Nieuw-Zeeland hier naartoe verscheept wordt minder energie gebruikt dan lamsvlees uit Noord-Nederland?
Een zesde probleem is de gemeenschappelijke landbouwpolitiek van de EU(CAP).
Als er één ding duidelijk is, dan is het wel dat de CAP er helemaal niet op uit is gezondheid en milieu (duurzaamheid) te bevorderen.
De website farmsubsidies.org geeft aan dat het grootste deel van de 1,2 miljard euro aan Europese landbouwsubsidies in 2005 voornamelijk terecht kwam bij grote ondernemingen
als Campina, Friesland, AVEBE, Nestle, Interfood en Frico. Deze subsidies gaan naar melk, maïs en suikerbieten. Met hun lage prijs dragen deze producten in grote mate bij aan de toename van overgewicht. Door de CAP worden ook goedkope, EU-gesubsidieerde tomaten naar Afrika geëxporteerd.De werkeloze Afrikaanse boeren proberen vervolgens Europa binnen te komen om daar, als ze geluk hebben, werk te vinden in de tomatenkassen.
Is het dus goed dat de huidige CAP wordt afgeschaft? Maar met de nieuwe CAP ligt een andere catastrofe op de loer:
de verloedering van het landschap door het verdwijnen van de grondgebonden landbouw en de versterking van de fastfood-eetcultuur.
Herman Versteijlen stelt terecht dat de nieuwe CAP leidt tot versterking van de schaalvergroting en dat de afbraak van de grondgebonden landbouw door de nieuwe subsidieregeling nog sneller zal optreden (NRC Handelsblad, 8-07-2006). De landbouw zal uit Nederland verdwijnen. In 2004 hielden elke dag vier agrarische bedrijven ermee op. Maar de nieuwe subsidieregeling zal in nog sterkere mate de grondgebonden melkveehouderij verjagen. Zonder inkomenssteun en exportsubsidies zullen in 2023 alleen al in Friesland maximaal 1.500 van de huidige 4.500 Friese melkveebedrijven overblijven. Tegen die tijd zal een gemiddeld bedrijf meer dan tweehonderd dieren tellen: de betonkolossen zullen het platteland vullen!
Ook de eetcultuur wordt getroffen, want de nieuwe subsidieregeling maakt suiker- en energierijke voeding opnieuw goedkoper
- alsof we daarop zaten te wachten met de nog steeds groeiende trend van overgewicht en obesitas.
De kern van deze problemen
Alles wat er op het landbouwgebied de laatste jaren is gebeurd, of met goede of met slechte bedoelingen, is verkeerd uitgepakt. De landbouwpolitiek heeft geleid tot nog meer grootschalige bedrijven met een enorme druk op kippen, varkens en koeien om steeds meer vlees en melk te produceren tijdens nog kortere levens.
Ook de deskundigen weten het niet meer, vooral omdat ze nauwelijks gewend zijn over de grenzen van hun vak te kijken.
Een voorbeeld: deskundigen als Katan en Fresco (de Volkskrant,12-02-2007) moedigen dikke Nederlanders aan minder te eten, maar ze vergeten dat een dergelijke boodschap meestal betekent dat er nog minder groente en fruit wordt gegeten, en dat zij, door dikke mensen direct verantwoordelijk te maken voor hun overgewicht, stigmatiserend overkomt. Communicatiewetenschappers maken er steeds weer op attent dat de campagneboodschap van voedingscentra en deskundigen niet overkomt omdat die niet aanluit bij de betekenis, leefwereld en interessen van de doelgroepen (o.a. NRC Handelsblad, 13-02-2007). Een breder geïnformeerde deskundige als Michael Pollan beveelt dan ook aan: eet minder, maar eet meer fruit en groenten (New York Times, 28-01-2007).
De kern van al deze problemen is de enorme kloof tussen consumenten en producenten en de gebrekkige overheidsregie.
De consumenten hebben zich in de luren laten leggen met de zeer beperkte vrije keuze tussen een goedkoper of minder goedkoop product. Consumenten kunnen nauwelijks invloed uitoefenen op smaak, milieukwaliteit en sociale kwaliteiten van de voedselproductie. Ook in het kieshokje heeft de burger geen macht, want voeding en landbouw is geen politiek thema. Het Nederlandse ministerie van Landbouw heeft de afgelopen decennia een beleid van pappen en nathouden gevoerd, en heeft de trends tot grootschaligheid en tot afbraak van de grondgebonden landbouw bevorderd. De voortdurende nadruk van het ministerie op ‘zorgen dat partners iets doen’ en
de weigering om te ‘zorgen voor ethisch verantwoorde producten’, legt alle verantwoordelijkheid bij de machtigste marktpartijen, die ongehinderd door kunnen gaan met het op de schappen plaatsen van vette, energierijke en ethisch kwestieuze voeding.
Je hoort de uitvluchten van collectieve onverantwoordelijkheid: de overheid kan niet ingrijpen; de markt doet wat de consument wil; de burger wil wel, maar heeft geen invloed;
en de consument vertrouwt niemand en koopt dus het goedkoopste.
Het kind van de rekening zijn de dieren, de natuur (milieu), ontwikkelingslanden en de volgende generaties. Zij worden opgezadeld met een systeem van voedselproductie dat niet let op smaak, natuur, milieu, dierenwelzijn en menselijke maat.
Negen aanbevelingen
Wanneer je deze lange lijst van problemen overziet, waaraan bijvoorbeeld nog honger of zoönosen (SARS!) kunnen worden toegevoegd, vraag je je af hoe het zover heeft kunnen komen en wat we eraan kunnen doen. Laat ik wat suggesties doen voor verandering.
1. Steun grondgebonden landbouw in Nederland op alle fronten.
Grondgebonden landbouw betekent afwisselend weilanden met zwart-witte of bonte koeien, geriefbosjes, houtkaden, hakhoutwallen, sloten en bruggetjes. Grondgebonden landbouw is ambachtelijk. Natuurlijk kunnen er computers worden gebruikt, modern vervoer, genetische technieken of gsm. Ambachtelijk is niet antitechnologisch. Maar het blijft grondgebonden: ‘buiten’ speelt een essentiële rol en de natuur is niet alleen op het beeldscherm te zien.
Er zijn veel goede argumenten waarom grondgebonden landbouw in Nederland moet blijven. Het is een grote vergissing te denken dat je kunt beseffen wat natuur is door er alleen naar te kijken.
Wanneer je de natuur alleen ziet als behang of decor, zonder er daadwerkelijk bij betrokken te zijn (hoe dan ook: als wandelaar of fietser, als spelend kind, als leerling of student, als tuinier, als boer) dan leidt dat tot overschatting van de eigen mogelijkheden en verwaarlozing van de specifieke kenmerken van de natuur. Door te beleven hoe planten groeien of een dier eten zoekt, merken mensen dat het natuurleven eigen wegen kent, en niet totaal maakbaar is. Mensen leren zo op allerlei manieren hun zintuigen te gebruiken. Via actieve betrokkenheid met landbouw en natuur leren mensen dat ze afhankelijk zijn van natuurprocessen en dat deze een belangrijke betekenis hebben en zin kunnen geven aan je leven.
Maatschappelijk gezien betekent direct contact met de natuur dat er minder kans is op overmoedige burgers, die alles denken te kunnen claimen, en menen dat alles grenzeloos is en dat de natuur eindeloze stromen grondstoffen uitbraakt.
Wanneer grondgebonden landbouw een plaats heeft in de samenleving ontstaat er ook een ander voordeel. Wat dichtbij wordt geproduceerd, kan gemakkelijker volgens de eigen maatschappelijke normen worden gestuurd en gecontroleerd. Iedere grondgebonden boer die verdwijnt, is er één te veel.
2. Communicatie en educatie over landbouw en natuur is een must
Laat kinderen van de grondgebonden landbouw leren.
Processen van geboorte, groei en verval oefenen op kinderen een ongekende fascinatie uit (en niet alleen op hen natuurlijk). Nog een reden om grondgebonden landbouw te steunen. Maak smaaklessen tot een verplicht onderdeel op alle scholen.
3. Slecht de barrières waar ethisch bewuste consumenten telkens op stuiten.
Volgens talrijke enquêtes maakt ongeveer een derde tot tweederde van de consumenten zich bezorgd om de voedselproductie. Het kan hierbij gaan om het welzijn van dieren, maar ook om de verslechterde kwaliteit van het landschap, onrechtvaardige handel of een nadelige invloed op het milieu. Onbesproken voedsel is voor deze bewuste consumenten niet de moeite waard. Ethisch verantwoord consumeren en produceren neemt vele vormen aan, maar er zijn talrijke barrières. De kloof tussen hoe burgers willen consumeren en hun werkelijke koopgedrag (soms zelfs hypocrisie genaamd) wijst op niets anders dan deze barrières.
Als je ethisch inzichten hebt waar je je aankopen op wilt baseren, kun je daar over het algemeen niet naar handelen.
Het is te gemakzuchtig de consument te verwijten dat deze inconsistent handelt of zelfs hypocriet oordeelt. De ethisch bewuste consumenten hebben grote moeite goede informatie en goede producten te vinden.
Traceerbaarheid is nu gericht op verhindering van besmetting en verontreiniging. Ethische traceerbaarheid helpt consumenten bij hun streven naar een meer morele consumptie door duidelijk te maken welke afwegingen producenten hebben gemaakt met betrekking tot dierenwelzijn, milieueffecten, fair trade, gezondheid en prijs.
Betrek consumenten bij het vaststellen van ethische traceerbaarheid van dierenwelzijn, milieueffecten en fair trade.
4. Bedrijfsleven en overheid dienen totale duidelijkheid te geven over herkomst en productiewijze van producten en dienen af te zien van irrelevante reclame voor zogenaamd ‘gezond voedsel’.
Nog steeds is er weinig transparantie in de keten, terwijl de hoeveelheid geld die besteed wordt aan reclame ontzagwekkend is (jaarlijks ongeveer 40 miljard).
Dwing de sterkste ketenpartners, zoals de supermarkten en de grote voedingsbedrijven, meer duidelijkheid te geven over waar hun voedingsproducten vandaan komen,
en schrijf voor dat ze een tiende van hun reclame uitgaven besteden aan onafhankelijk geproduceerde informatie.
Verbied televisiereclame voor junkfood.
5. Vermijd dat voeding als brandstof wordt gezien.
In veel expliciete en impliciete boodschappen van overheid en bedrijfsleven wordt voeding als brandstof gezien. Ook in de berichten van het Voedingscentrum wordt
voeding alleen maar gewogen, geteld en gemeten. De kwaliteit van de voeding doet er voor het Voedingscentrum niet toe,
zoals blijkt uit de bekende kandidaten voor haar jaarlijkse voedingsprijs, een industrieel yoghurtje of zoutig soepje. Maar het is een grote fout voeding als brandstof te zien:
voeding heeft een multifunctionele betekenis, omdat het mensen met de natuur en hun lichaam in contact brengt, sociale contacten bevordert en de identiteit van mensen bepaalt.
De overheid heeft er groot belang bij dat mensen informeel bij elkaar komen. Voeding helpt daarbij in belangrijke mate (kom je een kopje koffie drinken?). Ook bedrijven kunnen alleen maar een langdurige vertrouwensrelatie opbouwen met hun klanten wanneer ze voeding zien als een waardevol goed, niet als een brandstof die er nauwelijks toe doet.
6. Zorg voor goede certificatie- en evaluatiesystemen van keurmerken.
Steeds meer nieuwe logo’s, vooral gezondheidskeurmerken, duiken op. Er is een opwaartse (Europese) druk (ook voelbaar in de VS en Canada) in de richting van meer dierenwelzijn, milieu en fair trade, en die leidt tot een wildgroei aan keurmerken. Deze chaos kan alleen worden teruggedrongen door onafhankelijke evaluatie daarvan.
Er is grote behoefte aan een systeem dat deze keurmerken evalueert.
Ook is er een evaluatiesysteem nodig dat grondgebonden boeren met hun producten beoordeelt, zodat deze grotere bekendheid krijgen.
Deze evaluatie- en certificatiesystemen hoeven niet door de overheid te worden ingericht;
consumentenorganisaties of groepen betrokken burgers en boeren kunnen dat net zo goed doen.
7. Laat ethische kwaliteit van de voedingsproducten een duidelijk verschil maken en certificeer dat verschil. Zorg voor uitgekiende kwalificatieschema’s.
Laat boeren concurreren op kwaliteit en niet op prijs!
Laat de ambachtelijke grondgebonden boeren niet vallen onder de kwaliteitsschema’s van de grote industriële spelers. Dwing de sterke verwerkende ketenpartners rekening te houden met differentiatie van de aangevoerde waar. Bijvoorbeeld: de melk van koeien die uitsluitend gras eten dient als ‘grasmelk’ te worden verwerkt en in de winkel als zodanig herkenbaar te zijn.
8. Maak duidelijke, streekgebonden plannen hoe de teruggang van grondgebonden boeren tegen te gaan en laat de uitvoering van deze plannen controleren door consumentengroepen.
Deze plannen moeten ook hulp bieden aan boeren die willen overstappen naar grondgebonden landbouw, zodat starters en overgangers meer hulp (financieel, belastingtechnisch en inhoudelijk) krijgen.
9. Maak het mogelijk dat consumenten financiële en andere voordelen krijgen als ze grondgebonden boeren steunen via acties als adopteer een kip, koe, boom, boerderij, of boomgaard.
Michiel Korthals
U kan dit artikel in afdrukbare, doorlopende tekst hier downloaden.
conclusie:
Michiel Korthals haalt zwaarwichtige argumenten aan om de burger (als consument) ernstig te nemen. Zowel fairtrade als korte keten dragen belangrijke argumenten in zich om de burger weerbaar te maken tegen kort-door-de-bocht-verhalen, welke veel belangengroepen, transnationale bedrijven en politici plegen te doen. In quasi álles aangaande voeding en landbouw, zoals de auteur zeer pertinent argumenteert. We concentreren ons hier nu echter even verder op fairtrade en korte keten.
Fairtrade en korte keten zijn als het ware educatieve werkvormen, die intrinsiek een grote meerwaarde in zich dragen, maar ze worden – mede door hun inherent kwetsbare positie binnen het ‘wereldmarktmodel’ van de vrijhandel – nog te vaak aan de huisvrouw of -man gebracht met argumenten, die al even kort door de bocht dreigen te gaan.
Doch, sprookjes bestaan niet. Het moet daarom ook ten stelligste vermeden worden de burger te verleiden met makkelijke, hapklare, maar an sich soms misleidende verhalen. Want vooralsnog blijven het – zeer zeker zinvolle – verhalen, met een open einde; die vertellen over een avontuurlijke zoektocht. Maar geen van beide modellen is dus “af”.
Het consumentenkapitalisme heeft de burger onzeker, argwanend en onhandelbaar gemaakt. De consument weet niet meer waar hij aan toe is. Zij die ijveren voor fairtrade en korte keten moeten dus
- zorgvuldig zijn in hun argumentatie en bewijsvoering,
- en bovenal de consument én de boer als mondige burgers betrekken en hen zélf het slotstuk laten schrijven.
M.a.w., ook zij moeten (met) bewijzen het vertrouwen van de burger (te) verdienen. Enkel op deze manier kan uiteindelijk – middels de nu zichzelf toegedichte – transparantie tot meer consumentenbewustzijn en -actie leiden.
Het campagnemodel FairTradeGemeente is hier (in Vlaanderen) goed naar op weg.
Fairtrade en korte keten zijn uiteraard geen vormen van bedrog.
Ze dienen beide echter gezien te worden als een opstap naar méér autonomie.
Niet naar nóg meer ketenen door vrijblijvende claims en andere verkooppraatjes.Beide dienen ingeschakeld te worden in een eetcultuur, waarbinnen voeding gebracht wordt als een waardevol goed, niet als een brandstof zondermeer.
In een komende bijdrage op regiofair.wordpress.com zullen we een aantal ideeën aanreiken omtrent hoe samen-werken aan de weerbaarheid van de consument kan leiden tot een meer geëngageerd consumptiepatroon inzake fairtrade en korte keten.
versimpeling van het dieet: over de noodzaak van duurzame eetpatronen (1974: Lester Brown – 2006: Winnie Gerbens)
IMF en Wereldbank waarschuwen voor hongerrevoltes
Op de website van die Welt een nieuw scheldwoord geleerd: “greenpisser“.
Gisteren stond in die krant een kolom van Berthold Seewald: Der Hunger als Fanal.
Ik citeer:
„Der Hunger und der Überfluss“ hat der italienische Ernährungshistoriker Massimo Montanari seinen großen Essay benannt, in dem er diesen Urmotiven der Zivilisation durch die europäische Geschichte gefolgt ist. Im Umkehrschluss bedeutet die Rückkehr des Hungers also das Ende des Überflusses. Den hat es zwar in weiten Teilen der Welt nie gegeben.
Doch erst die Nachrichten von Hungerrevolten von Haiti bis Thailand, mehr noch die steigenden Preise in ihren Läden und – zumindest in Deutschland – das Gespenst der Inflation haben den Bürgern der Industrienationen hautnah deutlich gemacht, dass es mit dem Überfluss nicht so weit her ist.
Verhelderend, toch?
De Wereldbank (WB) is het belangrijkste instituut voor ontwikkelingssamenwerking in de wereld. Het besteed gemiddeld 2,5 miljoen dollar per uur aan armoedebestrijding en vraagt – in ruil voor de centen – medezeggingsschap in het beleid dat arme landen voeren. “De WB heeft meer over overheidsbeleid te zeggen dan menige overheid zelf”, aldus Susan George. Een deugdelijk landbouwbeleid stond de afgelopen tien jaar niet hoog op de prioriteitenlijst voor goed bestuur.
De WB is eigendom van de aandeelhouders, en dat zijn de 184 lidstaten. De VS eigende zich 16,36% van de stemmen toe. Ter vergelijking: China en India (met samen 2,5 miljard inwoners) hebben ieder 2,78% van het percentage stemmen en Nederland (2,21%) en België (1,81%) – samen geeneens 30 miljoen inwoners – halen ook nog de top tien van het stemrecht. Een gelijkaardig verhaal gaat op voor haar zusterorganisatie, het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Samen verdedigen ze de kleuren van de Bretton Woods-instellingen.
Het doel van de WB is niet winst maken, maar armoedebestrijding. De WB is zo breed en zo groot dat er bijna geen maatschappelijk terrein is waarop de Wereldbank niét actief is: gezondheidszorg, onderwijs, stedelijke planning, plattelandsontwikkeling, visserij, vrouwenrechten, landbouw, corruptiebestrijding, macro-economisch beleid, het aanleggen van havens,… Het IMFhoudt de gelederen strak in de pas en scherp in de leer van de liberalisering en vrijmaking van de markt. Het zijn beide schimmige clubs, waarop – in de goede traditie, die het huidige Europa van onkreukbare commissies stil verderzet – de democratische toets past als een tang op een varken.
Maar vandaag wordt ‘hoofdaandeelhouder’ de Verenigde Staten (VS) plots erg nerveus.
Want vandaag doen zich twee belangrijke tendenzen voor: 1) de bevolking van de VS is oorlogsmoe en zit economisch stilaan op het tandvlees, 2) de opkomende Aziatische staten, met voorop China en Indië en in het kielzog Rusland en Brazilië, contesteren de almacht van het westen binnen het instituut en hebben lak aan de recepten die de WB en IMF voorstaan.
Sinds de Tweede Wereldoorlog is voor de VS – en later ook Europa – voedselproductie niets meer of minder geweest als een wapen in de strijd om de wereldheerschappij. Het heeft zijn diensten als efficiënt, onzichtbaar (gehouden) ‘weapon of massdestruction’ bewezen: dagelijks sterven 100.000 mensen (volgens de Verenigde Naties) aan honger of aan ondervoeding gerelateerde ontberingen. Een vuile bom, zonder het spectaculaire van pakweg een bom op Hiroshima. Dat terwijl de wereld voor meer dan 10 miljard mensen voedsel produceert. M.a.w. wie eet of hongert, wordt bepaald door koopkracht of (in)efficiënte verdeling.
Bij gebrek aan deugdelijk wereldbestuur raakt de verdeling vandaag in een globale kramp. Stijgende voedselprijzen, hongerige magen en het antwoord wordt met de vuilemmer op straat gezet. Landbouwbeleid, vroeg u?
Op foodlog.nl stelde Dick Veerman het zo…
De gevolgen van agflatie worden voelbaarder. De NRC liet gisteravond zien dat de wereldvoedselprijzen de afgelopen 8 jaar meer dan verdubbeld zijn. Toplui van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank hebben laten weten dat een half miljard dollar (315 miljoen Euro) nodig is om te voorkomen dat 100 miljoen mensen terugvallen in zodanige armoede dat ze geen eten meer kunnen kopen.
Dat bedrag staat in schril contrast met het nieuws dat de onvoorzichtige bankiers die vanuit de VS voor een kredietcrisis zorgden, waarschijnlijk zo’n 400 miljard dollar hebben laten verdampen. Daar zou je dus 80.000.000.000 mensen mee kunnen helpen. Dat is meer dan 10 keer zoveel als er op aarde rondlopen.
Ook al zal er een crisis uit volgen, zo rijk zijn we dus.Het is even een hersenkraker, maar … als we ons zo’n bloeding kunnen veroorloven en iedereen gaat hier nog rustig over straat, is dat eten dan te duur of verdienen we te veel?
NB: ik heb het niet over de derde wereld, maar over ons hier. Eén ding is overigens duidelijk: AH, Lidl, C1000, Aldi, de Jumbo, slager, bakker en de marktkoopman zijn zo aardig geweest ons eten niet zoveel duurder te maken als het staatje aangeeft.
Nog zo’n intrigerende: als we het als consumenten niet betalen, wie betaalt het verschil tussen hun inkopen en de echte marktprijzen dan wel?
Een zeer verdienstelijke poging om een fundamentele discussie op gang proberen te brengen, maar desondanks een denkoefening die in de wereld van morgen nog van weinig betekenis zal zijn. Wie een website als Asia Times Online bezoekt, komt in de nieuwe wereld terecht. Men is er daar al enkele jaren geestelijk voorbij de dollarperiode. De invoering van de EURO was en blijft er een quasi non-event. Er wordt daar over ons niet gesproken, zei het in termen van “Europeanen kunnen hard werken, Aziaten kunnen hard denken”.
Het is nog niet voor morgen, maar vast staat dat het er binnen 10 jaar zeker zal staan als een oosterse tempel: een anders-mondiaal handels- en dus machtblok. Gebouwd op de contouren van de ASEAN en de as rond de zogenaamde BRIC (Brazilië, Rusland, Indië en China)-landen. Een interne markt en een politieke macht, die zich over groot-Azië uitstrekt van Turkije (welcome, join the club!) tot uiterst rechts op onze eurocentrische wereldkaart en 4 op de 6 mensen op deze planeet eindelijk aan zet brengt.
Waar het zelfingenomen welstellende deel van de wereld dezer dagen wild omheenslalomt (of stomweg langsdoor slaapwandelt, zo je dat minder agressief vindt klinken), is dat rijkdom hoe dan ook samenvalt met het ruilmiddel waarover je beschikt. En wanneer het intellectueel Azië op Asia Times Online eindelijk haar gram haalt, zal het enige ruilmiddel dat ons over 10 jaar nog zal resten (onze munt), door de meerderheid van de wereldbevolking niet langer als dusdanig erkend worden.
De nieuwe wereld – met haar eigen zeden, gewoonten en orde – zal snel een ander epicentrum kennen. De gesloten wereld die het nu is, zal plaats maken voor een open, vrijere samenleving, gegrondvest op dezelfde fundamenten, waarop wij zo plegen te staan, doch een even grove miskenning van andervolks waardigheid. 60 jaar Bretton Woods en westerse de-moker-actie heeft zo zijn prijs. De huidige generatie welstellende culturen mag dra haar éigen hart uiteten. En in het schemerduister de rouwnagels kuisen.
er rest ons slechts één (gelukkig eenvoudige) remedie
“Als de bewoners van welvarende landen hun dieet zouden versimpelen en verspilling zouden proberen te voorkomen, dan zou de claim van deze landen op de voedsel-
voorraden aanmerkelijk verminderen en zouden er voorraden vrijkomen en zouden de voedselprijzen dalen voor degenen met de laagste inkomens: de ondervoeden van deze aarde. Een limiet op de consumptie van voedsel per hoofd zou de algemene voedselconsumptie doen stabiliseren of zelfs doen dalen.”
op regiofair.wordpress.com: versimpeling van het dieet als enige stabiele oplossing voor het wereldvoedselvraagstuk.
ethisch eten: hoe ethisch, duurzaam of ecologische verantwoord is onze voeding?
In een bijdrage op Foodlog.nl stelde ik de vraag: “ben jij een ethische eter?” Jazeker, ‘eter’ met één (1) ‘t’
Wellicht had dit lijstje, dat ik 23 maart 2008 op de website van de Engelse krant The Guardian vond, er mijn vraag in een wat duidelijker perspectief kunnen plaatsen. Ik vertaal en vul aan met voorbeelden.
Opmerking: kwesties als verpakking, regiofair, verspilling, overmatige consumptie, e.d. ontbreken in dit lijstje. Later zal ik deze in een nieuwe bijdrage aanbrengen.
de sleutelvragen
Vragen die we in overweging kunnen nemen bij het beslissen over hoe ethisch en ecologische verantwoord of duurzaam onze voeding is:
hoe wordt de voeding geproduceerd — machinaal of manueel?
Voedsel dat lokaal wordt geproduceerd, is niet noodzakelijk klimaatvriendelijker of duurzamer dan voedsel dat wordt ingevoerd. Er worden in ons deel van de wereld veel meer tractoren of andere machines gebruikt bij het produceren van voedsel, dan in ontwikkelingslanden.
‘Er zijn in de wereld dertig miljoen boeren met een tractor. Meer dan een miljard anderen moeten het in het beste geval met een os of een ezel stellen – vaak hebben ze alleen een hak of een machete.’ – Dirk Barrez in ‘Boeren aller landen, verenigt u’ uit Knack magazine van vrijdag 14 september 2007 [link]
hoe wordt het voedsel vervoerd en hoever moet de koper zich verplaatsen om het te kopen?
Lokaal geproduceerd voedsel kan minstens even sterk op het milieu wegen als voedsel dat wordt ingevoerd, wanneer de koper er zich verder voor moet verplaatsen en daar een gemotoriseerd voertuig voor gebruikt.
‘De gemiddelde (Amerikaanse) koper rijdt in zijn auto van twee ton een aantal kilometers naar de supermarkt om tenminste één maal per week ongeveer vijftien kilo voedsel te vervoeren.’ – Lester Brown in ‘Ons dagelijks brood’ uit 1974
‘(…) de auto van de consument die op en neer rijdt naar de super (laten we zeggen voor 5 kilometer) om even een brood en een pak melk te halen, belast het milieu onevenredig meer dan een vliegtuiglading suikerbonen uit Kenia, omgerekend in energieverbruik voor het transport per hoeveelheid levensmiddel [MJ/kg].’ – Foodmiles: ‘koop dichtbij’ wordt een thema – Ulphard Thoden van Velzen op foodlog.nl (2006) [link]
wie wordt er beter van het verbouwen van het voedsel?
Landbouw is voor de meerderheid van de bevolking in ontwikkelingslanden de belangrijkste bron van inkomsten.
‘Ik denk dat de term ‘duurzaam’ niet duurzaam is. Door slaafvrije Afrikaanse vruchten te kopen draag je meer bij aan een betere wereld dan door in je hybride-auto langs de boerderij te rijden voor een half dozijn eieren.’ – ‘Voedselkilometers ramp voor miljoen Afrikaanse fruittelers’ – journalist Wouter van der Land op foodlog.nl (2007) [link]
‘in de meeste Afrikaanse landen werkt nu 70, 80 procent van de mensen in de landbouw. Die kunnen niet allemaal een redelijk inkomen krijgen. Het is maar als de landbouw productiever wordt dat er voor een aantal mensen kansen komen om iets anders te doen. Onderwijs, gezondheidszorg, de eerste industrie. En dan slaat de motor aan.’ – Dirk Barrez in ‘Boeren aller landen, verenigt u’ uit Knack magazine van vrijdag 14 september 2007 [link]
welke chemische middelen werden er gebruikt tijdens het telen van het voedsel?
Het kan best zijn dat bij het verbouwen van voedsel in ontwikkelingslanden minder schadelijke chemische middelen gebruikt (hoeven te) worden.
‘Voedsel telen (…) heeft verhoudingsgewijs drie tot vier ton aan TNT per 4000m2 nodig op een moderne Amerikaanse boerderij. De energie, die wordt toegevoegd aan de velden in Iowa, is gelijk aan de energie van 4,000 keer de atoombommen die op Nagasaki vielen.’ – Richard Manning in ‘The oil we eat’ (2004) [link]
‘… er wordt geschat dat 150.000 mensen afhankelijk zijn van biolandbouw in Kenia voor hun levensonderhoud — de vrees bestaat dat zij slachtoffer zullen worden van de nieuwste Westerse obsessie: voedselkilometers.’ – ‘Organic farmers face ruin as rich nations agonise over food miles’ op timesonline.uk (2007) [link]
hoe of hoelang werd het voedsel bewaard?
Lokaal geproduceerd voedsel kan (in bepaalde gevallen) lang bewaard worden. Voeding kies je best naargelang de tijd van het jaar.
‘In het geval van uien is het Verenigd Koninkrijk (VK) meer energie-efficient dan Nieuw-Zeeland (NZ). Maar, wanneer de opslagkosten voor de uien uit het VK worden meegerekend ter vervanging van (verse) import uit NZ dan is het VK minder efficient dan NZ.’ – citaat rapport ‘Food Miles – Comparative Energy/Emissions Performance of New Zealand’s Agriculture Industry’ van de Lincoln University in New Zealand (2007) [link]
‘Verse erwtjes … kosten slechts 40% van de energie van een diepgevroren verpakking erwten, en slechts 2,5 procent van een blik erwten.’ – Bringing the Food Economy Home, Norberg-Hodge, Merrifield, Gorelick [link]
hoeveel land werd er gebruikt bij het verbouwen van het voedsel?
Een vegetarisch dieet legt op minder grond beslag dan een voedingspatroon met vlees of dierlijke producten als melk. Niet de plaats van waar de voeding komt kan het meest belangrijk zijn, maar wel wát er wordt gegeten.
‘We consumeren steeds meer vlees, fruit, koffie en alcohol. Daardoor is er meer land, water en energie nodig voor onze voedselproductie.’ – Westers eetpatroon verhoogt druk op natuurlijke hulpbronnen – Winnie Gerbens-Leenes ontwikkelde een methode om de duurzaamheid van eetpatronen te meten (2006) [link]
‘… de bloedrode Westerse honger naar vlees kan niet wereldwijd overgenomen worden. Een vleesetende levensstijl in niet duurzaam: er is niet genoeg land om voor iedereen vlees te produceren.’ – ethicus en filosoof Peter Singer in ‘Ethics of eating’ op Mail&Guardian Online (2006) [link]
‘In totaal gebruikt de veehouderij 30% van het landoppervlak en 70% van alle landbouwgrond in de wereld.’ – ‘Vlees eten slechter voor milieu dan autorijden’ – Ailko Faber citeert rapport ‘Livestock’s long shadow’ op foodlog.nl (2007) [link]
‘Er worden momenteel 31 miljoen hectaren biologisch verbouwd.’ [link]
ook interessant: Eet minder vlees!
hoe wordt de voeding thuis bereid of bewaard?
Hoelang het voedsel bewaard wordt (bijv. in een ijskast) of hoelang het duurt om het te bereiden (bijv. de kooktijd) bepaalt voornamelijk de totale hoeveelheid verbruikte energie.
‘In België wordt jaarlijks zo’n 15 ton CO2 per persoon geproduceerd. Voor louter huishoudelijke activiteiten komt de uitstoot neer op 7 ton per persoon per jaar.’ – vzw kilowat?uur in ‘CO2minderen voor dames’ (2007) [link]
‘… uit ons onderzoek blijkt dat in het geval van aardappels van eigen bodem, 48% van alle energie tijdens de levenscyclus van de aardappel in de keuken verbruikt wordt (de levenscyclus behelst het zaaien, groeien, oogsten, verpakken, bewaren, transporteren en consumeren van de aarappels).’ – Gareth Edwards-Jones in ‘Food miles don’t go the distance’ op news.bbc.co.uk d.d. 16 maart 2006 [link]
1. Het lijstje, van de website van The Guardian.
2. duurzaam en eco-efficiënt: ‘meet, reken, win voor meer eco-efficiëntie thuis’
‘Zowat elk handelen kost energie. Bewegen we op eigen spierkracht dan moeten we na een tijdje eten. De energie van het voedsel dient om ons aan de gang te houden.
Voedsel is niets anders dan lekker verpakte energie van de zon en CO2 uit de lucht die de groene bladeren van de planten opnemen en vastleggen. Na de vertering en bij het uitademen stoten wij die CO2 weer uit. Het systeem is in evenwicht.’
: uit het boekje ‘CO2 voor dames’ van vzw www.co2minderen.be
3. ‘Boeren aller landen, verenigt u’ – rechtstreekse link
4. Foodmiles: ‘koop dichtbij’ wordt een thema – rechtstreekse link
5. ‘Voedselkilometers ramp voor miljoen Afrikaanse fruittelers’ – rechtstreekse link
6. ‘The oil we eat: Following the food chain back to Iraq’ – rechtstreekse link
7. ‘Organic farmers face ruin as rich nations agonise over food miles’ – rechtstreekse link
8. ‘Food Miles – Comparative Energy/Emissions Performance of New Zealand’s Agriculture Industry’ – rechtstreekse link
9. ‘Bringing the Food Economy Home’ – quote op celsias.com
10. ‘Duurzaam eten: wat een water en vierkante meters!’ (foodlog.nl over Winnie Gerbens-Leenes) – rechtstreekse link
11. ‘Ethics of eating’ – rechtstreekse link
12. ‘Vlees eten slechter voor milieu dan autorijden’ – rechtstreekse link
13. ‘Global Organic Farming: Continued Growth’ – rechtstreekse link
14. ‘Food miles don’t go the distance’ – rechtstreekse link

