directeur Maikel Rondon: Nederlandse Wereldwinkels kraken en piepen, maar niet van ouderdom

“Vlaamse wereldwinkels hervinden zich, terwijl Nederlandse wereldwinkels de deuren sluiten.” Die boodschap was gisteren een ware Sociale Media-hit.

Maikel Rondon, Algemeen directeur bij de Nederlandse Wereldwinkels op LinkedIn:

Wat een week…. In de media werden we bijna dood verklaard omdat Wereldwinkels overbodig zouden zijn. Niets is minder waar!

De Wereldwinkels kraken en piepen. Nee, niet van ouderdom, zoals de afgelopen dagen door verschillende media is gesuggereerd, maar omdat we een nieuwe koers zijn ingeslagen….

Maikel schreef hierover een blog op de website van de Nederlandse wereldwinkels.

Enkele citaten, die (soms ook) aanduiden hoe anders de wereldwinkels in de noordelijke lage landen naar fair trade kijken, dan hun zuiderburen, de Vlamingen.

Het sluiten van een winkel is inherent aan retailing in het algemeen. Overal sluiten winkels. Ook de Wereldwinkels ontlopen dit lot niet. Maar helaas is er zeker geen sprake van “Missie geslaagd” vanwege de groei van fairtrade food in supermarkten, helaas niet.

De focus ligt nu, en voor de toekomst, naast foodproducenten, veel meer op de makers van manden, vazen, kaarsen, glaswerk en vele andere interieurproducten en gebruiksartikelen. Wij geloven dat er ruimte is op de Nederlandse markt voor deze eerlijk gemaakte cadeaus door ondernemers uit Afrika, Zuid-Amerika en Azië. En als die er nu niet is, moeten we die creëren. Ons uitgangspunt “Trade not Aid” blijkt meer aan de orde dan ooit.

Wereldwinkels zijn in transitie naar een moderne winkelformule met eerlijke cadeaus. Veel van onze winkels hebben de afgelopen twee jaar een refresh doorgevoerd en geïnvesteerd in nieuw assortiment. Om de laatste ontwikkelingen op winkelgebied te testen, staat er in Ede een nieuwe Wereldwinkel volgens de laatste retailtrends. Hier testen we een nieuwe winkelinrichting en het nieuwste assortiment. In deze winkel leren we veel over wat de consument van eerlijke cadeaus en de Wereldwinkel verlangt. De resultaten worden gedeeld met onze leden, de aangesloten winkels. Dit moet ervoor zorgen dat de Wereldwinkel klaar is voor toekomst.

Naast actief bezig zijn met de fysieke winkels, ontwikkelt de Landelijke vereniging van Wereldwinkels een nieuw online winkelkanaal om nog dichterbij de consument te staan en om onze missie te ondersteunen, met prachtige artikelen en verhalen. Met deze nieuwe webshop verleiden we de groeiende groep online consumenten tot de aankoop van een eerlijk cadeau. Daarnaast ontwikkelen we op basis van wat klanten ons vertellen, nieuwe assortiment lijnen.

NEDERLANDSE WERELDWINKELS WORDEN CADEAUSHOPS

NEDERLANDSE WERELDWINKELS WORDEN CADEAUSHOPS

Fairtradebananen Ghana enorm succes – enthousiasme #Aldi en #Lidl voor Rainforest Alliance verdacht

Met het oog op Barry Callebaut’s open invitatie (waar ik volgens Nick niet onderuit zal kunnen) vandaag iets over de cruciale rol van vakbonden én – jawel! – het Fairtradekeurmerk in het menselijke en economische succes van de Ghanese Fairtrade fruitsector.

Het wekelijks verschijnende Britse retailmagazine The Grocer schreef een zeer uitgebreid verslag over de reis die Banana Link organiseerde, om een kijkje te nemen op de Fairtrade gecertificeerde bananenplantages in Ghana.

Banana Link nam het artikel over. Enkele pakkende (en enigszins hoopgevende) citaten, ook met het oog op verbetering van de positie van de cacaoboeren in het West-Afrikaanse land:

[…] the current enthusiasm of Aldi and Lidl for Rainforest Alliance certification has invited suspicion that the scheme’s appeal to them lies in the relative laxity of its certification criteria and its attractive affordability.

Pressure to keep retail prices for loose bananas as low as possible creates an unhelpful climate.

Ghana, which currently supplies Sainsbury’s, M&S, and the Co-op in the UK, is living proof that commercial Fairtrade banana and pineapple growing on plantations can be both ethical and sustainable. This is why Make Fruit Fair – an EC-funded alliance of international NGOs, unions, and small farmer organisations that aim to improve conditions for people who grow, pick and pack our tropical fruit – hails Ghana as a model for best practice in the global fruit industry.

Of course, the benefits that Fairtrade brings to fruit producers worldwide (crucially, the guaranteed minimum price and social premium), are well documented. But in Ghana, it really feels as if Fairtrade has gone up a gear – well beyond any tokenistic, feelgood box-ticking of standards – embedding more ambitious labour rights and environmental goals in daily practice.

Certification is only a framework. It relies on audits, snapshots taken over a day or two. If you speak to workers in other countries they tell you they know when auditors are coming because they suddenly get safety equipment. Without unions on the ground enabling workers to actually get what they’re entitled to, auditing can almost become a game.

To understand what’s been happening in Ghana’s blossoming Fairtrade fruit sector, you must appreciate the country’s uniqueness. It was the first African country to gain independence. Its first leader, Kwame Nkrumah, was helped to power by trade unions, and they have been partners in a collaborative dialogue with government and fruit companies ever since. Ghana has signed up to the International Labour Office’s conventions, and ratified all eight of them, committing to freedom of association and collective bargaining, and these conventions are enforced and respected on the ground. On Ghanaian banana and pineapple plantations, 100% of non-management workers are unionised, yet ironically strikes are rare in Ghana, and confined to workplaces that lack a union. Contrast this harmonious situation with Peru, where there are anti-union laws and frequent violations of labour rights, or Guatemala, where being an active plantation trade unionist puts you at risk of rape or death.

Readiness to pay more for Fairtrade fruits depends on shoppers hearing a credible, evidenced assurance that the scheme isn’t just another badge on a box. And though Ghana is a poor country, its emerging status as the truest, most whole-hearted expression of Fairtrade principles in operation worldwide obviously makes it a winner with ethical consumers. Food miles are not irrelevant either. Ghana is on the same latitude as the UK, and along with Cameroon, our closest banana and pineapple supplier.

dna_bananas

tariefescalatie en koffie gebrand in Afrika: hoezitda?

Bekijk Revolution In A Cup 'Long' van Moyee Coffee.

De koffieproducerende landen verdienen meestal niet meer dan twee procent van wat je in de winkel voor een pak koffie betaalt. Dit heeft te maken met een lage prijs voor de boon, maar vooral met dat 99,9% van alle bonen zonder enige vorm van verwerking het land verlaat.

Vorig jaar opende Oxfam-Wereldwinkels een blog, die hun zoektocht naar gebrande koffie uit Afrika beschrijft. “Groene koffie kan vrij de Europese markt binnenkomen (er is dan ook geen gevaar van concurrentie, aangezien er geen Europese koffieboeren zijn), maar voor de import van gebrande koffie worden wel tarieven geheven,werd het begrip tariefescalatie er uitgelegd.

Het werd ondertussen stil op die blog, maar je herinnert je de FairChain koffie van Moyee Coffee uit Amsterdam, die geteeld, gebrand en verpakt wordt in Ethiopië en verkocht in Europa. Hoe doen die dat dan? Lees verder onder de afbeeldingen.

https://www.linkedin.com/in/annevanderveen

Anne van der Veen

fairchain-image

Ik mailde Anne van der Veen, verantwoordelijke voor de FairChain bij Moyee: “Ik las op dw.com over tariefescalatie: “There is a wide range. If Arabica coffee would be roasted in Africa, the import tariffs would be 100 or 120 percent. This practise prevents competition from threatening European coffee roasting companies.” Hoe zit dat met jullie koffie dan? Betalen jullie zelf écht zúlke hoge importtarieven, voor de koffie uit Ehtiopië? Zoniet, welke dan? Hoge of lage tarieven, in welke mate beïnvloedt of hindert zulke marktafscherming jullie zakelijke en sociale missie?”

Ziehier de antwoorden van LinkedIn vriend Anne:

De EU heeft een regeling waar de import van producten uit ontwikkelingslanden vrij zijn van invoerheffing, via de Form A regeling.

Moyee Coffee betaalt geen invoerbelasting in Nederland, net als alle andere koffie importeurs die groene bonen importeren. En we zouden absoluut niet zonder die regeling kunnen. Het bouwen van een koffiefabriek in Ethiopië voor de export, betekent al dat we het wiel opnieuw uitvinden en daarin risico nemen. Als je als social enterprise naast die investeringen ook nog een belastingnadeel zou hebben op concurrenten die in Nederland branden, dan ontmoedig je dus dat bedrijven meer waarde achterlaten in landen van oorsprong.

En eigenlijk benoemt het DW-artikel ook dat alleen het gelijktrekken van het nultarief op import niet genoeg is: “But most developing countries do not benefit from such tax-exemptions because they simply have no capacities to build up a food industry geared towards exports“.

Dat heb ik zeker gemerkt in onze samenwerking met Ethiopië. De infrastructuur, wetgeving en een markt is nog niet gericht op de hoge Westerse standaarden. Dat zorgt ervoor dat er erg veel kennis, geld en doorzettingsvermogen nodig is om vanuit een ontwikkelingsland te exporteren naar de EU. En dan moet je in het Westen nog een bedrijf zo
gek krijgen om daartoe de kans te geven… Moyee Coffee was zo’n revolutionaire gek en sprong er blind in. Maar het is niet altijd makkelijk hoor, maar het FairChain model werkt, dus we hebben alle reden om door de ploeteren om dat verder te laten groeien. Zodat Ethiopië eindelijk zijn fair share overhoudt van de waarde van hun glorieus goede koffie.

We zijn dus enorm blijf met de Form A regeling en het van groot belang is dat dit soort regelingen er blijven om de keten eindelijk in balans te brengen. Maar het zou eigenlijk mooi zijn dat het beleid zelfs andersom zou werken; dat je als importeur van finished products uit ontwikkelingslanden een belastingvoordeel zou hebben tegenover importeurs van grondstoffen. Dan wordt het voor meer bedrijven interessant ook in ontwikkelingslanden te produceren. Dat volume zorgt dat het business klimaat en infrastructuur verbetert en er echt een boost wordt gegeven aan economie en werkgelegenheid. De FairChain movement van Moyee Coffee juicht het alleen maar toe dat er meer bedrijven komen die meer waarde toevoegen in ontwikkelingslanden. Dus bedrijven die wil meelopen in de frontlinie van de FairChain revolutie, kunnen gerust bij Moyee op de koffie komen.

Dat laatste lijkt me een open invitatie, Oxfam-Wereldwinkels.

Ik ben alvast weer een ietsje slimmer geworden.

Om nog wat wijzer te worden, stelde ik Anne voor het ook eens diepgaander te hebben over hoeveel van de toegevoegde waarde van hun koffieproductie in Ethiopië echt naar de boeren gaat, wie verder precies hoeveel verdient binnen die FairChain, wat er aan belastingen wordt afgedragen in Ethiopië enzovoort.

Antwoord: We willen dit Graag (!) vertellen.

tonen Barry Callebaut en Mondelēz gewoon leiderschap, voorbij de slogans en goede wil?

Oef, bloggen in het Flemglish doe ik dus niet ongestraft. T.t.z. het leek of gelijk stond de hele wereld aan mijn virtuele achterdeur. Het vervolg dient zich aan.
Lijkt het wat, dat te doen middels een eigentijds Modest Proposal?

Luc @Bananas4all deelde deze reportage over de cacao (op Fortune) nog eens. Dat zou iedere wereldwinkelier toch écht eens moeten willen lezen en uitkijken. Voorbij de slogans en de goede wil, klinkt het daar ter afsluiting:

“I think child labor cannot be just the responsibility of industry to solve. I think it’s the proverbial all-hands-on-deck: government, civil society, the private sector.” He pauses, taking in his own thought for a moment. “And there, you really need leadership.”

Is leiderschap mogelijk precies wat Barry Callebaut en Mondelēz vandaag tonen? Een vraag die zich opdringt, aan wie het artikel helemaal heeft uitgelezen.

Voor de cacao- en suikerboeren wordt het ondertussen binnenkort sowieso mee verder de broeksriem aantrekken. Vanaf volgend jaar staat op snoepautomaten in Nederland hoe lang je moet fietsen voor een Mars. En Nestlé ontwikkelt dan weer een methode om tot 40% minder suiker te komen in chocolade. Waarmee die boeren hun kinderen een fiets moeten kopen, wordt niet vermeld.

In Nederlands Limburg maakt een bedrijf dan weer miljoenen liters sap uit één sinaasappel. En zo kunnen ook onze sinaasappelboeren in Brazilië binnenkort gewoon de boom in, zonder dat er nog geschud of geplukt dient te worden.

Leiderschap is ook uitleggen dat de wereld straks gewoonweg minder boeren nodig zal hebben. Wie durft dié rol van spelleider aan?

rubics_cube