Honger hoeft niet volgens Noël Devisch, (ex-)voorzitter Boerenbond

Vrijhandel komt niet ten goede aan de ontwikkelingslanden

Dit persbericht stuurde de Boerenbond de wereld in op 17 oktober 2007, n.a.v. de Internationale Dag van strijd tegen de armoede. Ons interesseert in het bijzonder de verwijzing naar (erkenning van) eerlijke handel (zie onderaan). Op naar regiofair.

Volgende dinsdag is het Wereldvoedseldag. Dan wordt speciale aandacht gevraagd voor de voedselvoorziening in de wereld, speciaal in die landen waar nog chronische tekorten optreden.

Op de Millenniumconferentie werd als duidelijke doelstelling gesteld dat tegen 2015 het aantal hongerige mensen minstens moet halveren. Er waren er toen 800 miljoen. Het ziet ernaar uit dat het doel niet bereikt zal worden. Dat is onaanvaardbaar, want technisch is landbouw in staat om voor iedereen voldoende voedsel te produceren. Alleen zijn de politieke en economische voorwaarden er niet.

Het is zover gekomen dat er op onze wereld inmiddels meer mensen aan obesitas lijden dan aan honger, dat men dieetvoeding verkoopt voor huisdieren, maar dat men er niet in slaagt om in arme landen de omstandigheden te creëren waarin de landbouw zich kan ontwikkelen en de voedselzekerheid voor de lokale bevolking garanderen. Dit is met name schrijnend in Afrika, waar bodem en klimaat nochtans voldoende gunstig zijn voor de ontwikkeling van een welvarende landbouw.

Armoede en ondervoeding zijn niet het gevolg van gesubsidieerde export uit Europa, want die is inmiddels afgebouwd, wat nog heel wat ngo’s en liberale denkers niet blijken te weten. Het heeft wel te maken met het zwakke intern beleid van een groot aantal ontwikkelingslanden die de ontwikkeling van de primaire sector willen overslaan en zich te afhankelijk opstellen ten aanzien van de wereldmarkt. Uiteraard heerst er acute voedselschaarste in landen met conflicten, oorlogen en wanbeheer. Denk maar aan Zimbabwe, ooit de graanschuur van zuidelijk Afrika.

Boosdoener is evenwel ook de vrije wereldhandel. Landen met weinig ontwikkelde economieën worden overspoeld met goedkoop geproduceerd voedsel waar de lokale boer niet tegenop kan. Denk maar aan de massale invoer uit Australië, Brazilië of Argentinië. Dit maakt een groot aantal arme landen afhankelijk van ingevoerde producten voor hun voedselvoorziening.

Als de grondstoffen schaars en duur worden – wat vandaag het geval is -, worden deze landen evenwel bijzonder kwetsbaar. Ze raken niet meer aan voldoende voedsel of kunnen de voedselfactuur niet langer betalen. De enige duurzame oplossing bestaat erin zelf een actief markt- en prijsbeleid te voeren, gericht op voedselzekerheid. Daarvoor moet hun kwetsbare interne markt kunnen beschermd en afgeschermd worden.

Dat is wat Europa vijftig jaar geleden heeft bedacht om zijn voedseltekort te remediëren. En met groot succes. Dankzij prijsgaranties voor de boer en een tolmuur aan de grens werd de productiviteit opgevoerd en werd Europa minder afhankelijk van invoer. De voordelen werden systematisch doorgeschoven naar de consument, die een steeds kleiner deel van zijn budget aan voeding moest besteden. En dit terwijl de beschikbaarheid, de kwaliteit en de veiligheid van het voedsel alleen maar zijn toegenomen.

In landen waar de landbouweconomie nog onvoldoende ontwikkeld is, mag de plattelandsbevolking niet worden overgelaten aan de volatiliteit van de wereldmarkt. Deze landen hebben bescherming nodig om de voedselbevoorrading veilig te stellen. Boeren kunnen alleen maar produceren, en lokale markten van voedsel voorzien, in een klimaat van stabiele en rendabele prijzen.

De zo geprezen vrijhandel, gedomineerd door multinationale handelshuizen en grootschalige landbouw, is geen partij voor hen.

Vrijhandel leidt niet tot goed werkende landbouwmarkten en komt zeker niet ten goede aan de ontwikkelingslanden. Wel een gereglementeerde handel op basis van de reële behoeften van deze landen en rekening houdend met de ontwikkelingsmogelijkheden van de eigen landbouw. We pleiten dus voor eerlijke handel en niet voor vrijhandel.

Dit is ook het standpunt van de boeren in die landen. Zij zullen het zelf wel best weten. Dit is ook onze stelregel. Laat de boeren van ginder zelf zeggen wat zij goed vinden. Zij kennen het best de lokale situatie en weten hoe ze hun regeringen tot een beter beleid kunnen brengen.

We hebben op een bijeenkomst georganiseerd waarop een aantal boerenleiders uit het Zuiden is uitgenodigd voor een uitwisseling van ideeën met landbouworganisaties uit het Westen. Zij zullen ons duidelijk maken wat ze precies wensen te realiseren en we zullen met hen overleggen hoe we hen daarbij kunnen helpen. Dit in het kader van AgriCord, een samenwerkingsverband van een tiental organisaties uit Europa, Canada en Japan, met als doel de landbouwstructuren in de ontwikkelingslanden te verstevigen en de boeren uit het Zuiden een stem te geven in het internationale debat.

Dit debat focust zich te veel op vrijhandel en op de afbouw van beschermende maatregelen. De discussies over de vrijmaking van de wereldhandel – die ironisch genoeg de ontwikkelingsronde wordt genoemd – worden te veel gedomineerd door grote landbouwnaties die er alleen maar op uit zijn hun export op te drijven, zonder oog te hebben voor de gevolgen van de lokale producenten.
Voedsel is te belangrijk om aan de vrije markt te worden overgeleverd. Want dan heerst de sterkste, niet de meest kwetsbare.

Een gedachte over “Honger hoeft niet volgens Noël Devisch, (ex-)voorzitter Boerenbond

  1. Pingback: De wereld is een soep en de boeren zijn de ballekes « recepten en nieuwsjes vanuit de Dorpsstraat, nummer 31

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s