van ‘soft law’ tot de wet van de sterkste: codes, labels, coördinatiemethoden,…

Deze tekst werd in 2003 gepubliceerd in “Straffeloosheid van de multinationals“, een dossier uitgegeven door ABVV over globalisering. Auteur is Corinne Gobin.

Geplaatst onder labels en keurmerken

EEN ETHISCH KAPITALISME?

Op het vlak van sociale relaties en verbruik zien we sedert zo’n tiental jaren een wildgroei van codes en labels die te maken hebben met ‘ethiek’, ‘maatschappij’, ‘milieu’, ‘goed gedrag’… Bovendien verspreiden zowel de Belgische overheid als de Europese Unie ruimschoots het beeld dat bedrijven tegenwoordig bezorgd zijn om de ‘sociale en milieugebonden thema’s’ en deze bezorgdheid dan ook integreren in het dagelijkse bedrijfsleven1. Op die manier laten de voorstanders van deze codes en van het daarmee verbonden begrip ‘sociale verantwoordelijkheid van een bedrijf ‘ ons geloven dat de ‘markt revolutionair kan zijn’, dat de verspreiding van ‘gezonde’ producten, vervaardigd door ‘verantwoordelijke bedrijven’ op basis van ‘gezonde sociale relaties’, er uiteindelijk in zal slagen zich geleidelijk als een olievlek uit te breiden en de volledige productieketen zowel ethisch als sociaal om te vormen.
Dit alles lijkt sympathiek, zelfs de gunstige voorbode van een nieuwe tijd waarin elk individu, van bedrijfsleider tot verbruiker, precies door de productie of het verbruik zijn steentje bij kan dragen tot de opbouw van een wereld die uiteindelijk zowel sociaal als ecologisch correct is. Wij denken nochtans dat, achter deze mooie Epinalvoorstelling, deze nieuwe zogenaamd verantwoordelijke praktijken rechtstreeks kaderen in het uitwerken van een steeds meer liberale visie op de maatschappij en haar werking. Een visie die de democratie en de garantie op universele collectieve rechten sterk in gevaar brengt.

DE VERZWAKKING VAN DE JURIDISCH BINDENDE UNIVERSELE NORMEN

Sociale wetten en regels ontwikkelen zich niet zonder reden. Diverse sociale groeperingen zetten zich in om deze wetten en regels te laten aanvaarden: de wetten die onze arbeid reglementeren zijn er gekomen dankzij de vele acties van de arbeidersbewegingen.Waar komen dan deze codes en labels vandaan? Wat willen ze vervangen? Het nagestreefde doel is: vermijden dat bedrijven in hun activiteiten gehinderd worden door bindende wetten en regels. Zo zouden de nu ‘volwassen en verantwoordelijke’ bedrijven de maatschappij kunnen beschermen.Met andere woorden: deze codes destabiliseren het eigenlijke hart van de democratie, namelijk de juridisch bindende normen die gestemd werden door de parlementen of vastgelegd door collectieve onderhandelingen op nationaal vlak. Ze verzwakken de verantwoordelijkheid van de autoriteiten bij het uitvoeren van hun openbare macht die iedereen de naleving van de normen oplegt en diegenen die ze niet naleven gerechtelijk bestraft.
De landen van West-Europa zijn nooit rijker geweest (de landen van de Europese Unie produceren nu samen tweemaal meer rijkdommen dan in 1970). Toch is de neoliberale ideologie (die nu reeds 25 jaar lang wordt verspreid door het patronaat van de grote bedrijven, de heersende klassen en diverse mediavormen) erin geslaagd ons te doen geloven dat de economie zich in een crisis bevindt, waarbij bedrijfsleiders het uitermate moeilijk hebben de leefbaarheid van hun onderneming te verzekeren en waarin zowel de arbeids- als de politieke wereld ‘soepeler’ en minder veeleisend moeten worden tegenover de zakenwereld.
In eerste instantie betroffen de eisen van de werkgevers de werking van de economie en de arbeidsomstandigheden. Volgens het patronaat was het niet langer mogelijk de lonen te verhogen, de werktijd te verkorten, arbeidscontracten voor onbepaalde duur te garanderen, nacht- en weekendwerk te weigeren, de financiering van de sociale bijdragen te blijven verzekeren, de openbare sector niet te liberaliseren, winsten te belasten…
Daarna heeft de versteviging van hun positie, gecombineerd met een gebrek aan reglementering van de arbeidsomstandigheden en van de economie in het algemeen het de werkgevers mogelijk gemaakt zich nog veeleisender op te stellen en de werking van de democratische Staat rechtstreeks aan te vallen. Via hun talrijke politieke bemiddelaars binnen de partijen, de regeringen en de instellingen van de Europese Unie proberen ze de twee belangrijkste mechanismen waarmee men op democratische manier uiting kan geven aan conflicten en waarmee men universele normen kan creëren, zoveel mogelijk te verzwakken: de gehele wetgevende macht van de parlementen en de interprofessionele collectieve onderhandelingen. Door het beeld van de georganiseerde maatschappij te verstoren met een onophoudelijk veranderende, vluchtige, onbepaalde en steeds meer afgeschermde en in sectoren verdeelde markt, wil het patronaat ons doen geloven dat het niet langer mogelijk is juridisch bindende normen op te stellen die voor iedereen even bindend zijn. Gedaan met de grote wetten en de grote collectieve akkoorden die belangrijke collectieve sociale rechten opleggen! In deze ‘moeilijke’ tijden zouden één enkele minimumbasis met minimumregels2 of enkele heel algemene kaderregels3, op zijn best, niet meer mogelijk zijn. Maar zelfs dit minimum, zoals bijvoorbeeld de acht basisconventies van de IAO (die alleen enkele rechten beschermen, zoals het recht op vakbondsvrijheid en op collectief overleg, de afschaffing van de kinderarbeid en slavernij en van om het even welke discriminatie op het vlak van tewerkstelling en beroepsuitoefening) heeft geregeld last van enige ‘vergetelheid’: de vrijhandelsovereenkomsten4 die werden afgesloten tussen België en diverse andere landen maken hier zelfs geen melding van…
Het in de praktijk brengen van sociale (of ecologische) codes gebeurt ten nadele van de uitbreiding en de versterking van de juridisch bindende universele normen en maakt ons gewoon aan het idee dat collectieve rechten veranderlijk, aanpasbaar en afstelbaar kunnen zijn naar gelang van de ‘categorieën’ van personen (werklozen, uitzendkrachten,…) of naar gelang van de ‘marktomstandigheden’ die alleen experts uit de kringen van de werkgevers zouden bepalen. Deze pseudo-wetgeving (de ‘soft law’), zo genoemd gezien het ‘zachte en vage’ karakter ervan (‘mous et flous’ –een uitdrukking die werd gebruikt door de Franse jurist Robert Charvin), draagt bij tot de teloorgang van de gelijkheid van burgers en van de eenheid van het loonstelsel.

DE SOCIALE VERANTWOORDELIJKHEID VAN BEDRIJVEN… OF HOE MEN DE POLITIEKE MACHT PRIVATISEERT

De huidige delegitimering van de belangrijke plaatsen en mechanismen voor het afsluiten van algemene en bindende normen zorgt voor een versterking van de uitvoerende machten, ten koste van de Parlementen (de regering en haar administraties nemen de plaats in die vrijkwam door de inkrimping van het parlementair werk. Ze doen dit door methoden te ontwikkelen die dit soort ‘zachte normen’ creëren, zoals de open coördinatiemethoden tussen de Lidstaten en de Europese Unie die steeds meer in het sociaal beleid gebruikt worden).Maar ze is ook en vooral een omvorming van het eigenlijke concept van politieke macht.
Een democratie heeft tot doel het welzijn te garanderen van de bevolking die onder haar indirecte controle staat. Dit wordt gesymboliseerd door de controle van de door het algemeen kiesrecht verkozen Parlementen. Deze politieke constructie is opgebouwd rond het idee van het Volk als basis voor de bepaling en de uitoefening van de machten. Tegenwoordig streeft het politieke systeem er echter naar om de verbetering van het concurrentievermogen van de bedrijven te laten primeren op elk ander doel: in deze context wordt het bedrijf een basiselement van het systeem. En wie anders dan de leiders uit de zakenwereld weten dan beter wat moet gebeuren voor het welzijn van het bedrijf, dat toch voorgesteld wordt als de basis voor het algemeen welzijn? Bij deze politieke macht-in-overgang nemen steeds meer verschillende actoren deel aan de organisatie en het beheer van de macht via de metafoor van een uitgebreid netwerk van deelnemers en partners: met name het corporate governance model. De huidige politieke constructie van een zogenaamde ‘nieuwe democratische legitimiteit’ vindt haar oorsprong in de deelname van de ‘burgermaatschappij’. Zij dient hoofdzakelijk ter rechtvaardiging van de steeds grotere rol van de industrie bij het oriënteren van politieke beslissingen, ongeacht of dit nu gebeurt op Europees of op wereldvlak. Bovendien dient ze ook voor het overdragen van het oude ‘overheidswerk’ (dat beheerd en gestuurd werd door de verantwoordelijke overheid en gecontroleerd door het algemeen kiesrecht) aan privé-groepen. Deze laatsten nemen het initiatief over om regels, hún regels, rechtstreeks vast te leggen via wetteksten wanneer die onvermijdelijk zijn, maar ook steeds meer via privé-wetten en privé-akkoorden (de ‘soft law’) die de plaats innemen van deze wetten. Het is precies de essentie van de politieke macht die men privatiseert: er blijft haar dan ook niets anders over dan de orde te handhaven, de orde van de multinationals.
De bedrijven beschouwen zichzelf als volwaardige politiek betrokken actoren en de Europese Unie begint te spreken over co-regulering van mogelijk volledige stukken van het openbaar beheer en de openbare reglementering over te dragen aan ‘betrokken’ privé-partners. Het is wel degelijk omdat de politieke overheid zich ontdoet van een deel van haar politieke verantwoordelijkheden dat het begrip ‘verantwoordelijkheid van een bedrijf ’ steeds meer weerklank vindt. Als men bedrijven verplicht sociale en milieuregels te respecteren, waarom zouden ze dan ook niet bevoegd zijn zelf te beslissen over de inhoud van die regels en de maatregelen die ze moeten treffen om die regels te laten ‘respecteren’?
Nu de grote bedrijven de touwtjes opnieuw in handen hebben, kunnen ze het zich veroorloven een deel van hun winstmarges te gebruiken om te pronken met nieuwe liefdadige vormen van paternalisme, ter vervanging van een sociale bescherming. In Afrika, waar Aids een belangrijk probleem is, financiert de Franse multinational Lafarge bijvoorbeeld de medische behandelingen voor het personeel dat ze tewerkstelt, zodat de personeelsleden er voldoende productief zijn! Dit is een voorbeeld van ‘sociale verantwoordelijkheid’! Het cynisme van een situatie waarin Afrika de openbare gezondheidssystemen volledig ten onder moest laten gaan om te kunnen voldoen aan de economische verplichtingen die de internationale privé-financiers oplegden.

DE ILLUSIE VAN DE VERBRUIKERSDEMOCRATIE

De visie van de maatschappij die voortvloeit uit deze nieuwe ‘soft law’-praktijken is compleet doordrenkt van de liberale filosofie: men zou de essentiële werking van een maatschappij moeten overlaten aan privé-actoren wiens belangrijkste doelstelling is de markten te laten functioneren.
Laten we het geval nemen van de sociale of ecologische labels. In het beste geval komt de politieke macht tussen om een wet te laten goedkeuren die bepaalt hoe men deze labels toekent en certificeert; daarna vervaagt ze en uiteindelijk verdwijnt ze zelfs.
Men geeft de controle en certificering van het label in onderaanneming aan privé-firma’s, de zogenaamde ‘onafhankelijke’ firma’s. Alsof men thema’s zoals arbeidsomstandigheden, collectieve sociale rechten, mensenrechten, het voortbestaan van onze planeet of de voedselveiligheid gelijk kan stellen aan ‘conform gecertificeerde’ marktproducten!
Bovendien verlegt deze visie de sanctie bij niet-naleving van de regels van de overheid naar de markt, aangezien men veronderstelt dat de promotie van dit soort labels gebeurt door de keuze van de verbruiker die liever ‘sociaal correcte’ dan ‘sociaal niet-correcte’ producten koopt. Dit zogenaamde ‘ethische’ verbruik volgt een nogal bijzondere ‘ethiek’: armen moeten maar producten kopen die ‘sociaal’ of ‘ecologisch’ niet-correct zijn, want ze zijn minder duur… Op die manier kunnen bedrijven die hun winst willen verhogen verscheidenheid brengen in hun distributiekanalen, zowel correcte als niet-correcte… terwijl men het verbod op de slavernij of op de kinderarbeid opnieuw op losse schroeven zet telkens de verbruiker liever dit paar schoenen koopt dan dat andere! En dan stellen we ons nog geen vragen over de controlegarantie op de certificering van de producten in de volledige productieketen van verbruiksgoederen die steeds meer internationaal worden vervaardigd door kleine verspreide groepjes, noch over de controlegarantie op de certificeringbedrijven!

STERKE RECHTEN… ZIJN RECHTEN DIE STERK VERANKERD ZITTEN IN HET LOON- EN ARBEIDSBESTEL!

De sociale strijd die vakbonds- en arbeidersbewegingen gedurende 150 jaar voerden, was erin geslaagd het idee van de verantwoordelijke overheid, als degene die borg staat voor het collectief belang van de bevolking, op te leggen in de voortdurende vorming van de maatschappij als een voorwaarde voor het ontstaan en de ontwikkeling van de democratie. Een democratie krijgt men pas door het bestaan van een overheid die autonoom staat tegenover alle privé-belangen, ongeacht hun aard (commercieel, militair, religieus of maffiagebonden). Deze autonomie van de overheid (vandaag de dag opnieuw steeds beperkter wegens de dereguleringsmaatregelen die ze zelf goedkeurt en waardoor sterke privé-actoren de macht kunnen overnemen) leidde tot het democratische basisidee dat de belangrijkste elementen voor het functioneren van de maatschappij voortvloeien uit debat en uit collectieve sociaal politieke onderhandelingen en niet behoren tot de domeinen die voorbehouden zijn aan de helderziendheid van ‘experts’, noch dat ze mogen afhankelijk zijn van privé-mechanismen zoals het marktmechanisme. De sociale strijd legde nog een tweede essentieel element op: de erkenning van de collectieve sociale rechten die verankerd is in de arbeid. Dat de democratie zich kon ontwikkelen, is vooral te danken aan het feit dat de vakbonds- en arbeidersbewegingen het kapitalisme ertoe konden dwingen een realiteit bekend te maken die het wanhopig trachtte te verbergen: de werknemers hebben rechten, en wel erg sterke rechten, omdat ze werken (of dat zullen doen of gedaan hebben) en dus het geheel van rijkdommen van de maatschappij produceren (zowel de productieve als de symbolische of creatieve waarde, want wij creëren ook de zin van de maatschappij via onze activiteit als werknemers). Dankzij het publiek bekendmaken van deze waarheid kregen de werknemers toegang tot het burgerschap. De inzet van de sociale werking opnieuw verleggen naar het terrein van de individuele verbruiksdaden draagt bij tot pogingen de collectieve sociale rechten te verzwakken door ze los te koppelen van de arbeid. Heel wat overwinningen op een wereld die gekenmerkt wordt door de noodzakelijk anti-egalitaire, liberale filosofie kwamen er dankzij de syndicale en sociale strijd.
Gedurende 25 jaar heeft het neoliberalisme ons laten geloven dat deze tijden van een meer gelijke herverdeling van de rijkdommen en van een democratische bescherming voor iedereen via de uitbreiding van de universele en door bindende wetten beschermde rechten voorbij waren, terwijl de huidige capaciteit voor het scheppen van rijkdommen de realisatie van een socialistisch project voor de ontplooiing van het bevolkingswelzijn op wereldvlak meer dan ooit mogelijk maakt. We moeten het verleden opnieuw overwinnen: diverse methodes werden reeds aangewend en functioneerden goed op het vlak van de herverdeling van de rijkdommen. Bovendien zijn we ook vertrouwd met deze methoden (systemen voor sociale zekerheid door verdeling, uitbouw van de openbare economische sectoren en de openbare diensten,…). Andere moeten we nog ‘uitvinden’ aan de hand van de lessen die we kunnen trekken uit dit verleden (milieubescherming). Maar steeds weer maakt de bindende en algemene wet deel uit van de garanties in verband met het streven naar gelijkheid.

Corinne Gobin,
NFWO*, Vakgroep Sociologie,
Université Libre de Bruxelles

* Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek

1 Zie het document van de Europese Commissie, De sociale verantwoordelijkheid van bedrijven, in 2002.
2 ‘Fundamenteel’om geen slecht figuur te slaan, cf. het akkoord met de acht basisconventies van de Internationale Arbeidsorganisatie op internationaal vlak of het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
3 Cf. de werking van de sociale wetgeving op niveau van de Europese Unie.
4 Cf. de akkoorden van de WHO (Wereldhandelsorganisatie), de GATS (General Agreement on Trade in Services), de multiof bilaterale investeringsakkoorden,…

7 gedachtes over “van ‘soft law’ tot de wet van de sterkste: codes, labels, coördinatiemethoden,…

  1. Pingback: Geef Karel een stoel… want hij heeft last van de hitte - Karel van Eetvelt (UNIZO) blogt over fair trade en maatschappelijk verantwoord ondernemen « recepten en nieuwsjes vanuit de Dorpsstraat, nummer 31

  2. Pingback: kritiek zwelt aan in aanloop van de Week van de Fair Trade: “het gaat fout met Max Havelaar” « recepten en nieuwsjes vanuit de Dorpsstraat, nummer 31

  3. Pingback: historische verklaring uit Bern: “Samen sterk” verklaren Max Havelaar, Rainforest Alliance en Utz Certified – maar waakzaamheid geboden « recepten en nieuwsjes vanuit de Dorpsstraat, nummer 31

  4. Pingback: DE LABEL BUSINESS: achter de schermen van ethische labels + over Oxfam-Wereldwinkels en haar bewuste keuze voor (on?)betrouwbare labels « recepten en nieuwsjes vanuit de Dorpsstraat, nummer 31

  5. Pingback: CheChemel ChaCha met Barry en Tony’s: met kranten moet je geen goede vriendjes willen zijn | recepten en nieuwsjes vanuit de Dorpsstraat, nummer 31

  6. Pingback: Ecobank: “helft cacaobomen Ivoorkust moet in de fik voor een verdubbeling van de cacaoprijzen” | recepten en nieuwsjes vanuit de Dorpsstraat, nummer 31

  7. Pingback: klimaatzaak daagt duurzaamheidslabels uit – voor het fairtradekeurmerk hoeft ‘t zo niet meer | recepten en nieuwsjes vanuit de Dorpsstraat, nummer 31

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s