Doing Good by Eating Well versus Doing Good Better by Giving What We Can

Lezer Nadine stuurde me twee artikels vanop de website van de Standaard. Helaas kan ik jou enkel de beperkt toegankelijke links bezorgen.

Doing Good Better

Het eerste – “Koude berekening, warmer gevoel” – komt voort uit het boek ‘Doing Good Better‘ van de Schotse filosoof William MacAskill. Je zou het artikel beter omdopen naar “Oude kost, terug opgewarmd“. Volg de laatste link dus, om het artikel hierover op The Guardian (d.d. 20/08/2015) wél helemaal te kunnen lezen.

Het tweede artikel is gebaseerd op het eerste: “Geleidehonden, noodhulp en fairtrade“. Hierin staat letterlijk:

‘Wie fairtradeproducten koopt, geeft doorgaans niet aan de armsten, want de standaarden zijn moeilijk te halen. Dat betekent dat de armste landen geen certificering halen’, stelt MacAskill. Maar bovenal komt slechts een klein deeltje terecht bij de producerende landen – volgens een studie gaat het om 11 procent.
Je kunt dus maar beter goedkopere producten kopen, argumenteert MacAskill en wat je uitspaart, doneren aan effectievere organisaties.

Volgens Nadine vergelijkt MacAskill appelen met peren: hij wil dat we duurzaam en nuttig geven. Alle leden van zijn organisatie ‘Giving What We Can‘ geven vrijwillig tien procent van hun jaarinkomen weg. Hijzelf schenkt 60 procent weg. Schoon, maar…

We zijn allemaal 28 geweest natuurlijk. Of moeten het nog worden. In beide gevallen raad ik je graag een tekst aan, van de beroemde Peter Singer, samen met Jim Mason.

Doing Good by Eating Well

Het is een klassieker, zoals er nog weinig artikels geschreven worden voor op het net: “Can You Do Good by Eating Well?” d.d. 1 maart 2006.

Het is een hele boterham, die het “eet lokaal“-mantra op de plek zet, waar het ook naar mijn mening hoort. Laat jezelf verrassen.

Enkele interessante quotes uit hun betoog, dienen MacAskill van antwoord:

[…] more than a billion people are currently living on less than what $1 (USD) per day. So, at current exchange rates, they might be living on what $0.30 (USD) (or some other amount much less than a dollar) would buy if that sum were taken to an impoverished country and then converted to the local currency. That’s a level of poverty that, for those of us living in the world’s wealthy nations, is barely imaginable.

Suppose that we pay a dollar for beans grown in a developing country. Out of that dollar, after everyone along the supply chain has taken their cut, perhaps the worker who grew them, like the banana plantation workers mentioned above, receives just two cents. If that worker lives on 30 cents a day, or $110 a year, that two cents is almost one five-thousandth of his or her annual income. That may not sound like much, but we’ve only spent a dollar. If a thousand others also spend a dollar on those products, now we’re talking about a nearly 20 percent increase in the farmer’s income. That will make a bigger difference to the worker than the entire $1,000 would to an American farmer. When you are very poor, a small dollar increase in your income does more to improve your well-being than a far larger increase does when you are much better off.

That leads us to a conclusion that may seem surprising: If you have a dollar to spend on beans and you can choose between buying locally grown beans at a farmers’ market or beans grown by a poor farmer in Kenya—even if the local farmer would get to keep the entire dollar and the Kenyan farmer would get only two cents from your dollar—you will do more to relieve poverty by buying the Kenyan beans. This example is imaginary, but it illustrates how easily growth in agricultural exports can have an impact on rural poverty in developing nations.

Merk op: bovenstaande redenering staat niet in de weg, van wat ik IKEA en Lidl ten kwade duidt. Zij bouwen een plafond in bij wat de cacaoboeren, via labels als UTZ, maximaal kunnen verdienen. Op een bepaald moment is de rek eruit in wat een klein stukje land kan opbrengen. Lees hierover bijv. de mening van Oxfam-Wereldwinkels, in “Een hogere prijs voor cacao volstaat niet“.

Direct Trade, Fair Trade Without the Other Eight Principles

Het doet me een beetje denken aan de stammenoorlog, die hier beschreven wordt: “Direct Trade Is Fair Trade (Without the Other Eight Principles)“. Ook een verhaal van appelen en peren vergelijken.

Daarin wordt ene Raj Patel geciteerd:

I don’t see how better shopping is going to change the world. If you look at every systemic and major change that happened in the world, it’s never happened through shopping.

Dat komt uit een interview met Patel op fairfood.org, waarin hij verder zegt:

The only actor that’s in a good position to do something is the government. And the only reason governments do anything is because there’s enough citizen pressure that counteracts the immense power over governments by these large businesses.

The reason that governments are not puppets of corporate interests is because they have so much power. Corporations don’t do puppetry just for the hell of it. They need puppets that are powerful, not ones that are weak.

In dat laatste ligt uiteraard de kern. Lekker eten en geven moeten ook en vooral zonder ethische zelfreflectie of moraliserende preek kunnen, vanuit welke kijk of hoek dan ook.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s