gouden chocoladeformule Tony-Barry Groep: “winst maken slechts middel naar hoger doel” #PartnershipAfricaEU

Tony’s Chocolonely en Barry Callebaut brachten afgelopen week, als een volstrekt op elkaar ingespeeld duo, hun variant op het klassieke kip-of-het-ei-thema.

  • Tony’s Ynzo van Zanten claimt op Facebook dat “winst maken slechts een middel is naar een hoger doel“.
  • Barry’s CEO Antoine de Saint-Affrique beweert op Twitter: “We do not only sell for a profit, but we also sell for a purpose“.


Antoine de Saint-Affrique sprak twee weken terug op de “One Young World 2017 Summit” in Bogota (Columbië). Lees hier zijn speech, waarin hij bovenstaande woorden sprak. Verder doorspekt met quotes als “50% of the dividends we pay to our shareholders go to education and a large chunk of it goes to education in Africa.” (hoezodan?) en “Alleviating poverty is possible – I saw it happening twice“.

Ik maakte gebruik van zijn tweet, om het plan van Niek Koning bij Barry Callebaut te promoten. En ik ging er ook nog even voor langs bij Tony’s Twitter-account.


Tony’s Chocolonely vindt dat er een wet tegen kinderarbeid moet komen in Nederland. Vierentwintig bedrijven, waaronder Barry Callebaut, Cargill Cocoa & Chocolate, Rabobank en Heineken hebben op initiatief van Tony’s Chocolonely een brief naar de Eerste Kamer gestuurd. Hier kun je er meer over lezen.

Bij het uittypen van deze blog hadden ze daarvoor de handtekening van 8306 chocofans weten te verzamelen. Nog een eind verwijderd van de 60 000 die de Vlaamse wereldwinkeliers in 2010 met eenzelfde (vergeefs) doel ophaalden.

Get your hands dirty and play your part

Waarom vertel ik dit nu allemaal? Vorige week nodigde het Europees Parlement Afrikaanse leiders uit om de ontwikkelingen in Afrika te bespreken in aanloop naar de top EU-Afrika. Die gaat over goed 2 dagen van start in Abidjan (Ivoorkust), en trekt ook daar de kaart van de jeugd: “INVESTIR DANS LA JEUNESSE POUR UN AVENIR DURABLE”.

Met de hashtag #PartnershipAfricaEU liet ik op hun dashboard dezelfde boodschap na, als voor het duo Tony&Barry. Als oudere jongere meteen mijn gevolg aan de oproep van leeftijdsgenoot Antoine de Saint-Affrique in Colombia:

“Get your hands dirty and play your part.”

CAMPAGNEBEELD OXFAM-WERELDWINKELS (2010)

Advertenties

“Fair Trade Original is misschien wel het meest misleidende bedrijf van Nederland” – #Fareedjen?

Fair Trade Original is een bedrijf. Misschien wel het meest misleidende bedrijf van Nederland. Laat de NVWA daar eens naar kijken,

zo besloot Teun – bedenker van “Tony’s” – van de Keuken afgelopen maandag zijn column in de Volkskrant. Zo, dat is een binnenkomer voor René Bakker, per één november de nieuwe directeur van Fair Trade Original.

Verplicht leesvoer, die column.

Niét voor bloglezer Nick. Hij klaagt al langer aan – in de open, ongecensureerde commentaarrubriek onder mijn blogs – wat van de Keuken nu zonder schroom als een leeg blik FTO-kokosmelk het publieke forum in schopt.

Wél voor wie met mij op weekend gaat. Nick was daar op zijn plaats geweest.

Citaat:

En dan die hagelslag. De keurmerkorganisatie Fairtrade International eist dat je altijd voor fairtrade-ingrediënten kiest als die voorhanden zijn. Zo moet je voor fairtradehageslag fairtraderietsuiker gebruiken. Fair Trade Original heeft dit jarenlang niet gedaan. Het koos voor – ongecertificeerde – bietsuiker. Het gevolg: de hagelslag van Fair Trade Original kreeg geen keurmerk van Fairtrade International. Het spul was dus niet fair. Toch zullen weinig klanten het in de gaten hebben gehad: er stond toch Fair Trade Original op?

Een paar weken gelden maakte Keuringsdienst van Waarde een uitzending over fairtradehazelnootpasta. (Bekijk het fragment hieronder.) Wat bleek? In geen enkele pasta zitten fairtradehazelnoten. Die bestaan niet. Op de door keurmerkorganisatie Fairtrade International ontwikkelde lijst van fairtrade- landen, waar de arbeidsomstandigheden slecht zijn en waar speciale programma’s voor eerlijke handel zijn ontwikkeld, komen de hazelnootlanden niet voor. Ook Turkije niet, waar verreweg de meeste hazelnoten vandaan komen. Vreemd, want het is bekend dat daar bij de notenpluk gebruik wordt gemaakt van kinderarbeid. Koerden uit het oosten en vluchtelingen uit Syrië trekken met tentjes van oogst naar oogst om onder erbarmelijke omstandigheden noten te plukken. Niet erg fair, maar toch komen die noten ook in de potjes van Fair Trade Original terecht.

Als bedrijf dat eerlijker dan eerlijk wil overkomen, zou je zulke spullen niet moeten willen verkopen. Waarom doen ze dat dan toch? Omdat, aldus de woordvoerder die ik sprak, ‘we graag producten maken die consumenten graag eten, en hazelnootpasta is een favoriet ontbijtproduct.’

Op 28 februari 2016 schreef Nick het hier als volgt:

Neem nu het succesproduct (in NL toch) hagelslag fto

daar staat nergens een ft label op (wel het roodomkaderde “fairtrade original”

met n’n uitleg waarom er geen rietsuiker in zit, die zou nl te stroperig zijn om hagelslag mee te maken wat flauwe kul is want het merk De Rit kan het wel met 100% rietsuiker …) en dan denk ik: “ja, aan d’n ene kant klagen dat ge uwe ft rietsuiker niet verkocht krijgt op de wereldmarkt maar zelf wel gesubsidieerde bietsuiker gebruiken in uw succesprodukt waar 60% suiker in zit; hoeveel tonnen suiker zou dat kunnen schelen aan +_ 250 gr per dozeke van 400gr …”

Ze zullen er wel een “goeie” reden voor hebben maar ik denk niet dat die reden voor mij aanvaardbaar zal zijn. Is er nu een groter symbool van scheefgetrokken landbouw-derdewereld-toestanden dan het contrastpaar biet- /rietsuiker?

Hoe kunt ge nu als ft organisatie een product maken en verkopen waar 64% bietsuiker inzit terwijl dat (of dan toch minstens een deel) ft rietsuiker zou kunnen zijn ???

Bedenking hij het lezen van de column van Teun: doet hij hier een Fareed-jen? 😉

Enkele reacties onder van de Keuken zijn tweet:

EU en Retial in de clinch over (on)eerlijke handel & de ‘echte prijs’ als business case

Het is hommeles tussen de EU en de Europese retailsector.

Brussel deed er vele jaren over, bij het positie kiezen over klachten van boeren, dat ze niet op kunnen tegen de onderhandelingsmacht van titanen zoals Tesco in Groot-Brittannië of Carrefour in Frankrijk. Waarbij die laatsten het uitschreeuwen niet de profiteurs te zijn voor wie ze worden gezien. Lees bijv. hoe de retailsector haar missie voorstelt als zijnde: Fair, Competitief en Duurzaam.

De belangrijkste vraag van boeren blijft echter dat de EU wetgeving moet uitwerken om zogenaamde oneerlijke handelspraktijken te beëindigen, zoals late betalingen door supermarkten en wurgvoorwaarden bij het onderhandelen van contracten.

Tot nu toe positioneerde de EU Commissie zich in de rol van neutrale makelaar in deze bittere, complexe strijd tussen boerenbelangengroepen enerzijds en retailgroepen anderzijds.

Maar afgelopen dagen kwam het tot een openlijke rel tussen EU-commissaris voor Landbouw Phil Hogan en EuroCommerce Directeur-Generaal Christian Verschueren.

Vrijdag haalde de Europese Commissaris onverwacht hard uit naar de supermarkten in een toespraak in Dublin. Hij kondigde aan dat hij zou streven naar wetgeving om boeren te beschermen tegen “hypermarket kingpins”.

Lees: http://www.politico.eu/article/carrefour-tesco-asda-sainsbury-leclerc-intermarche-brussels-declares-war-on-supermarkets/

Zulke nieuwe wetten, om boeren te beschermen tegen grote detailhandelaren, doen de retailers in een kramp schieten.

Christian Verschueren:
[…] the issue is again becoming polarised, when the supply chain needs reasoned debate and dialogue, based on factual evidence, […] evidence that EU legislation will be able to achieve its stated aim of improving farmers’ situation in the supply chain.

We agree with the Commission on many points in looking to improve the position of farmers – more transparency, better cooperation among farmers… But if such legislation squeezes retailers further in dealing with their large suppliers, it is the consumer – whom the Inception Impact Assessment incidentally failed to mention once – who will end up footing the bill.

Lees: http://www.eurocommerce.eu/resource-centre.aspx#PressRelease/10712

M.a.w. de supermarkten sturen verder aan op ‘gesprekken’ en schuiven daarbij hun ‘grote leveranciers’ de zwarte piet toe, maar Phil Hogan wil actie.

de ‘echte‘ prijs

In de wereldwinkel komen er vaak vragen van klanten over “hoeveel van het aankoopbedrag in de winkel bij de boeren blijft“. Ooit – niet toevallig onze glorieperiode? – hadden we goede redenen om daar heel transparant over te zijn.

Tegenwoordig nemen nieuwe, succesvolle (markt)partijen hier de leiding. Wat kunnen we van hen leren?

Volkert Engelsman: True Cost Accounting

Volkert Engelsman, algemeen directeur van biologische groente en fruithandelaar Eosta, stond vorige week op één in de jaarlijkse Duurzame 100 van Dagblad Trouw.

Zijn devies is dat transparantie als voorwaarde geldt voor een duurzame business. De keten moet daarbij een nieuwe winstdefinitie, vindt hij: Profit 2.0, waarbij de kosten van People & Planet worden ingecalculeerd.

Eosta krijgt zowel in Nederland als in het buitenland lof voor zijn true cost accounting-pilot.

Ons voedselsysteem brengt een groot aantal verborgen kosten met zich mee. Volgens de FAO bedragen die kosten voor het milieu wereldwijd ongeveer 2100 miljard dollar. De sociale kosten zijn zelfs nog hoger en bedragen 2700 miljard dollar. Wanneer je als consument in de supermarkt je boodschappen afrekent, betaal je hier niet voor.

Een voorbeeld: Eosta liet in 2016 al de verborgen kosten van diverse producenten uitrekenen voor de impact op natuurlijk kapitaal: dat wil zeggen bodem, klimaat (broeikasgas), water en biodiversiteit. Als die cijfers worden opgeteld bij de nieuwe cijfers voor gezondheid, is het totale maatschappelijke voordeel van biologische appels t.o.v. conventionele appels € 0.21 per kilo. Als je in aanmerking neemt dat er wereldwijd 81 miljoen ton appels worden gegeten, gaat het om een aanzienlijke impact: 17 miljard euro alleen voor appels.

Eeder, in 2009, startte Eosta met voor elke teler een persoonlijke Nature & More-Duurzaamheidsbloem. Met dit track & trace-model evalueert en communiceert het bedrijf de duurzame prestaties van zijn biologische telers.

Aan de hand van een stoplichtsysteem laat het model zien in hoeverre een teler zorg draagt voor ecologische principes, zoals bodemgezondheid, watergebruik en CO2- uitstoot. Doel: de consument in staat stellen om een bewuste keuze te maken.

Adrian de Groot Ruiz: True Price Foundation

Op nummer 7 in de hitlijst van Trouw: Adrian de Groot, directeur van True Price Foundation. Die onderneming bepaalt i.s.m. verschillende bedrijven de ‘echte prijs’ van producten. Dat leidt ertoe dat bedrijven hun productieketens kunnen verbeteren en verduurzamen. Daarnaast wordt het voor consumenten gemakkelijker om duurzame keuzes te maken.

De Groot Ruiz sprak eerder in DuurzaamBV Radio over de echte prijs van bananen. Beluister de podcast hier.

Ook hier is de filosofie dat elk product in de supermarkt maatschappelijke kosten met zich meebrengt, bij de productie, verkoop en consumptie ervan. Voorbeelden van deze ‘verborgen kosten’ zijn CO2-uitstoot, vervuiling, land- en watergebruik en de uitputting van grondstoffen. Maar ook sociale kosten, zoals onderbetaling en uitbuiting, behoren tot deze groep.

Naast Max Havelaar met de bananen liet ook Tony’s Chocolonely dit rekenmodel los op zijn chocolade.

De fairtradechocoladeproducent liet in 2014 zijn productieketen onder de loep nemen. Om zijn mensen op de plantages meer te kunnen betalen, besloot het merk de prijs van zijn chocoladereep te verhogen. In een bericht aan de consument legde het bedrijf duidelijk uit waarom de prijs omhoog ging.

Hieronder de infographic, die uit die samenwerking voortkwam.
De “echte prijs van chocolade”.

Merk op dat bij zowel True Cost Accounting als bij de True Price Foundation de kost van oneerlijke (lees: onevenwichtige) handelsrealties niet begroot worden.

Moyee Coffee: International Wealth Index

Samen met Jeroen Smits van de International Wealth Index wil het A’damse koffiemerk Moyee tot een routekaart komen om de lonen van koffieboeren in Ethiopië te verhogen. Dit met het oog op een benchmark te bekomen, waarmee ze hun FairChain-principe kunnen exporteren naar andere koffieproducerende landen.

In zijn laatste impactrapport brengt Moyee de resultaten van hun IWI-meting op een interactieve manier in beeld.

Jeroen Smits is lector over ongelijkheid en ontwikkeling aan de afdeling Economie van de Radboud Universiteit in Nederland en directeur van het Global Data Lab.

De International Wealth Index (IWI) is gebaseerd op gegevens van meer dan 2,1 miljoen huishoudens in 97 lage en middeninkomenslanden. Het is een stabiele en begrijpelijke maatstaf om de prestaties van samenlevingen te vergelijken met betrekking tot rijkdom, ongelijkheid en armoede.

IWI loopt van 0 tot 100, waarbij “0” staat voor huishoudens die geen van de activa hebben en de laagste kwaliteit woningen (zie prent) en 100 die huishoudens beschikken over alle activa en hoogwaardige woningen.

IWI is ontworpen om zo algemeen en flexibel mogelijk te zijn. Het kan gemakkelijk toegevoegd worden aan bestaande en nieuwe enquêtegegevens die informatie bevatten over een basispakket van activa.

Er is maar één IWI-formule en dus een IWI-schaal die in de ontwikkelingsland kan worden gebruikt. Dit onderscheidt IWI van andere rijkdomindexen. Een huishouden met een bepaalde combinatie van activa wordt gelijkgesteld, onafhankelijk van waar ze wonen. De eigenschap van vergelijkbaarheid, waarin de IWI zich onderscheidt van andere rijkdomindexen, komt voort uit het feit dat bij de huishoudens op de IWI-schaal altijd dezelfde formule wordt gebruikt.

Het is straf dat je tot hier hebt meegelezen. Bedankt daarvoor.

Interessante links nog over de IWI:

  1. https://globaldatalab.org/iwi/
  2. https://globaldatalab.org/iwi/form/
  3. http://www.equitytool.org/wp-content/uploads/2017/02/DRC-Country-Factsheet-2017-02-08.pdf

fair trade: waar gaat de prijs die ik betaal naar toe?


Toen ik 25 jaar geleden begon te werken voor de Oxfam-Wereldwinkels publiceerde onze organisatie behoorlijk veel drukwerk met een vergelijkende prijsopbouw tussen onze producten en die in de reguliere handel. Daar is men vanaf gestapt. Je vindt wel nog flarden daarvan rondzwervend op het internet. Maar dit soort info wordt niet meer gedeeld, ook nauwelijks tot niet intern overigens.

Het verraste me dan ook dat directeur Bert Jongsma op Foodlog de prijsopbouw van een blik Fair Trade Orignal kokosmelk deelde. Iets waar hij verder werk van gaat maken, gaf hij aan:

De prijsopbouw van deze producten laat zien welk deel van de prijs ‘lokaal’ verdiend wordt. De prijs voor de boer en de extra premie worden ook inzichtelijk gemaakt.

Ik begrijp heel goed dat veel bedrijven terughoudend zijn als het aankomt op transparantie over prijzen. Dit is concurrentiegevoelige informatie. Door over de prijsopbouw van onze producten te publiceren willen we het debat over eerlijke prijzen stimuleren. Ook Fairtrade International heeft hier onlangs een goede bijdrage aan geleverd door True Price de werkelijke prijs van bananen te laten berekenen.

Op « Het Belang van Limburg » loopt deze week een reeks onder de noemer “Koop Lokaal“. De Genkse mode-ontwerper Egidio Fauzia vertelt er waarom een ontwerp van hem 300 € kost: “Veel mensen zijn niet meer gewend om een paar honderd € te betalen voor kwaliteitskleding, terwijl dat een heel normale en eerlijke prijs is.

Egidio Fauzia laat zijn kleding maken door een Roemeens bedrijf. Wat de werkomstandigheden betreft, gelden daar de Europese wetten. De loonkosten liggen er wel lager dan hier, maar stijgen en ze liggen veel hoger dan in Cambodia, Vietnam of in Ethiopië waar kledingketens als H&M produceren. Arbeiders daar krijgen een maandloon van 24 euro. Op die manier kost het naaien van één broek maar een paar centiemen aan loon. De winstmarge is dan bijna 700 procent.

Ter vergelijking: Egidio betaalt voor een broek 15 à 20 euro loonkosten. “Ketens werken met het systeem van de grote hoeveelheden. Ze zetten fabrikanten onder druk om er een centiem af te krijgen. Dit leidt tot oneerlijke praktijken, vooral bij onderaannemers van de fabrikanten. Meestal zijn de opdrachtgevers, de productie-managers van kledinglabels, niet eens op de hoogte. Ze treffen dus geen schuld.

Maar die fabrikanten in China of Cambodia kunnen die grote orders van 50.000 stuks soms niet aan in een korte tijdspanne. Om het order niet te mislopen, schakelen ze onderaannemers of satellietateliers in. Daar werken vaak vrouwen en kinderen in erbarmelijke omstandigheden.

Egidio verkoopt via showroom, waarbij hij de kledingwinkel uitschakelt. “Als ik mijn broek van 200 euro in een boetiek zou hangen, dan zou die daar 350 euro kosten. Niemand betaalt dit, tenzij ik heel bekend zou zijn.

Wat moet Egidio veranderen in zijn manier van werken, opdat wat hij doet ook Commercio Equo e Solidale mag heten?