fair trade: waar gaat de prijs die ik betaal naar toe?


Toen ik 25 jaar geleden begon te werken voor de Oxfam-Wereldwinkels publiceerde onze organisatie behoorlijk veel drukwerk met een vergelijkende prijsopbouw tussen onze producten en die in de reguliere handel. Daar is men vanaf gestapt. Je vindt wel nog flarden daarvan rondzwervend op het internet. Maar dit soort info wordt niet meer gedeeld, ook nauwelijks tot niet intern overigens.

Het verraste me dan ook dat directeur Bert Jongsma op Foodlog de prijsopbouw van een blik Fair Trade Orignal kokosmelk deelde. Iets waar hij verder werk van gaat maken, gaf hij aan:

De prijsopbouw van deze producten laat zien welk deel van de prijs ‘lokaal’ verdiend wordt. De prijs voor de boer en de extra premie worden ook inzichtelijk gemaakt.

Ik begrijp heel goed dat veel bedrijven terughoudend zijn als het aankomt op transparantie over prijzen. Dit is concurrentiegevoelige informatie. Door over de prijsopbouw van onze producten te publiceren willen we het debat over eerlijke prijzen stimuleren. Ook Fairtrade International heeft hier onlangs een goede bijdrage aan geleverd door True Price de werkelijke prijs van bananen te laten berekenen.

Op « Het Belang van Limburg » loopt deze week een reeks onder de noemer “Koop Lokaal“. De Genkse mode-ontwerper Egidio Fauzia vertelt er waarom een ontwerp van hem 300 € kost: “Veel mensen zijn niet meer gewend om een paar honderd € te betalen voor kwaliteitskleding, terwijl dat een heel normale en eerlijke prijs is.

Egidio Fauzia laat zijn kleding maken door een Roemeens bedrijf. Wat de werkomstandigheden betreft, gelden daar de Europese wetten. De loonkosten liggen er wel lager dan hier, maar stijgen en ze liggen veel hoger dan in Cambodia, Vietnam of in Ethiopië waar kledingketens als H&M produceren. Arbeiders daar krijgen een maandloon van 24 euro. Op die manier kost het naaien van één broek maar een paar centiemen aan loon. De winstmarge is dan bijna 700 procent.

Ter vergelijking: Egidio betaalt voor een broek 15 à 20 euro loonkosten. “Ketens werken met het systeem van de grote hoeveelheden. Ze zetten fabrikanten onder druk om er een centiem af te krijgen. Dit leidt tot oneerlijke praktijken, vooral bij onderaannemers van de fabrikanten. Meestal zijn de opdrachtgevers, de productie-managers van kledinglabels, niet eens op de hoogte. Ze treffen dus geen schuld.

Maar die fabrikanten in China of Cambodia kunnen die grote orders van 50.000 stuks soms niet aan in een korte tijdspanne. Om het order niet te mislopen, schakelen ze onderaannemers of satellietateliers in. Daar werken vaak vrouwen en kinderen in erbarmelijke omstandigheden.

Egidio verkoopt via showroom, waarbij hij de kledingwinkel uitschakelt. “Als ik mijn broek van 200 euro in een boetiek zou hangen, dan zou die daar 350 euro kosten. Niemand betaalt dit, tenzij ik heel bekend zou zijn.

Wat moet Egidio veranderen in zijn manier van werken, opdat wat hij doet ook Commercio Equo e Solidale mag heten?

koffieboeren Costa Rica schaffen BMW’s aan dankzij hun eerlijke handel met de Wereldwinkels

KLIK OP DE PRENT VOOR EEN GROTERE WEERGAVE

KLIK OP DE PRENT VOOR EEN GROTERE WEERGAVE


Wat is dit??? Nââh, neen, géén fairtradekoffieboeren met hun nieuwe BMW’s, dus. Deze prent komt uit het boekje “De wereld rond in tachtig sprongen” van Loesje, uit ergens eind vorige eeuw.

Het had nochtans zomaar wél waar kunnen zijn. Waar moéten zijn. Glimmende BMW’s als bedrijfswagen zijn toch ook een verworven recht in goedboerend Vlaanderenland. Doch helaas, vandaag schrijft Knack:

Er is weinig bewijs dat fairtrade de vele producenten uit de armoede heeft geholpen. De organisaties met vergunningen komen meestal van de rijkere, meer gediversifieerde ontwikkelingslanden zoals Mexico en Zuid-Afrika. Niet uit de armere regio’s die vooral afhankelijk zijn van de export van één gewas.

Bovendien lijkt de meeste winst uit fairtrade-productie daar te blijven waar de producten geconsumeerd worden. Volgens […] berekeningen gaat per dollar die door een Amerikaanse consument wordt uitgegeven aan een fairtrade-product slechts drie cent meer naar het land van herkomst, dan bij het niet-gelabelde alternatief.

Dit artikel copieerde Knack stommelings vanopeenaander. Ik wil er niet eens op ingaan. Er is al een klein leger aan betaalde NGO-mensen, dat er zich heeft in uitgeput. Veelal zonder de essentie van de zaak te durven (kunnen?) belichten en zien, weliswaar.

Het is één van mijn stokpaardjes, zoals je weet: ook de fairtraders copiëren (nagenoeg) kritiekloos het verdienmodel van de grote koffiebranders en chocolademerken. Maar groene koffiebonen en rauwe cacaobonen verhandelen, dat schiet niet op voor arme landen. Dààr zou KNACK zich zorgen over moeten maken.

Immers…

“waarde toevoegen = banen voor mensen = een middenklasse = een samenleving die voor eigen armen zorgt”

tweette de Nederlandse marketingkenner Niels FC Willems daarover ooit.

Chief Adam Tampuri, voorzitter van Fairtrade Africa, was in oktober 2013 in Brussel op uitnodiging van Max Havelaar. MO* interviewde hem. Tampuri treedt Willems bij:

De handelsrelatie tussen de EU en Afrika — het is in principe zoals het vroeger was: wij exporteren de grondstoffen, en dat is alles waarin Europa geïnteresseerd is. We verwerken de grondstoffen niet want we hebben de technologie er niet voor. Het zou verbeteren als de verwerking gedeeltelijk gebeurt in Afrika, want daarin zit het geld en de tewerkstelling. Anders komen alle voordelen naar Europa. Dat is oneerlijke handel. De handelsrelaties zouden dus herzien moeten worden, maar we kunnen een land niet dwingen zijn beleid te veranderen. Het is wel echt nodig om een eerlijker systeem te hebben en respect te tonen tegenover de boeren die de grondstoffen produceren.

Boeren produceren bulk en krijgen dus bulkprijzen. Ook bij ons in Europa.

“Oneerlijk? Nee, het is de marktlogica die te vinden is in ieder handboek economie,”

zegt Dick Veerman op Foodlog daarover. Zijn stellige mening:

Boeren krijgen geen ‘oneerlijke prijzen’, maar lage prijzen. Dat komt omdat ze teveel maken én zich afhankelijk maken van één product.

(Pittig: in de àrmste EN in de rìjkste landen zijn boeren afhankelijk van één product…)

De grote chocolademerken zijn tegenwoordig niet eens geïnteresseerd meer in de kwaliteit van de cacao. Als ze maar cacao hebben, zijn ze al content. Daarmee prutsen ze dan wel een recept in mekaar, dat moet kunnen doorgaan voor chocolade. De keurmerken moeten zorgen dat de toevoer niet stokt. Aan lage prijzen wel te verstaan.

Op Facebook verwoordde Niels Willems het heel erg scherp:

KLIK VOOR NIELS FC WILLEMS ZIJN FACEBOOKPAGINA

KLIK VOOR NIELS FC WILLEMS ZIJN FACEBOOKPAGINA

Loesje deed nochtans nog andere boude “voorspellingen” in dat boekje met de BMW’s:

...

Maar helaas, geen BMW’s voor kleine koffieboeren in Costa Rica. Dat ze dan maar voetballer worden. Want, zoals gezegd: fairtraders copiëren en legetimeren te vaak en kwasi kritiekloos het verdienmodel van de grote koffiebranders en chocolademerken. En keurmerken argumenteren selectief/suggestief of draaien om de hete brij heen, wanneer het gaat over de positieve effecten die ze zouden hebben.

Zelf documenteerde ik dat o.m. hier uitgebreider op deze blog:

KLIK OM HET HELE ARTIKEL TE LEZEN

“Rainforest Alliance misleidt moedwillig”
KLIK OM HET HELE ARTIKEL TE LEZEN

KLIK OM HET HELE ARTIKEL TE LEZEN

“cijfers Max Havelaar: een cacaoboer verdient 27 euro per jaar extra door fair trade”
KLIK OM HET HELE ARTIKEL TE LEZEN

En zo rekende ik het hier eerder ook al eens voor: “een eerlijke reep chocolade van 80 gram moet minstens 4 euro kosten”. En “een pakje koffie zou 6 euro-en-een-sjiek moeten kosten”. Economische onzin?

Reeds in 1993 berekende Marc Bontemps, toenmalig directeur van de Oxfam-Wereldwinkels (en vandaag drijvende kracht achter NewB), dat een pakje koffie 250 frank (6 euro) zou moeten kosten…

… indien we hun* werk echt evenwaardig aan het onze willen waarderen…

* ‘hun’, dat waren de koffieboeren.

Daarmee komen we dus in de buurt van de prijzen die El Ceibo Chocolate (ooit arme cacaoboeren, die nu zelf premiumchocolade produceren) en Moyee Coffee (Nederlandse FairChain-koffie start-up, die 50/50-winstverdeling tussen Holland en Ethiopië nastreeft) vandaag aanrekenen voor hun respectievelijk Boliviaanse chocolade en Ethiopische koffie. Lees het hier maar na.

Belangrijk: beide doen dat zónder certificeerders, labels of andere coyotes.
Hun certificaat, dat zijn de boeren zelf.

Dus: Moyee koffie aan €8,95 de 375 gram en El Ceibo chocolade aan 4 euro de 80 gram in de Oxfam-Wereldwinkels. Omdat BMW’s, vliegvakanties en andere selfies een mensenrecht zijn volgens de hardwerkende Vlaming. Moet kunnen.

Fairtradeboeren in BMW’s, zou dat idee KNACK overigens wél kunnen plezieren?

Verschenen in de reeks: Zomeruniversiteit 2014

10 jaar na mijn brief aan MARS gaan de cacao-boeren helemaal failliet – #allekaartenoptafel

KLIK OP DE PRENT VOOR EEN GROTERE WEERGAVE

GROTERE WEERGAVE? KLIK!

Niet dat er een verband is tussen mijn brief en de situatie van de cacaoboer, hoor 🙂

In 2003 schreef ik – zoals vele wereldwinkeliers – een brief aan MARS. Tien jaar later gaan ondanks de beloftes de cacaoboerderijen helemaal bankroet.

Hiernaast vind je een vergelijking wat betreft inkomsten uit handelsgewassen voor de export in ontwikkelingslanden. De cijfers spreken voor zich.

RETOURBRIEF LEZEN? KLIK!

RETOURBRIEF LEZEN? KLIK!

Ik kreeg dus een huichelachtige brief terug van MARS. Het was haar niet te doen om het vel op onze chocomelk, maar om het vel van de cacaoboer.

Echter, ook de fairtradebeweging heeft daar weinig aan kunnen verhelpen. Het leunt te sterk op het verdienmodel, dat chocoladegiganten als MARS hebben uitgetekend. [LEES MEER HIEROVER]

Een uitzondering op de regel is het Franse Ethiquable. Je vindt hun assortiment ook in de Carrefour. Daar ontdekte Kris Kellens van de blog beantobar hun Ecuador 80% en Madagascar 85%.

I was thrilled to find such taste differences in the two bars. The packages don’t state the exact manufacturer of the chocolate, but this is far superior to any bulk chocolate I find over here in the supermarkets. At an equal price. Splendid!

OPENT BLOG BEANTOBAR

OPENT BLOG BEANTOBAR

Wat de reep uit Ecuador helemaal splendid maakt, is dat de cacaomassa en -boter1 voor de reep door de coöperatie FONMSOEAM wordt geprepareerd en uitgevoerd. Dàt begint op échte eerlijke handel te gelijken. De boeren zijn op deze manier niet meer totaal afhankelijk van de grondstoffenprijzen op de westerse termijnmarkten. Ze krijgen ook een steviger deel binnen de totale waardeketen.

Minder splendid is dat Ethiquable de producent van de chocolade verzwijgt. Wellicht beschouwen ze dit als een commercieel geheim, maar het is slecht voor de transparantie. Ik ga er eens achter horen bij hen. En ook achter hún verdienmodel.

1Iets waar zelfs Tony’s Chocolonely niet in slaagt, dixit hun nieuwe jaarFAIRslag:

“Enige uitzondering op de traceerbare cacao is de extra cacaoboter, die nog niet traceerbaar is – onze grote frustratie!

UIT DE OUDE DOOS: ROND DE EEUWWENDE DROEGEN DE JONGEREN VAN OWW HASSELT DE CACAOBOEREN TEN GRAVE; TOEN EEN AANKLACHT TEGEN HET DOOR DE EU GEVOERDE BELEID

ROND DE EEUWWENDE DROEGEN DE JONGEREN VAN OWW HASSELT DE CACAOBOEREN SYMBOLISCH TEN GRAVE; EEN AANKLACHT TEGEN HET DOOR DE EU GEVOERDE BELEID


Sinds enkele jaren ijvert Oxfam-Wereldwinkels weer meer voor betere wereldhandels-regels. Alle handel eerlijk laten verlopen, dat is opnieuw haar ultieme doel.

Daarom moeten de spelregels van bijvoorbeeld de cacaohandel grondig herschreven worden. Want die zorgen ervoor dat miljoenen cacaofamilies in mensonwaardige omstandigheden leven.

Oxfam ijvert voor een economisch rendabele handel die menswaardig en duurzaam is.

Alle spelers in de handelsketen moeten onafhankelijk kunnen zijn van de andere. MARS gaat daar niet voor ijveren, uiteraard.

Arne Schollaert van Oxfam-Wereldwinkels over de zogenaamde concurrentie in de cacaohandel, in “Ook Adam Smith wist reeds dat de markt soms zijn werk niet doet”:

“[…] we hebben […] zeer concrete aanwijzingen dat ze de markt onder mekaar verdelen, bijvoorbeeld wat betreft cacaobonen. Een cacaoverwerker kan dus zeggen: wij ‘sourcen’ in dit tropisch gebied onze cacao, jullie blijven daarbuiten.”

hoor, wie kwettert daar kinderen? Max Havelaar klaagt gebrek aan fair share aan, maar deelt zelf mee in de verantwoordelijkheid daarvoor

16 oktober tweette Max Havelaar Nederland: “Cacaoboeren ontvangen 3,5 tot 6% van de waarde van een chocoladereep. In de jaren 80 was dat 18%.”
Naar mijn mening suggereert het hier iets, wat het verder zelf nergens aangeeft te willen bewerkstellingen: met name, dat als het aan Max lag, dat de cacaoboer dan terug aanspraak zou mogen maken op die 18%. Dat zou dan ook cafépraat zijn.

SUGGEREERT HIER IETS? MIJ IS HET ONDUIDELIJK

SUGGEREERT MAX HAVELAAR HIER IETS? MIJ IS HET ONDUIDELIJK

Ik heb Max Havelaar Nederland er enkele keren op aangesproken via Twitter, maar een antwoord blijft uit. Omdat het lekker bekt maar verder weinig steekhoudt, met zulke stellingen naar buiten te treden?

Wanneer Max Havelaar even bij de les economie zou willen blijven, dan wordt het inderdaad duidelijk dat het ZELF MEE VERANTWOORDELIJK is
1) voor die procentuele daling
2) voor lagere minimumprijzen voor fairtradecacao dan de wereldmarktprijs biedt

Dit soort van tweets zijn buitengewoon ergerlijk. Alleen al omdat het leidt tot een inflatie aan (wel) goedbedoeld gekwetter als:

HOOR, WIE KWETTERT DAAR, KINDEREN ?

HOOR, WIE KWETTERT DAAR, KINDEREN ?

Ondanks de goede bedoelingen: fairtradechocolade is niet gegarandeerd slaafvrij!

certificatie zorgt voor minder fair share

Keurmerken zijn geen wondermiddel. Al stond op de blog van Euromonitor in augustus dit te lezen:

Certified chocolate is typically regarded as premium and fetches a higher price than standard chocolate.

bron: Chocolate Certification: A Path to Greater Profit

Of zoals Gregor Hargrove van Green & Black’s het ooit liet optekenen in The Observer:

“Fairtrade guarantees a better deal for third-world producers, and a hell of a deal for first-world bureaucrats.”

bron: How a £1.50 chocolate bar saved a Mayan community from destruction.

M.a.w. als het al een wondermiddel zou zijn, dan vooral eentje in de handen van slimme marketeers, die op deze manier zelfs doordeweekse chocolade weten te verkopen als premiumkwaliteit. De boer hoeft echter niet persé zijn percentje extra mee te pikken. We leggen het even uit:

fair share: about

De Engelse Max Havelaar-tak kocht zich in op de website van de Guardian en publiceert er regelmatig – door haar gesponsorde en goedgekeurde – artikels. Daar lezen we dit:

Even as cocoa prices rise, farmers have not been capturing their fair share. Growers in West Africa are likely to receive just 3.5% to 6.4% of the final value of a chocolate bar, depending on the percentage of cocoa content – a disastrous fall compared with 16% in the late 1980s. By contrast, the manufacturers’ share has increased from 56% to 70% and the retailers’ from 12% to 17% over the same period.

bron: The future of chocolate – why cocoa production is at risk.

FAIRTRADECIJFERDANS door ARLENE BIRT

FAIR(?)-SHARE CHOCOLATEBAR door ARLENE BIRT

Voor alle duidelijkheid: nergens, waar dan ook, worden er bewijzen geleverd, dat fairtradechocolade een hoger percentage van de eindprijs garandeert voor de cacaoboer. Dat beweert men hier ook niet, maar er wordt tussen de regels iets in die zin gesuggereerd. Toch?

Fairtrade voorziet de cacaoboer wel van een gegarandeerde prijs en ook een “sociale premie” (extra geld)… Helaas, omdat geen van de andere groepen in de keten van boon tot reep financieel wil inbinden, moeten de kopers van fairtradechocolade soms dieper in de geldbeugel tasten, dan nodig zou hoeven te zijn. Maar daarover stelt Max Havelaar geen eisen aan de bedrijven die het labelt. Een eerste reden waarom het flauw is om voortdurend naar die fair share te willen blijven verwijzen.

Er is nog een tweede reden…

de onzin van fair share in percenten

Maart 2010 deed ik hierover al eens een rondvraagje bij enkele producenten van fairtradechocolade. Rodney North – van Equal Exchange uit de VS – was de enige die diepgaand op de materie wenste in te gaan. Hij stelde op hun blog, in zijn eerste antwoord:

Fair Trade is _not_ about the idea that X% of your retail purchase goes to farmers.

Waarop iemand vroeg in een reactie:

Why shouldn’t it be about a percentage of the sale price going to the farmer?

Rodney antwoordde hierop in zijn tweede reactie:

KLIK ME!

KLIK VOOR GROOT BEELD

Answer: Among other reasons because it would be impossible. Take just Fair Trade chocolate in one country, the U.S. There are over 100 distinct fair trade chocolate products on the U.S. coming from companies ranging from mom & pop firms to the largest multi-nationals. Some buy organic cocoa and some don’t. Some use FT sugar and some don’t. So we, the producers of FT chocolates, have very different costs. + The chocolates are sold at thousands of retail locations ranging from tiny expensive boutique shops in Manhattan to big box discounters in Kansas. So while the higher prices paid to farmers remains constant no matter what the eventual retail prices are, naturally, all over the place and are impossible to coordinate or control.

Ben & Jerry’s en 100% Fairtrade

FairlyNuts499x5_tcm166-328981Het ijsmerk Ben & Jerry’s is zeer geliefd bij de jeugd. Het merk zegt voor 100% fairtrade te gaan. Hoe zich dit vertaalt in de eindprijs, daar hebben we het raden naar. Het zijn dure ijsjes. Waar veel reclame voor gemaakt wordt. Ongetwijfeld gaat er meer geld naar de marketing van het product, dan er bij de boeren blijft hangen. Het maakt de jeugd niks uit. Waarom zou het ook?

chocolade Oxfam-Wereldwinkels

De Oxfam-Wereldwinkels zijn bij mijn weten de enigen die hun prijsopbouw openlijk op het net zetten. De percentages die zij geven, bevestigen dat de tweet van Havelaar ook opgaat voor fairtradechocolade. Het percentage dat naar de boer gaat ligt ook voor een reep chocolade in de Wereldwinkel veel lager, dan de 18% die 30 jaar geleden gemiddeld bij de cacaoboer terechtkwam.

Op de website stond eerder de prijsopbouw van een reep fondantchocolade 200 gram op 11 januari 2010.
De reep bestond voor 48% uit cacao en 50% uit suiker. Wat er naar de boeren ging:

  • 3,5% van de consumentenprijs gaat naar de producenten van de cacao,
  • 2,19% van de consumentenprijs gaat naar de coöperatieve van de suiker.

Vandaag staat er een andere prijsopbouw, m.n. van een reep melkchocolade 200 gram d.d. 11 april 2011.
De reep bestaat uit 32% cacao en 44% suiker. Wat er naar de boeren gaat:

  • 2,6 % van de consumentenprijs gaat naar de coöperatieve van de cacao,
  • 3,33 % van de consumentenprijs gaat naar de coöperatieve van suiker.

CHOCOCRISPY-OXFAM

centen i.p.v. procenten?

Waar je – met de voorbeelden van Ben & Jerry’s en Oxfam indachtig – toch even stil van wordt, is de vraag: in welke mate is de fairtradebeweging bezig met haar verhaal serieus te doen? Eigenlijk is er niemand die het een moer schijnt uit te maken, hoezo en hoeveel boeren beter worden van hun fairtrade-aankopen. Ze nemen de verhalen voor wat ze zijn. Of ze nu uit de hoek van een mega-multinational als Unilever – de eigenaar van Ben & Jerry’s – komen of vanuit de Wereldwinkel. Niemand uit beider klantenkring, die er zich openlijk vragen bij stelt. Noch over de procenten, noch over de bestemming van hun eigen centen.

centen i.p.v. procenten!

Blijft dan toch de vraag waarom Max Havelaar telkens terug op de proppen komt met die fair share percentages.

Ik ken geen goede reden waarom ze dat menen te moeten blijven doen. Ik ken wel een stuk verhaal, waar Max liever niet in het openbaar over kwettert.

Ik vermeldde al het chocoladebedrijfje Green & Black’s, hierboven. In juli 2013 kwam er een rapport uit, gepubliceerd door de Universiteit van Manchester i.s.m. het bedrijf, over ethisch-gelabelde cacao in de Domenicaanse Republiek. Om een lang verhaal kort te houden, enkele quotes:

[…]the analysis found that while high prices since 2009 had increased interest in cocoa production among some farmers, more generally there was declining interest in cocoa cultivation among young farmers, leading to a conclusion that “unless present overall trends are reversed, this raises questions as to the future sustainability of cocoa.”

In the current market context (where Fairtrade minimum prices are below world market prices), the financial contribution of Fairtrade certification was seen as being limited. There was thought to be a need for more frequent reviews of the Fairtrade price and Fairtrade premium levels, in the light of market price volatility.

The study concluded that in the DR, steps needed to be taken “to address the disparity between its growing international market and its weakening local systems of production”. The key to this is seen as effecting changes to ensure that producers capture more benefits from the high prices obtainable for DR cocoa, thereby enabling them to “earn a living wage from cocoa”.

bron: Strengthening internal supply chain is essential to secure future of the Dominican Republic cocoa sector

Max Havelaar moet de lat hoger leggen… voor zichzelf

KPMG deed onlangs enkele aanbevelingen in een rapport op bestelling van het label Utz Certified. Ook Max Havelaar zal het wel gelezen hebben, vermoed ik. Het anticipeert als het ware op de werkelijkheid van de fairtradecacaoproducent in de Domenicaanse Republiek, hierboven.

“To secure a stable income for producers, a successful program should ensure producers can deal with market price fluctuations by having a diversity of income sources. Income diversity can be sought horizontally or vertically. Horizontal diversification can be achieved by planting different crops on the farm. Vertical diversification means that producers invest in processing facilities to move up higher in the value chain. Although producers may only be able to finance such investments far into the future, the program could work on developing low cost production facilities and there may be an opportunity for CPQP to collaborate with existing knowledge institutes.”

To really improve producer livelihood, CPQP should focus on the approximately 40-60 percent of producers with potentially no viable business case (see figure 23). By conducting projects that individual companies do not do, because of the lack of short-term benefits, impact of the program is maximized. For example, by certifying a remote and isolated producer group and investing in logistics, producers with relatively small chances of being supported by companies might develop into interesting and reliable business partners.

een andere handelsketen is mogelijk: de Lake Kivukoffie

OXFAM KIVU KOFFIE

OXFAM LAKE KIVU KOFFIE

KPMG beveelt dus aan om vooral ook oog te hebben voor zwaar achtergestelde producentengroepen, en op die manier écht een verschil te maken als label.

Niet alleen door hen voor meer toevoer naar de markt te helpen zorgen, maar ook en vooral door hen meer toegevoegde waarde te helpen genereren. Dit door de producenten de productiemiddelen te helpen verwerven, waardoor ze meer stappen in het productieproces zelf kunnen uitvoeren.

Dat dit zomaar kan, bewijst Oxfam-Wereldwinkels. In haar dossier ‘De koffieketen doorgelicht‘ (PDF) lees je hoe ondoorzichtig en onrechtvaardig de verhandeling van koffie doorgaans gebeurt. Met haar Lake Kivukoffie biedt Oxfam een reëel alternatief aan producenten en consumenten. Het hele verhaal lees je hier: “Een andere handelsketen is mogelijk: de Lake Kivukoffie“.

waar Max Havelaar beter over zou tweeten

Veel interessanter dan de procentendans zijn de feiten, verwerkt in het soort prenten als hieronder. Vroeger werd je ermee lam geslagen. Vandaag zijn ze oninteressant geworden, zo lijkt. Ze behandelen nochtans de kern van de zaak: genereert wereldhandel – en dus fair trade – écht inkomens- en welvaartsgroei? Zo op het eerste zicht gaat het grondstoffenproducenten steeds slechter af. De ruilwaarde van hun producten gaat er enkel op achteruit.

Ik zou de betere (?) ruilwaarde die fair trade genereert voor de achtergestelde boeren eens zwart op wit willen lezen en bewezen zien. In even simpele slagzinnen als welke Max zo graag rondtweet. Niet omdat het lekker bekt. Maar gewoon omdat het kan.

dalende inkomsten voor de voedselproducent (de boer) ondanks veel hogere consumptieprijzen in de winkel

DALENDE INKOMSTEN VOOR DE VOEDSELPRODUCENT (DE BOER) ONDANKS VEEL HOGERE CONSUMPTIEPRIJZEN IN DE WINKEL

prijsveranderingen van grondstoffen van 1980 tot 2002

PRIJSVERANDERINGEN VAN GRONDSTOFFEN OVER DE PERIODE 1980 TOT 2002