ALDI verkoopt voortaan Faire Milch & zet eerste stap van open naar meer gesloten Fair

HET BEELD WAARMEE DE CAMPAGNE ‘IK BEN VERKOCHT’ IN 2005 WERD OP GANG GESCHOTEN

De alternatieve Fairtrade beweging heeft vermoedelijk een wereldbeeld dat een andere economie vergt; andere regels en wetten dus. Het Fairtrade dat wint, doet dat vanuit de bestaande open economie. Verder: het helpt als die voor wat betreft een aantal producten wat geslotener is […]

Dick Veerman op Foodlog.nl


In 2004/2005 lanceerden Max Havelaar België, Vredeseilanden en Oxfam-Wereldwinkels de spraakmakende campagne ‘Ik ben verkocht’ (IBV). Kaasboer Peter Boonen, uit Achel bij ons in Limburg, was mee het gezicht van IBV. ,,Ook ik moet vechten voor een eerlijke prijs,” stelde Peter toen in de kranten. Ik knip en plak hieronder een bericht uit het Nieuwsblad (26/11/2005) nu ALDI de wereldwinkeliers weet te melden, de boodschap van die campagne he-le-maal begrepen te hebben.

Tien jaar na de lancering van FairTradeGemeenten (FTG) – het vervolgluik van IBV – zijn de Vlaamse wereldwinkeliers nog altijd met elkaar aan het proberen afspreken waarmee ALDI nu definitief aan de slag gaat: de Zwitserse filialen van Aldi verkopen sinds deze week namelijk melk, die Fair für die Tiere EN Fair für die Produzenten EN Fair für die Konsumenten EN van hoge kwaliteit is.

Dit alles in een samenwerking tussen ALDI Suisse, de dierenbescherming en zuivelbedrijf Cremo. Naar de normen van twee dierenwelzijnsprogramma’s staan de melkkoeien bijv. 26 dagen per maand buiten. Wat de producenten betreft, belooft ALDI een ‘faire Abgeltung der Bauern für ihr Produkt‘. Vertaald door google translate heet dat een ‘billijke compensatie voor de boeren voor hun product‘ (te verstaan als een hogere dan de reguliere marktprijs).

Zonder het te (kunnen of willen) beseffen, lijken de wereldwinkels zich na 10 jaar FTG overbodig te hebben gemaakt; de wens van iedere goedebedoelingen-organisatie. Met FTG wilden ze in Vlaanderen o.m. proberen een oefening te maken in het verbreden van de fairtradebeweging, door de hand te reiken naar initiatieven binnen de lokale, duurzame landbouw. Waar dat zich moeilijk tot onmogelijk bleek te kunnen vertalen naar concrete Oxfam-producten, kan je daarvoor straks wellicht ook terecht bij een harddiscounter in Vlaanderenland. En daarmee lijkt de cirkel rond:

– De ver­koop van fair­t­ra­de­pro­duc­ten is vorig jaar met 23 procent gestegen door­dat nu ook bud­get­ke­tens als Lidl, Aldi en Ac­ti­on ze ver­ko­pen. ‘Duur­zaam is niet het­zelf­de als duur,’ leerden ze ons volgens de Tijd.
– De discussie over of billijk geprijsde (dier- en boervriendelijke) melk een strijdpunt van de fairtradebeweging moet zijn, hoeft niet langer gevoerd: Aldi ziet ook hier dus wél brood in ‘fair‘.

De Nederlandse en Vlaamse wereldwinkels zitten de jongste jaren plots erg om klanten verlegen. De discounters oogsten de vruchten van wat de NGO’s zich droomden maar welke dromen ze zelf nooit voor werkelijkheid durfden nemen.

‘Eerlijke prijzen’ zijn dus voortaan toch een echte realiteit (hoewel economisch gezien onzinnig) om commercieel-economisch rekening mee te houden,beseft Dick Veerman op Foodlog.nl. “Met economie heeft het niets te maken, wel met commerciële economie. Met merken dus.

In deze het merk ALDI en niet, bijvoorbeeld, Oxfam Fair Trade. Wat daarvan te vinden? Dick Veerman nogmaals:

De alternatieve Fairtrade beweging heeft vermoedelijk een wereldbeeld dat een andere economie vergt; andere regels en wetten dus. Het Fairtrade dat wint, doet dat vanuit de bestaande open economie. Verder: het helpt als die voor wat betreft een aantal producten wat geslotener is, zoals in Zwitserland.

Nb: met economische waaghalzerij heeft het niets te maken; fairtrade is een onderscheidend concept met eigen specificaties. Commercieel-economisch blijkt het succesvol omdat consumenten graag met een goed geweten kopen.


Kaasboer Peter Boonen gezicht Ik ben Verkochtcampagne – (Nieuwsblad 26/11/2005)

,,Ook ik moet vechten voor een eerlijke prijs”

HAMONT-ACHEL – Kaasboer Peter Boonen van de kaasmakerij Catharinadal in Achel is een van de gezichten van de Ik ben Verkocht-campagne voor eerlijke handel van Vredeseilanden, Oxfam Wereldwinkels en het keurmerk Max Havelaar. Boonen staat op affiches en advertenties. ,,Ik kom uit voor wat ik denk”, zegt hij.

Kleine Vlaamse boeren hebben dezelfde problemen als kleine boeren uit het zuiden”, weet Peter Boonen. ,,Om maar één voorbeeld te noemen: we moeten allebei vechten om voor onze producten een eerlijke prijs te krijgen.”

Kaasboer Boonen overleeft met het werk van zijn handen, maar velen van zijn collega’s in het zuiden niet. ,,Dat is een van de redenen waarom je mij niet hoort klagen”, zegt hij. ,,Uiteindelijk hebben wij het hier nog altijd stukken beter dan onze collega’s ginder.”

Aangeboren solidariteit

Peter Boonen heeft een verleden van solidariteit. Toen hij jaren geleden kaas begon te maken en te verkopen, moest er ook wijn in de etalage komen. ,,Ik kreeg meteen wijnhandelaren over de vloer die met mij zaken wilden doen. Ik heb uiteindelijk voor de wijn van de Wereldwinkel gekozen.”

Die keuze was niet alleen strategisch goed gezien, ze was ook ingegeven door Boonens ‘aangeboren’ gevoel voor solidariteit. Hij heeft een tante nonneke in Tanzania, is jaren bij de Chiro geweest, geëngageerd in de missiewerking van Achel én in de Voedselteams van Vredeseilanden.

En nu staat hij in vol ornaat op de advertenties van Ik ben Verkocht . ,,Ze hebben mij daarvoor gevraagd en ik heb daar geen twee keer moeten over nadenken’, zegt hij. ,,Ik ben inderdaad verkocht aan het idee van eerlijke handel en aan de overtuiging dat wij hier kunnen helpen om ginder het verschil te maken.”


het gaat goed met kaasmaker Peter Boonen van Catharinadal

Dit artikel verscheen in W2 (het inmiddels terziele gegane magazine voor de Vlaamse Wereldwinkeliers) d.d. mei 2011.

KLIK OP BLADZIJDE VOOR GOED LEESBARE WEERGAVE

KLIK OP BLADZIJDE VOOR GOED LEESBARE WEERGAVE

HET BEELD WAAR DE CAMPAGNE ‘IK BEN VERKOCHT’ MEE WERD OP GANG GESCHOTEN

VANDAAG HEET DEZE CAMPAGNE ‘FAIRTRADEGEMEENTE; PETER IS ACTIEF IN HAMONT-ACHEL

willen keurmerken echt leefbaar inkomen voor boeren, moeten hun chocoladewikkels wijzen op noodzakelijke politieke keuzes

Pasen: chocoladebedrijven draaien flinke omzetten, maar zonder marktordening profiteren de meeste cacaoboeren daar weinig van.

Vandaag een gastblog, waar ik zéér trots op ben. Van onderzoekend journalist Janneke Donkerlo, in co-productie met Niek Koning (landbouweconoom in Wageningen). Twee mensen die niet om den brode, noch andere belangen, het thema van eerlijke handel in de chocolade na aan het hart ligt. En vanuit die insteek de absoluut noodzakelijke objectiviteit – elders wel eens zoek – weten te bewaren.

NRC Handelsblad kon dit stuk niet plaatsen. Ze vonden het wel erg goed. Wel dan!

Chocola met goed gevoel

Pasen is in zicht en de winkels liggen weer vol met chocolade-eitjes. Chocoladebedrijven draaien flinke omzetten, maar zonder marktordening profiteren de meeste cacaoboeren daar weinig van.
Co-productie met Niek Koning (landbouweconoom in Wageningen)
13 april 2017

De meeste cacaobonen wordt geteeld in de Afrikaanse landen Ghana, Ivoorkust, Nigeria en Kameroen door boeren met kleine stukjes grond. Die kunnen alleen door het kappen van maagdelijk bos een paar jaar een aardige boterham verdienen. Om ook op de langere termijn lonend te kunnen werken moeten ze echter duurzame landbouwmethodes toepassen zoals schaduwbeplanting, onderhoud van de bomen, bemesting en gewasbescherming. De investeringen die ze daarvoor moeten doen zijn alleen haalbaar als hun economische randvoorwaarden voldoende gunstig zijn en zij een prijs krijgen die voldoende stabiel en kostendekkend is. En daar ontbreekt het aan. Dat maakt dat reeds ontgonnen grond wordt uitgeput en cacaoboeren deels afhankelijk zijn van kinderarbeid en onderbetaalde migranten.

Cacaoteelt lonend maken

Keurmerken en programma’s als CocoaAction of Sustainable Cocoa Initiative zijn onvoldoende. De premies die het Max Havelaar keurmerk bovenop de normale prijs betaalt, kunnen uit concurrentieoverwegingen niet te hoog zijn. Bovendien gaat een deel op aan de kosten van certificering.
Om de cacaoteelt lonend te maken, moeten de cacao-producerende landen zélf hun verantwoordelijkheid nemen voor basisvoorzieningen als landrechten, kredietverlening en wegen. Maar daarmee is het probleem nog niet opgelost. De economie van arme landen moet zich kunnen ontwikkelen, zodat er meer banen komen en keuterboertjes alternatieven krijgen. Daarnaast moet er iets gebeuren om de internationale cacaoprijzen stabiel en lonend te maken. Dat gebeurt niet vanzelf. Een paar decennia geleden werd de mondiale cacaomarkt met een Internationale Cacao-Overeenkomst gestabiliseerd door buffervoorraden en handelsquota. De internationale cacaoprijzen waren toen veel hoger dan nu. Dat wil niet zeggen dat het systeem perfect was. Regeringen van cacaolanden roomden een te groot deel van de prijs af om hun schatkist te spekken. Nieuwe cacaolanden kregen te weinig quota en er ontstond een ‘zwarte markt’, waarbij cacaobonen in landen terechtkwamen die niet bij de overeenkomst waren aangesloten.

Cacao-overeenkomst

Deze gebreken hadden gecorrigeerd moeten worden. De chocolade-industrie wilde echter goedkope cacaobonen, en onze politici hadden zich bekeerd tot het vrije marktdenken. In de jaren tachtig lieten de rijke landen de toenmalige cacao-overeenkomst onderuit gaan waardoor de wereldmarktprijs instortte. Pas na de eeuwwisseling trad enig prijsherstel op, maar dat bleef beperkt en de prijzen bleven erg instabiel. Ondertussen werden arme landen steeds meer gedwongen om hun grenzen te openen voor goedkope producten uit rijke landen en opkomende Aziatische economieën. Mede daardoor zijn de Afrikaanse landbouw en industrie in het slop geraakt, en zijn kleine boeren eenzijdig afhankelijk gebleven van exportgewassen als cacao. Dat moet anders.

Fairtrade gemeentes

Momenteel spannen veel lokale politici zich in om hun gemeentes tot ‘Fairtrade gemeentes’ te bestempelen. Maar dat stelt alleen iets voor als ze ook proberen de handelspolitieke opstelling van hun landelijke partijvertegenwoordigers te beïnvloeden. Bijna alle partijen steunen nu de Economische Partnerschapsovereenkomsten waarmee Europa arme landen dwingt hun grenzen te openen voor onze producten. Ook de keurmerkenorganisaties moeten het roer omgooien: als zij hun zelfverklaarde doelen serieus nemen, dan zouden ze aan hun consumenten moeten uitleggen dat ordening van de internationale cacaomarkt nodig is.

Een nieuwe ordening

Een ordening kan op verschillende manieren. Zo kunnen de cacaolanden afspreken om het resterende regenwoud grotendeels voor ontginning voor cacao te sluiten. Tegelijkertijd kunnen ze een exportbelasting invoeren om een gemeenschappelijke cacao-organisatie te financieren. Die kan met een deel van de opbrengst slechte cacao uit de markt kopen en zo de wereldmarktprijs verhogen. Met een ander deel kan ze uitgeputte en door ziektes aangetaste cacaoplantages laten rooien. Met een derde deel kan ze cacaoboeren in staat stellen om boerenbonden te versterken. Als de markt weer in evenwicht is kan de exportbelasting grotendeels worden teruggegeven aan de boeren, mits die aan bepaalde sociale en duurzaamheidscriteria voldoen. Terwijl boerenbonden en regeringen onderhandelen over hoeveel van de internationale cacaoprijs de regering maximaal mag inhouden voor de schatkist, blijft de gemeenschappelijke cacao-organisatie een voorraadbeleid voeren om de wereldmarkt te stabiliseren, en wordt nieuw overaanbod voorkomen door verhandelbare exportquota.

Goed gevoel

Iets in deze sfeer moet gebeuren om de misstanden in de cacaosector echt aan te pakken. Als het de keurmerken echt te doen is om duurzame cacao en een leefbaar inkomen voor de boeren, dan moeten ze hun chocoladewikkels gebruiken om consumenten te wijzen op de politieke keuzes die gemaakt moeten worden. Dat was ook de oorspronkelijke bedoeling van de verkoop van fair trade producten: in 1970 begonnen de wereldwinkels rietsuiker te verkopen om consumenten op de noodzaak van een eerlijke internationale marktordening te wijzen. Het latere idee dat de handel in fair trade producten zélf de oplossing zou zijn is onrealistisch. Deze vorm van commercie verkoopt consumenten een goed gevoel, maar daarvan kunnen cacaoboeren niet leven.


Gerelateerd door Janneke Donkerlo

Geld is niet het probleem. Wat dan wel? Over kinderarbeid en de aanpak daarvan.

Ongelijk verdeeld. Over de impact die Tony’s Chocolonely heeft op het inkomen van boeren in Afrika.

Duurzame cacao is louter business. Over de inspanningen van multinational Mars om de cacaoproductie op peil te houden. 

Max Havelaar runnen als een bedrijf, dat gaat fout. Over de verwording van een goed-doel tot bedrijfsmodel.

Fairtrade chocola met bittere smaak. Over de ontmaskering van Faitrade claims.

UPDATE:

http://www.donkerlo.nl/index.php/blog/je_moet_het_in_je_pens_voelen

http://www.donkerlo.nl/index.php/blog/cruijffiaanse_uitleg_van_tonys_chocolonely

KLIK & LEES OVER VERDUURZAAMDE ARMOEDE ONDER FAIRTRADEVLAG IN DUMPWINKEL ACTION

Compani, El Parachutero, de Wroeter, de IJsboetiek en de Bakkerijschool van Hasselt werken met Oxfam-biosuiker Manduvirá (Paraguay)

Als alles goed gaat, krijgen we in Hasselt op 24 april weer een vertegenwoordiger van biosuikerproducent Manduvirá uit Paraguay op bezoek. Drie jaar geleden was Andrés González Aguilera, general manager bij deze fairtradesuiker-coöperatieve, reeds onze gast voor een dag.

Afgelopen maandag trok ik tijdens de uitreiking van de Limburgse FT-toffees 2017 onderstaande foto’s van Herman, één van de stuwende krachten achter Compani, de eerste coöperatieve bakkerij van Limburg. Zij verwerken de biologisch geteelde suiker van Manduvirá in hun producten.

Naast Compani heb ik in onze regio nog weet van vier andere plaatsen die Oxfam suiker in grote hoeveelheden omzetten.

  1. El Parachutero natuurlijk, het artisanaal broodatelier in Heusden, winnaar van de fairtradetoffee 2017.
  2. De Ijsboetiek, het ijssalon in Tuilt-Hasselt, waar men de suiker verwerkt in heerlijk ijs op basis van geitenmelk.
  3. Arbeidscentrum De Wroeter, waar in Kortessem mensen, die op de gewone arbeidsmarkt moeilijk een plek vinden, o.m. confituur maken, te koop in de Oxfam-Wereldwinkels.
  4. De Bakkerijschool van Hasselt tenslotte, die bij onze wereldwinkel de suiker in grote zakken bestellen voor hun gebak en patisserie, te koop in de erg populaire schoolwinkel.

Stad Hasselt huldigt wereldwinkel vrijwilligsters Kris en Paula voor 40 jaar dienst

Donderdagavond 15 december liep de raadszaal van het Stadhuis vol voor de viering van meer dan 40 jaar Oxfam-Wereldwinkels, maar vooral die van twee vrijwilligers van het eerste uur: Kris Konings en Paula Wieërs. Schepen Joost Venken zette hen namens het stadsbestuur in de bloemetjes. Dit was meteen ook de laatste activiteit in het kader van de tiende verjaardag van Hasselt als FairTradeGemeente.

OP DE FOTO VAN RECHTS NAAR LINKS: ANNEMIE, PAULA, KRIS, SOL, KAROLIEN EN CHANTAL

OP DE FOTO VAN RECHTS NAAR LINKS: ANNEMIE, PAULA, KRIS, SOL, KAROLIEN EN CHANTAL

Naast vrijwilligers die vandaag actief zijn in de Dorpsstraat waren ook heel wat pioniers uit de beginjaren op post. Onder hen Annemie Beulen, die als allereerste wereldwinkelierster de winkel aan de Maastrichtersteenweg opende begin 1973.

Schepen Venken had interessant nieuws voor de aanwezigen: de vzw Centrummanagement zal bij de opmaak van hun visieplan ook aandacht besteden aan fair trade in Stad Hasselt.

Kris, Paula, Annemie en inmiddels verschillende generaties vrijwilligers hebben met andere woorden die spreekwoordelijke grote steen in de rivier echt wel een beetje weten te verschuiven.

OP DE FOTO VAN LINKS NAAR RECHTS: SCHEPEN JOOST VENKEN, KRIS EN PAULA

OP DE FOTO VAN LINKS NAAR RECHTS: SCHEPEN JOOST VENKEN, KRIS EN PAULA