fair trade: waar gaat de prijs die ik betaal naar toe?


Toen ik 25 jaar geleden begon te werken voor de Oxfam-Wereldwinkels publiceerde onze organisatie behoorlijk veel drukwerk met een vergelijkende prijsopbouw tussen onze producten en die in de reguliere handel. Daar is men vanaf gestapt. Je vindt wel nog flarden daarvan rondzwervend op het internet. Maar dit soort info wordt niet meer gedeeld, ook nauwelijks tot niet intern overigens.

Het verraste me dan ook dat directeur Bert Jongsma op Foodlog de prijsopbouw van een blik Fair Trade Orignal kokosmelk deelde. Iets waar hij verder werk van gaat maken, gaf hij aan:

De prijsopbouw van deze producten laat zien welk deel van de prijs ‘lokaal’ verdiend wordt. De prijs voor de boer en de extra premie worden ook inzichtelijk gemaakt.

Ik begrijp heel goed dat veel bedrijven terughoudend zijn als het aankomt op transparantie over prijzen. Dit is concurrentiegevoelige informatie. Door over de prijsopbouw van onze producten te publiceren willen we het debat over eerlijke prijzen stimuleren. Ook Fairtrade International heeft hier onlangs een goede bijdrage aan geleverd door True Price de werkelijke prijs van bananen te laten berekenen.

Op « Het Belang van Limburg » loopt deze week een reeks onder de noemer “Koop Lokaal“. De Genkse mode-ontwerper Egidio Fauzia vertelt er waarom een ontwerp van hem 300 € kost: “Veel mensen zijn niet meer gewend om een paar honderd € te betalen voor kwaliteitskleding, terwijl dat een heel normale en eerlijke prijs is.

Egidio Fauzia laat zijn kleding maken door een Roemeens bedrijf. Wat de werkomstandigheden betreft, gelden daar de Europese wetten. De loonkosten liggen er wel lager dan hier, maar stijgen en ze liggen veel hoger dan in Cambodia, Vietnam of in Ethiopië waar kledingketens als H&M produceren. Arbeiders daar krijgen een maandloon van 24 euro. Op die manier kost het naaien van één broek maar een paar centiemen aan loon. De winstmarge is dan bijna 700 procent.

Ter vergelijking: Egidio betaalt voor een broek 15 à 20 euro loonkosten. “Ketens werken met het systeem van de grote hoeveelheden. Ze zetten fabrikanten onder druk om er een centiem af te krijgen. Dit leidt tot oneerlijke praktijken, vooral bij onderaannemers van de fabrikanten. Meestal zijn de opdrachtgevers, de productie-managers van kledinglabels, niet eens op de hoogte. Ze treffen dus geen schuld.

Maar die fabrikanten in China of Cambodia kunnen die grote orders van 50.000 stuks soms niet aan in een korte tijdspanne. Om het order niet te mislopen, schakelen ze onderaannemers of satellietateliers in. Daar werken vaak vrouwen en kinderen in erbarmelijke omstandigheden.

Egidio verkoopt via showroom, waarbij hij de kledingwinkel uitschakelt. “Als ik mijn broek van 200 euro in een boetiek zou hangen, dan zou die daar 350 euro kosten. Niemand betaalt dit, tenzij ik heel bekend zou zijn.

Wat moet Egidio veranderen in zijn manier van werken, opdat wat hij doet ook Commercio Equo e Solidale mag heten?

wie redt Wereldwinkels en fairtradekeurmerkzegelbeweging uit neo-liberale klauwen?


Hebben de Wereldwinkels hun langste tijd gehad?, vraagt men zich in Nederland luidop af. Het is – getuige ook weer, eergisteren, een artikel op NRC Handelsblad – zelfs voer voor maatschappelijk debat.

Niet zo vreemd, waar retailtrends.nl vorige week nog uitbracht dat Wereldwinkels er – temidden van giganten als Action, Albert Heijn en Kruidvat – als ‘onmisbaar’ bestempeld worden door de consument.

fair trade = prijsbreker?

Desondanks kraken en piepen die Wereldwinkels in al hun voegen en dus zullen de noodlijdende Wereldwinkels – niet enkel in NL – het jongste persbericht van Fairtrade Belgium met lede ogen lezen: “We gingen van 115 miljoen euro omzet op de Belgische markt naar 134 miljoen euro. Een stijging van 17 procent“, zo staat het in het jaarverslag 2016. Met expliciete dank aan ALDI, dat mee voor 700.000 euro aan extra inkomsten zorgde. Die worden geïnvesteerd in boeren in het Zuiden.

De nieuwe CEO van Fairtrade Belgium Nicolas Lambert (zie foto boven artikel) brengt ook nog hulde aan LIDL, dat voor eerlijke productie koos voor de cacao in de ontbijtgranen en in zijn kerstchocolade en prijsbreker ACTION, die startte met eerlijke chocoladetabletten.

Wereldwinkels in de Lage Landen copieerden en integreerden – met de opkomst van het Max Havelaar-keurmerk – het verdienmodel van de Big Chocolate met veel succes in hun winkels. Nu goedkoopzaamheid ook door prijsbrekers wordt omarmd, vervluchtigt hun economische legitimitiet als chocolade voor de zon.

Het Fairtradekeurmerk zegt dat Fairtradecacao jaarlijks $36 (!?) extra oplevert aan gezinsinkomen. “Ethisch als metafoor voor duurzame armoede“. Al zul je niets van dit alles zomaar uit de hoek van de eerlijke handelsbeweging vernemen. Waarmee ook hun maatschappelijke legitimiteit vervluchtigt.

fair trade = neoliberaal?

‘goed bezig, lekker slapen’

schrijft Dick Veerman op FOODLOG over het stijgende succes van keurmerken.

In werkelijkheid maken we economie van duurzaamheid, terwijl het omgekeerde de bedoeling was. We hebben een samenlevingsvraagstuk, maar hebben er een marketingkans van gemaakt.

In een andere draad klinkt het over fair trade heftiger:

Ook fair trade is neoliberaal […] Het is een algemener fenomeen, waar ook de fairen in mee zijn gegaan. De analyse moet dus verder gemaakt worden: waarom gebeurt dit?

Een discussie, die zeker niet nieuw is. In 2003 schreef Corinne Gobin van de Université Libre de Bruxelles het epistel «van ‘soft law’ tot de wet van de sterkste: codes, labels, coördinatiemethoden,…» [ook te lezen in deze PDF]

Ze noemde codes, labels en overheden die een beeld schetsen dat bedrijven tegenwoordig bezorgd zijn om de ‘sociale en milieugebonden thema’s’…

een visie die de democratie en de garantie op universele collectieve rechten sterk in gevaar brengt.

fair trade = een illusie?

Over de illusie van die verbruikersdemocratie schreef ze: “De visie van de maatschappij die voortvloeit uit deze nieuwe ‘soft law’-praktijken is compleet doordrenkt van de liberale filosofie […]

Men geeft de controle en certificering van het label in onderaanneming aan privé-firma’s, de zogenaamde ‘onafhankelijke’ firma’s. Alsof men thema’s zoals arbeidsomstandigheden, collectieve sociale rechten, mensenrechten, het voortbestaan van onze planeet of de voedselveiligheid gelijk kan stellen aan ‘conform gecertificeerde’ marktproducten!

Bovendien verlegt deze visie de sanctie bij niet-naleving van de regels van de overheid naar de markt, aangezien men veronderstelt dat de promotie van dit soort labels gebeurt door de keuze van de verbruiker die liever ‘sociaal correcte’ dan ‘sociaal niet-correcte’ producten koopt.

Dit zogenaamde ‘ethische’ verbruik volgt een nogal bijzondere ‘ethiek’: armen moeten maar producten kopen die ‘sociaal’ of ‘ecologisch’ niet-correct zijn, want ze zijn minder duur… Op die manier kunnen bedrijven die hun winst willen verhogen verscheidenheid brengen in hun distributiekanalen, zowel correcte als niet-correcte… terwijl men het verbod op de slavernij of op de kinderarbeid opnieuw op losse schroeven zet telkens de verbruiker liever dit paar schoenen koopt dan dat andere!

Nodeloos te zeggen dat dit nooit tot basistekst van de fairtradekeurmerkbeweging werd uitgeroepen.

NOOT: Deze rammeling werd geschreven in opdracht van de socialistische vakbond. Misschien daarom toch dit: zelfs Action verkoopt tegenwoordig fairtradechocolade, op basis van spotgoedkoopzame cacao. Voor de Belgische vakbonden is globalisering heel lang geen enkel probleem gebleken, zolang de rekening maar op een ander werd betaald. Die kar is aan het keren, maar de prijsbrekers maken fairtrade ook voor onze armsten tegenwoordig bereikbaarder.

fair trade = wiens brood etc?

Fairtrade Belgium schrijft in het jaarrapport 2016: “Subsidies zijn onze tweede belangrijke inkomstenbron, voornamelijk van het Belgisch Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking (DGD). We ontvangen deze subsidies voor de sensibilisering van het grote publiek, om samen verder te bouwen aan het succes van Fairtrade in België.

KLIK VOOR GROTERE WEERGAVE _ ALLE CIJFERS ZIJN IN 1000 EURO UITGEDRUKT – BRON: https://jaarverslag.fairtradebelgium.be/nl/de-financien/

NOOT: Fairtrade Belgium bestaat uit twee entiteiten: een vzw en een cvba. Als vzw krijgen ze subsidies voor sensibiliserings- en communicatiecampagnes, alsook voor ondersteuning van de producentenorganisaties die een link hebben met de Belgische markt.

Fairtrade Belgium cvba wordt gefinancierd door de inkomsten door de certificatie en licenties. De Fairtrade licentiehouders betalen een certificatiekost aan Fairtrade Belgium die in verhouding is met hun volume. Dit budget wordt ingezet op de controle en certificatie, de ontwikkeling van commerciële partnerschappen en op commerciële acties.

fair trade = activisme?

In een gesprek dat ik met Nicolas Lambert had op het evenement DIFAIRENCE (zie foto’s bovenaan) toonde de sympathieke nieuwe directeur van Fairtrade Belgium zich voorstander van een Oxfam-Wereldwinkelbeweging, dat terug sterker optrekt met het keurmerk. Hij wil een activistischere koers gaan varen. Want is niet blind voor het feit dat het keurmerk op haar grootste markt ferm kletsen krijgt. Ik schreef al over hoe de retail en voedselgiganten Fairtrade herverpakken tot Fairly Traded.

Eve Broadis stelde op deze blog dat de fairtradebeweging gereduceerd is tot Fairtrade Mark Activists. Vraag is dus wat dit hernieuwde activisme zou moeten inhouden. Radikaal anti-neo-liberaal? Maar gaat de subsidiekraan dan niet snel dicht? « Wiens brood etc… INC »

fair trade = DEBAT & betrouwbare bron?

Zelfs Dick Veerman van Foodlog ging vorige week flink in de mist, toen hij stelde – n.a.v. het nieuws over hun fusie – dat UTZ Certified en Rainforest Alliance tot op heden beide Fairtrade certificeren. Die labels vroegen Foodlog dit bericht te willen corrigeren, omdat beide keurmerken niet staan voor fairtrade. Ze vonden dat het oorspronkelijke bericht voor verwarring zou kunnen zorgen.

Ze staan dan niet voor fairtrade. Maar waarvoor dan? Neo-liberaal? Net als Fairtrade. Of toch weer niet? Wanneer voeren we het debat? Bert Jongsma, directeur van Fair Trade Original, toonde zich vorige week op FOODLOG er helemaal klaar, voor transparant debat en kennisdelen.

Consument vindt fabrikant en supermarkt geen betrouwbare bron van productinformatie,” tweette hij onlangs. WEL DAN!

Wereldwinkels: onmisbaar maar zijn langste tijd gehad of weer sterker door beleving?

World Fair Trade Day 2017 – Hasselt


Heeft de Wereldwinkel zijn langste tijd gehad?,” onderzocht retailtrends.nl, wars van enige stemmingmakerij.

De Nederlandse wereldwinkels verkeren namelijk in zwaar weer. De Wereldwinkel werd vorige maand, temidden van giganten als Action, Albert Heijn en Kruidvat, dan wel als ‘onmisbaar’ bestempeld in de spraakmakende retail ranking van Q&A – meldt retaildetail – maar in tegenstelling tot de andere drie formules, heeft de fairtradeformule de grootste moeite om te overleven.

Ondanks alle geschetste tegenslagen publiceerde ik eerder een met optimisme doorspekte blog van de NLse algemeen directeur Maikel Rondon. Daarmee wordt het artikel op retailtrends.nl afgesloten (bedankt voor de extra lezers 🙂 ).

De Vlaamse vrijwilligers zullen een aantal van de geschetste tendenzen en redenen herkennen op retailtrends.nl.

Maar zoek niet naar oplossingen in het artikel. Ook de geïnterviewde vrijwilligers raken niet echt verder – MET ALLE RESPECT! – dan “voor een deel hebben we ons doel bereikt”.

Toch dit op te merken citaat:

Concurrent Waar bewijst dat er nog wel degelijk interesse is in een ‘duurzame cadeauwinkelketen’. De tien jaar geleden gestarte formule heeft inmiddels twintig vestigingen en opent er dit jaar nog eens twaalf. “Wij zien de interesse in eerlijke en duurzame producten met een verhaal juist toenemen”, aldus een woordvoerder.

sterker door beleving

De Provincie (Belgisch!-)Limburg i.s.m. UNIZO organiseren de komende weken een reeks masterclasses, onder de noemer “Maak je sterker door beleving!

Wie wil kan in Dilsen-Stokkem GRATIS gaan leren over

  1. E-commerce en de zelfstandige handel – 19 juni 2017 – Gino Van Ossel (Vlerick Business School)
  2. Website of webshop? – 22 juni 2017 – Cis Scherpereel (Mex United)
  3. Maak je sterker door beleving! – 26 juni 2017 – Katelijn Quartier (UHasselt – Retail Design Lab)
    • Dat het fysieke verkooppunt blijft bestaan, staat niet meer ter discussie. Dat de rol ervan anders zal ingevuld moeten worden, is intussen ook duidelijk. Onder druk van de digitale disruptie en het veranderde koopgedrag zijn traditionele retailers vertwijfeld op zoek naar hoe de “bakstenen” winkel relevant blijft voor de consument. In deze masterclass zullen we dieper ingaan op hoe je de consument een optimale beleving kan geven in de winkel zodat je hem emotioneel kan raken met een overtuigend verhaal. Naast ruimtelijke aspecten is er aandacht voor de zintuiglijke ervaringen, de beleving. De korte theorie wordt gevolgd door praktische implicaties, toegelicht aan de hand van inspirerende (en herkenbare) voorbeelden.
  4. Klantvriendelijkheid? Ken je klant! – 27 juni 2017 – Jente Kasprowski en Jan Raedschelders (Inventis)
  5. Sociale mediastrategie voor je zaak – 29 juni 2017 – Elien Vanhaesebroeck (Talking Heads)

INFO: http://retail.limburg.be/retailmasterclassdilsenstokkem03

Bert Jongsma (Directeur Fair Trade Original): opschaling Fairtrade wel of niet goed voor kleinschalige boeren in ontwikkelingslanden?


Biologisch kun je nog kiezen, maar Fairtrade wordt verplicht,” schreef Foodlog.nl.
Dick Veerman meentdat de groep boeren waar Fair Trade voor bedoeld was en waar de FT-beweging zich decennia sterk voor heeft gemaakt, nu in de kou is komen te staan. Ze moeten kiezen: up in de ratrace of verdwijnen.”

Bert Jongsma (Directeur van Fair Trade Original) reageert :


Fairtrade International publiceert jaarlijks een impact rapportage ‘Monitoring the scope and benefits of fairtrade’. Een interessante rapportage omdat hieruit duidelijker wordt welke boeren met het keurmerk bereikt worden en wat daarvan het effect is. In de laatste rapportage is te lezen dat ruim 1,6 miljoen boeren en werknemers onderdeel uitmaken van fairtrade gecertificeerde organisaties. 88% daarvan is zelfstandige boer. De rest is werknemer (bijvoorbeeld op een plantage). Deze verhouding is niet veel veranderd in de afgelopen jaren. Een zelfstandige boer heeft gemiddeld 1,4 hectare land en wordt met recht als kleine boer gezien.

Maar bereikt fairtrade ook de meest kwetsbare boeren? Slechts 7% van de uitgekeerde premies gaat naar boeren en werknemers in ‘low income countries’. Je kunt daarom de discussie voeren of het fairtrade keurmerk wel een oplossing vormt voor de meest kwetsbare boeren. Vanuit de praktijk weet ik dat het leveren van een kwalitatief goed en redelijk geprijsd product op gespannen voet kan staan met het inkopen van ingrediënten bij de meest kwetsbare groepen. Dit is precies het dilemma waar ook het fairtrade keurmerk mee te maken heeft.

De zeggenschap over het fairtrade keurmerk is voor de helft in handen van vertegenwoordigers van aangesloten boerenorganisaties. Zij bepalen daarom mede de strategie die met het keurmerk gevolgd wordt. Omdat de aangesloten boeren gemiddeld slechts 39% van hun oogst als fairtrade kunnen verkopen ligt de focus op het vergroten van dit aandeel. De kortste route naar het behalen van deze doelstelling is door meer mainstream partijen over te halen om fairtrade ingrediënten in te kopen. Het fairtrade cacao programma is hier een goed voorbeeld van. Werken met mainstream partijen lost echter alsnog niet het probleem van de allerarmste boeren op. Misschien is voor de meest kwetsbare boeren internationale handel simpelweg een brug te ver?

Is het fairtrade keurmerk dan slechts een CAO voor boeren en werknemers in ontwikkelingslanden? Ik denk dat het fairtrade keurmerk daarmee tekort wordt gedaan. De eisen die aan fairtrade gecertificeerde organisaties worden gesteld op het punt van ontwikkeling zijn stevig. Om het keurmerk te behouden, moeten deze organisaties laten zien dat zij planmatig aan de ontwikkeling van boeren en werknemers werken. Toch is het fairtrade keurmerk geen garantie voor de succesvolle ontwikkeling van kwetsbare boeren. Daarvoor is meer nodig. Het fairtrade keurmerk is een prima hulpmiddel dat ingezet kan worden om deze ontwikkeling in gang te zetten, maar directe en langdurige betrokkenheid van afnemers is nodig. Het liefst zonder dat deze steun afhankelijk is van subsidies van derden. Fair Trade Original kiest ervoor om op kleine schaal samen te werken met boeren die de fairtrade ingrediënten leveren voor ons Aziatisch assortiment. Deze boeren maken vaste jaarafspraken met een lokaal verwerker die voor Fair Trade Original het gereed product maakt. In deze korte keten kent iedereen elkaar persoonlijk en dat stelt ons in staat om langdurig en intensief ondersteuning te bieden aan boeren. Dit levert concrete ontwikkelingskansen op voor boeren. De boeren die de stap naar het ondernemerschap zetten weten deze kansen te benutten.

Voor veel boeren waar wij mee samenwerken is biologisch een logische volgende stap in hun ontwikkeling. Zij zijn niet de enigen die er zo over denken, want meer dan 50% van de Fairtrade gecertificeerde boeren is al biologisch gecertificeerd. Deze stap zetten boeren niet alleen vanwege betere marktkansen, maar ook omdat biologisch als een duurzame methode wordt gezien om landbouw te bedrijven.